Ik moet eerlijk bekennen: tot voor kort wist ik maar bitter weinig van de muziek van Sepultura. Natuurlijk ken ik wel enkele songs, en kan ik vooral de albums ‘Beneath the Remains’ en ‘Arise’ wel smaken, maar verder is het één groot zwart gat. Hoe dat komt, weet ik niet precies. Wellicht heeft de perceptie dat de Braziliaanse band niet mijn kopje thee is, altijd de bovenhand gevoerd.
Tot voor kort, dus. Want in het prille begin van dit jaar is Sepultura met een nieuw album op de proppen gekomen, en dat heeft me haast van m’n sokken geblazen. Sepultura kiest op ‘Machine Messiah’ (een plaat die vooral de alsmaar verder vorderende digitalisering van onze aardkloot als thematiek heeft) volop de kaart van de diversiteit, en dat vind ik zeer fijn. Dat ik een behoorlijke leek ben wat hun eerder werk betreft, is in dit geval ook een voordeel; het zorgt er namelijk voor dat ik grotendeels onbevangen aan de beluistering kon beginnen, en enkel moest afrekenen met die hardnekkige perceptie. Wat van een leien dakje liep.
Tien nummers lang laten de Brazilianen horen dat ze veel aankunnen. De titelsong, die de debatten mag openen, laat een traag, zwaar geluid horen. De doom van early Black Sabbath doemt op, zanger Derrick Green speelt afwisselend zanger en brulboei. Bijna zes minuten lang wordt je in een aardedonkere, tergend dreigende sfeer ondergedompeld. Het contrast met ‘I Am the Enemy’, dat daarna meteen furieus van leer trekt, kon niet groter zijn. Deze song is snoeihard en snel, en het thrashgeluid van de band wordt op geslaagde manier vermengd met hardcore punk. Een kopstoot vanjewelste!
Wie denkt dat daarmee de kous af is, komt bedrogen uit. ‘Phantom Self’ opent met een bossanova-ritme, om niet veel later open te barsten. Later in de song wordt het Latijns-Amerikaanse geluid ingenieus gecombineerd met een oriëntaals viool-ensemble, waarmee gitarist Andreas Kisser op indrukwekkende wijze in duel gaat. Kisser levert overigens over de volledige lengte van de plaat een glansprestatie; drummer Eloy Casagrande verdient ook een forse pluim.
‘Alethea’ weet als eerste song op de plaat niet compleet te overdonderen, maar blijft overeind als een bakstenen huis, wederom dankzij het fantastische gitaarspel. ‘Iceberg Dances’ is een inspirerende instrumental waarin Green zich even afzijdig houdt en de andere drie muzikanten hun kunsten mogen vertonen, sporadisch in de achtergrond bijgestaan door een Hammond-orgel.
Waar de eerste helft van het album werkelijk fabuleus klinkt, raakt de klad er op de tweede plaatkant wat in. ‘Sworn Oath’ gooit, met zijn symfonische, naar regelrechte bombast riekende geluid en catchy refrein, nog hoge ogen; daarna is het vet evenwel van de soep. Het moet wel gezegd dat de soep van zichzelf nog steeds voldoende gekruid is om een pittig smaakje te hebben, en aldus slaat de verveling gelukkig niet helemaal toe.
Al vroeg dit jaar heeft Sepultura voor een prettige verrassing gezorgd; dat er nog vele mogen volgen in 2017!
4 sterren