MusicMeter logo menu
MusicMeter logo
poster

Big Star - #1 Record (1972)

mijn stem
3,96 (324)
324 stemmen

Verenigde Staten
Rock / Pop
Label: Ardent

  1. Feel (3:34)
  2. The Ballad of El Goodo (4:21)
  3. In the Street (2:55)
  4. Thirteen (2:35)
  5. Don't Lie to Me (3:08)
  6. The India Song (2:20)
  7. When My Baby's Beside Me (3:23)
  8. My Life Is Right (3:08)
  9. Give Me Another Chance (3:27)
  10. Try Again (3:32)
  11. Watch the Sunrise (3:45)
  12. ST 100/6 (1:02)
  13. In the Street [SIngle Mix] * (2:58)
toon 1 bonustrack
totale tijdsduur: 37:10 (40:08)
zoeken in:
avatar
4,0
Teenage kicks zijn nog nooit zo direct en compromisloos op de gevoelige plaat vastgelegd als hier. Een perfecte en exemplarische samenvatting daarvan zijn een tweetal ohs en oohs die misschien wel het hele spectrum aan puberale emoties bestrijken.

De eerste is te vinden aan het begin van The Ballad of El Goodo:

Years ago my heart was set to live, oh
I've been trying hard against unbelievable odds

Dit is de wanhoop, het gevoel dat alles tegenzit, dat opgroeien onmogelijk is, dat het leven nog zo lang is, dat de liefde verder weg is dan ooit.. het hele nummer valt op te sommen in die ene exhalatie. Vooruit, misschien zit er ook nog een toefje nostalgie in om het af te maken.

Moment twee staat aan de gelukzalige kant van het tienerbestaan, dat moment van roze wolken, vleugels en wind mee, te vinden in Thirteen:

Won't you let me walk you home from school
Won't you let me meet you at the pool
Maybe Friday I can get tickets for the dance
And I'll take you, ooh

Dit is natuurlijk anticipatie, maar het genieten is eigenlijk al begonnen. Alles is prachtig, het middel evenzo als het doel.

Pubers staan er toch wel een beetje bekend om dat hun gemoed in korte tijd radicaal kan omslaan, en daarom is het extra mooi dat deze twee liedjes gescheiden zijn door slechts een enkel ander nummer (In the Street, dat overigens ook nog eens geaard is in een derde typische puberemotie: verveling).

avatar van Tony
5,0
Alex Chilton had er al een “carrière” opzitten toen hij in 1971 begon aan het Big Star avontuur. Zijn voorliefde voor Memphis soulmuziek had hem er al in 1966 van weerhouden om met studiegenoot Chris Bell samen te werken. Chris was meer in Britse beatmuziek geïnteresseerd en dus ging ieder zijn eigen weg.

En Alex had succes. Hij werd het gezicht van de populaire groep The Box Tops, groeide uit tot een tieneridool en scoorde een wereldhit met The Letter. Maar hij was niet gelukkig, kon zijn artistieke ei niet kwijt in de Stax formule die The Box Tops was, liep op een avond zo van het podium en vertrok. Terug in Memphis kwam hij Chris Bell weer tegen die sessiemuzikant was en samen met Andy Hummel en Jody Stephens in een coverbandje zat. Samen vormden ze Big Star, genoemd naar de supermarkt tegenover de Ardent studio waar het album is opgenomen.

Waarom deze uitgebreide introductie? De achtergrond van Alex (Memphis soul) en voorkeur van Chris (Britse beatmuziek) zijn op een schitterende manier terug te horen op dit debuutalbum van Big Star. Alle composties staan op naam van Bell – Chilton, net als ooit Lennon – McCartney een geweldig complementair schrijversduo vormend.

Nummers als ‘The Ballad of El Goodo’ ‘Thirteen’ ‘Give Me Another Chance’ ‘Try Again’ en afsluiter ‘St 100/6’ zijn rustige ballad-achtige nummers en leunen heel sterk op de soulvolle melodie, prachtig vastgelegd met de akoestische gitaar als basisinstrument. Dit soort nummers zijn opvallend transparant en sprankelend op tape gezet. Je hoort ieder afzonderlijk instrument erg gedetailleerd voor een opname uit 1972. Let maar eens op de drums in ‘El Goodo’, geweldig. De Ardent studio was dan ook voorzien van het neusje van de zalm qua opnametechnieken in die tijd. En dan de teksten; Met name ‘Thirteen’ en ‘Give Me Another Chance’ zijn geschreven vanuit een tienerperspectief, neem het onschuldige van ‘Thirteen’, en dat werkt verrassend goed, het komt allemaal geloofwaardig over en je wordt in het verhaal gezogen.

Naast de rustige nummers heb je de sterke opener ‘Feel’, maar bijvoorbeeld ook ‘Don’t Lie to Me’ en ‘When My Baby’s Beside Me’ die veel meer power hebben en het vooral moeten hebben van de versterkte gitaarriff. Met name deze nummers luiden de geboorte van de powerpop in, stuk voor stuk schitterende melodieën versterkt door stevige gitaarrifs.

Maar daar blijft het niet bij. Neem een nummer als ‘The India Song’… Alsof ze naast de Beatles hebben gezeten toen die de Maharishi bezochten. De fluit is in dit nummer erg prominent aanwezig. En in opener ‘Feel’ is een prominente rol weggelegd voor blaasinstrumenten (trompet als ik me niet vergis). Samenzang die CSN&Y en The Beach Boys evenaren vind je op het hele album. Het begin van ‘Watch The Sunrise’ lijkt zo van Led Zeppelin IV te komen…. Ach, er is zoveel te ontdekken op dit geweldige album van Big Star, dat het bij iedere luisterbeurt beter lijkt te worden.

Frustratie over uitblijvend succes, onenigheid over de te volgen koers, een clash van persoonlijkheden Alex en Chris, dit alles luidde het vertrek van Chris Bell na dit debuut in, waarmee een eind kwam aan een unieke samenwerking van twee muzikale wonderkinderen. Het was het begin van het einde van Big Star.

avatar van WoNa
5,0
Dankzij 'Thirteen'' van Teenage Fanclub kwam ik inmiddels alweer een kwart eeuw geleden bij Big Star uit. Dat was echt liefde op het eerste gehoor. Niet eens dat ik alle songs echt top vind, de nummers die dat wel zijn zijn echter zo goed dat vijf sterren voor hen te weinig is en het gemiddelde vijf wordt.

Als ik lees onder welke omstandigheden de plaat tot stand gekomen is, hier en daar wat uurtjes bij elkaar sprokkelen in de studio waar drummer Jody Stephens werkte (en later eigenaar werd), dan komt er niets anders dan een delicaat meesterwerk tevoorschijn. De prachtige harmonieën op gitaar en zang zijn van hoge kwaliteit. De nostalgie naar een jeugd die al een tijd voorbij is en kalverliefde wordt zo mooi bezongen. In een aantal nummers raken zowel Chris Bell als Alex Chilton aan het beste in zichzelf en elkaar. De balans is voorbij perfect. Misschien ook wel te goed, beter dan zij konden verdragen. Bell verlaat de band al snel en niets wordt meer hetzelfde, ooit.

Ja, The Beatles zijn all over dit album, maar op een manier die niet alleen eer doet aan The Fab Four, het is ook een testament van de kwaliteiten die alle vier de leden van Big Star etaleren. Ze kunnen allemaal een goede song schrijven. Zo bekeken is het mij nog steeds een raadsel hoe dit album zo totaal onder de radar kon blijven, tot dat een paar bandjes uit de marge van de jaren 90 er naar gingen verwijzen en een van die twee, The Posies, zelfs mee op tour gingen met de twee leden, Chilton en Stephens, die er wel voor voelden om een herstart te maken. In ieder geval dank voor die verwijzingen, want ik had dit album niet graag willen missen.

Gelukkig heb ik het tribute concert in het Paard een aantal jaar terug kunnen zien. Wel triest om te constateren dat het enig overgebleven lid, drummer Jody Stephens, de zwakke schakel bleek in het geheel. Teveel foutjes.

avatar van Marco van Lochem
4,0
Big Star is een band die verrassend genoeg niet is doorgebroken bij het grote publiek. De in 1971 in Memphis Tennessee USA opgerichte band was vooral in zijn eerste periode erg goed.

Alex Chilton op gitaar en piano, Chris Bell op gitaar, Andy Hummel op basgitaar en Jody Stephens op drums waren de leden in die eerste 4 jaar. De eerste drie zongen ook, er was een grote bewondering voor The Beatles en kun je de stijl van het debuutalbum "#1RECORD" koppelen aan de Fab Four, maar er zijn ook connecties met de Rolling Stones en The Byrds. Chilton en Bell waren de belangrijkste songwriters en het album ademt variatie en kwaliteit. In ruim 37 minuten worden 12 liedjes gepresenteerd en er wordt met “FEEL” afgetrapt, soul, rock, heerlijk tempo, mooie zangpartijen, een te gekke opener. Hoogtepunt nummer één is “THE BALLAD OF EL GOODO”, een werkelijk fenomenaal mooi liedje. Geweldige opbouw, Byrds-achtige koortjes, beklijvende melodie en een subliem refrein. Ook in “IN THE STREET” waart de geest van The Byrds rond op het moment dat de koortjes beginnen en de 12-string gitaar prominent te horen is. De leadzang van Bell is net zoals in het openingsnummer lekker fel. “THIRTEEN”, gezongen door Chilton, is door het Amerikaanse muziekblad Rolling Stone bestempeld als één van de “mooiste vieringen van adolescentie”. Het klein gehouden liedje is dan ook van ongekende schoonheid. Bell trekt weer van leer in de stevige rocker “DON’T LIE TO ME”, dat een halverwege een kakafonie aan geluid produceert. “THE INDIA SONG”, geschreven en gezongen door Hummel is weer een Beatleske liedje, mooie samenzang, aanstekelijke melodie en niet te veel instrumentatie.

“WHEN MY BABY’S BESIDE ME” is een pakkende rocker met een heerlijke melodie en mooi gitaarwerk. “MY LIFE IS RIGHT” is ook weer zo’n liedje dat meteen raak is, bij de eerste luisterbeurt zat het in mijn systeem. Klein, dan weer uitpakken, mooie zanglijnen en koortjes, een geweldig nummer. Waar de nummers die Bell zingt vaak de stevige songs zijn, worden de rustpuntjes en melodisch erg aanstekelijke nummers gezongen door Chilton en dat geldt ook voor “GIVE ME ANOTHER CHANCE”. Mooie koor arrangementen, gitaar en subtiele bijdragen van andere instrumenten en op een fantastische wijze gezongen, top nummer! Als “TRY AGAIN” begint, zit je meteen in het liedje. Akoestische gitaar, mooie korte gitaarsolo en die komt gedurende het nummer vaker voorbij. Klein gehouden, maar krachtige gespeeld en gezongen liedje. “WATCH THE SUNRISE” heeft een prachtige intro, gitaar gedragen en Chilton geeft het nummer vocaal weer dat extra, waardoor het een boeiend liedje blijft. In het tweede deel komt er iets meer instrumentatie bij, krijgt het een Crosby, Stills, Nash & Young achtige sfeer en groeit het uit tot opnieuw een topper en één van mijn favorieten van “#1 RECORD”. Minder dan een minuut duurt de afsluiter “ST 110/6”, opnieuw hemelse koortjes en akoestische begeleiding. Had langer mogen duren.

Onbegrijpelijk, maar het succes van "#1RECORD" bleef uit en dat gold ook voor de opvolger "RADIO CITY". Mede daardoor én problemen met de platenmaatschappij ging de groep na album #3, "THIRD (SISTER LOVER)" uit elkaar. Vooral R.E.M. heeft niet onder stoelen of banken gestoken dat ze beïnvloed zijn door Big Star. Overigens zijn er meer bands die Big Star noemen als het gaat om inspiratie. Gelukkig is die waardering er dus wel gekomen en hebben ze vanaf de eerste helft van de jaren negentig tot ver in het nieuwe decennium daar nog van kunnen profiteren, want toen kwamen ze weer bij elkaar. In die periode brachten ze ook “IN SPACE”, het vierde en laatste album van de band uit. De kwaliteit van de eerste twee albums hebben ze hiermee niet kunnen benaderen, maar dat is ook erg lastig. Ken je de band nog niet, pak dit album er eens bij en wie weet word je wel verrast!

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 13:21 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 13:21 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.