MusicMeter logo menu
MusicMeter logo
poster

Styx - Paradise Theatre (1980)

mijn stem
3,66 (78)
78 stemmen

Verenigde Staten
Rock
Label: A&M

  1. A.D. 1928 (1:07)
  2. Rockin' the Paradise (3:35)
  3. Too Much Time on My Hands (4:31)
  4. Nothing Ever Goes as Planned (4:46)
  5. The Best of Times (4:17)
  6. Lonely People (5:22)
  7. She Cares (4:18)
  8. Snowblind (4:48)
  9. Half-Penny, Two-Penny (4:34)
  10. A.D. 1958 (2:31)
  11. State Street Sadie (0:27)
totale tijdsduur: 40:16
zoeken in:
avatar van RonaldjK
4,0
‘Wat een vetvlekken op het vinyl!’ was het eerste wat ik dacht toen ik Paradise Theatre uit de wederom fraaie hoes haalde. Toen ontwaarde ik een deel van de groepsnaam en tijdens het draaien heb ik hierboven gelezen wat hier aan de hand is: ik wist niet eens dat de techniek van laserbranden in vinyl bestond! Wel een statusdingetje, het gevolg van drie voorafgaande platinum albums en dit zou de vierde worden. Wederom in een prachtige klaphoes met de teksten aan de binnenzijde. Opvallend detail is dat het ‘Theatre’ op de achterzijde als ‘Theater’ wordt vermeld.

Tijdens het luisteren knikte ik meestal goedkeurend. Lichte symfonische hardrock of vooral adult oriented rock, want de moeilijker muzikale delen van voorheen zijn zo goed als absent. Dit in lijn met de tijdgeest en de wensen van platenmaatschappij en (een deel van) het publiek. Gebleven zijn melodie en driestemmige koortjes en terug zijn de scheurende gitaren, al klinkt daarnaast pop en zelfs funk, het verhaal vertellend van een fictief theater in Chicago in de jaren 1928 – 1958.

Bij opener A.D. 1928 hield ik mijn hart vast: een pianoballade? Maar de tekst in de klaphoes laat zien dat dit dat dit slechts een introlied is. Het gaat spoedig over in het aangenaam stevige Rockin’ the Paradise, dat niet gecompliceerd is maar wel pakkend; het refrein is ouderwets goed. Op Too Much Time on My Hands klinkt voor het eerst bij deze groep een sequencer.
Nothing Ever Goes as Planned bevat naast een reggae-achtig ritme een blaaspartij in funkstijl, vergelijkbaar met Earth, Wind & Fire; de saxsolo in het einde is ook aangenaam. Hierboven werd een terechte vergelijking met 10CC gemaakt, dit is een muzikaal zijstapje dat goed in elkaar zit. Ballade The Best of Times verzoetigt gelukkig niet zoals Babe van het jaar ervoor in roze marsepein die je vullingen uit de kiezen doen kruipen, maar wordt stevig met prima gitaarwerk.

De B-kant begint met regen en onweer. Geen Black Sabbath en ook niet Heavy Metal Thunder van Saxon, associaties die ik meteen krijg. Als in Lonely People al rap een burenruzie klinkt gevolgd door blazers, ben ik meteen bij de les. Had ik dit nummer in 1980 gehoord, dan had ik die invulling niets gevonden, inmiddels denk ik daar anders over. Bovendien wordt het nummer steviger en bevat het een aparte gitaarsolo. She Cares is een uptempo popliedje met een aangename melodie; opnieuw ben ik positief, terwijl het niet eens stevig is.
Op Snowblind is de groep op z’n best, stevig en bluesachtig slepend met sterke melodie en zangharmonieën in het refrein. Idem voor Half-Penny, Two-Penny over de zoon uit de stinkend rijke familie Cleaver. Sterk nummer, al had gastmuzikant Steve Eisen zijn saxofoon bij het slot wel in de koffer mogen laten.
Met het korte A.D. 1958 lijkt de plaat af te sluiten, maar die eer gaat naar het nog kortere theaterpianootje van State Street Sadie, dat nog geen halve minuut duurt.

Eldridge Cleaver blijkt echt te hebben bestaan, zo wordt meteen in het begin van podcast ‘In the studio with Readbeard’ onthuld. Daarin zijn huidige leden én ex-lid Dennis DeYoung aan het woord. Het verval van het theater blijkt te staan voor het verval van de Verenigde Staten, zoals dat in 1979 zichtbaar werd. Thematiek afkomstig van DeYoung, die in een galerie het schilderij zag dat aan de basis van de hoes stond.
Wat ik niet meer wist is dat de groep vanwege antidrugslied Snowblind werd beschuldigd van satanisme door de PMRC van Tipper Gore. Zucht, daar keken we indertijd met verbazing naar. Interessant wat de heren in deze podcast daarover hebben te zeggen.

In Oor was Kees Baars positief, ook over de productie, die inderdaad voller klinkt dan op die vermaledijde voorganger. Het dubbele aantal sterren als ik die plaat gaf, gaat naar Paradise Theatre.
Mijn late ontdekking van het oeuvre van Styx blijft boeiend, zoveel is zeker. Met dit album was de groep weer in vorm. Ik weet inmiddels dat het hierna minder zou zijn geworden, maar misschien beleef ik dat wel anders? De reis door Styx' discografie gaat verder...

avatar van The_CrY
4,0
Paradise Theatre heb ik altijd zeer kunnen waarderen. Het is dan ook het enige album uit deze klassieke periode waar ik al een stem had staan voor ik aan de marathon begon, een vrij hoge ook. In de context van de discografie is het het eerste album dat echt volledig de pop omarmt en daarmee afstand doet van de elementen die op Cornerstone nog wel een beetje aanwezig waren; rock en overblijfselen van prog. Ook heeft Dennis DeYoung hier het creatieve heft gedomineerd en is dit een conceptalbum geworden over het verval van de Verenigde Staten. Ze hadden vast in een kristallen bal gekeken en visioenen uit het huidige jaar gekregen.

Ondanks dat dit het lichtste album tot nu toe geworden is blijft de kwaliteit doorgaans hoog. Het opent met een vlot DeYoung-nummer dat best lekker swingt, en aan zijn manier van zingen merk je dat de voorliefde voor theater nog meer naar voren wordt verschoven. Ook bij 'Nothing Ever Goes As Planned' en 'The Best of Times' ligt dat er erg bovenop en worden er allerlei blazers uit de kast getrokken om het allemaal nog meer aan te dikken; an sich mooie nummers, maar ik merk dat zijn manier van zingen mij wat tegen begint te staan. Vroeger kon ik ze beter hebben. Tommy Shaw laat zich wat naar de achtergrond drukken maar heeft twee nummers op zijn naam, te weten de grote hit 'Too Much Time On My Hands' en het ontspannen 'She Cares' welke allebei meer dan prima wegluisteren. 'Lonely People' is weer van DeYoung, maar bevat wat minder bombast wat me wel bevalt. De nummers van James Young zijn bij mij echter favoriet. 'Snowblind' bevat weer eens wat gitaar en is een trager nummer met prachtige zang en ditto gitaarsolo. 'Half-Penny, Two-Penny' heeft weer wat meer attitude en ontpopt zich van een redelijk standaard Young-rocker tot een mooi slotstuk met mooie toetsen, prachtige koortjes, en heerlijke gitaar leads.

Na dit album nog eens te hebben herbeluisterd ben ik merkbaar niet meer zo enthousiast als tien jaar geleden, toen ik ook al eens een stukje schreef. De tweede helft bevat mijn favoriete nummers, en de eerste helft de wat lichtvoetigere popsongs. Slecht is dit geenszins en de kwaliteit van de muzikanten kun je op meerdere momenten nog goed opmerken. Paradise Theatre is pop-Styx op hun best, zogezegd, en of je pop-Styx wil horen of niet is een ander verhaal. Momenteel ben ik er niet in de juiste bui voor. Ik trek er dus maar een halfje vanaf en blijf steken op 4 (overigens nog steeds welverdiende) sterren.

1. The Grand Illusion
2. Pieces of Eight
3. Crystal Ball
4. Cornerstone
5. Equinox
6. Paradise Theatre
7. Man of Miracles
8. Styx II
9. The Serpent is Rising
10. Styx

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 11:10 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 11:10 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.