Bowie's muzikale loopbaan heeft zich gekenmerkt door een voortdurende honger naar vernieuwing.
Niet dat hij niet mee ging in lopende trends en muziekstromen, hij stond bij de oude garde bekend als de perfecte jatter. Maar onder het motto beter goed geleend dan slecht geleerd, heeft hij altijd op iedere nieuwe muzikale ontwikkeling zelf zijn signature goed achter weten te laten.
Zijn start werd bepaald door soft rock en singer songwriter-achtig materiaal, (David Bowie, Space Oditty) waarna al snel de rock (The man who sold the world)) om de hoek kwam, gevolgd door een rustig stapje terug (Hunky Dory) om daarna voluit te gaan in de Glamrock (Ziggy Stardust and the Spiders from Mars en Aladin Sane), een rock-achtig cover album met zijn favorieten uit de sixties (Pin Ups ) en zijn -in mijn ogen- magnum opus van de zeventiger jaren (Diamond Dogs), een enerverend album dat niet in een stijl is te omschrijven. Daarna had Bowie wel even genoeg van de Rockinvloeden en toog naar de USA om zich volledig onder te dompelen in white soul en funky music, Hij paste zijn looks aan, weg met de bliksemschicht en welkom nieuwe blonde soul-coupe, hij werd een gezien gast in de Hippe SoulTrain en snoof zich bijna volledig de hoek om (wie hem in de five years doc. ziet, een vel over been persoon achter in een limousine).
Hij verraste de muziek wereld met twee vooruitstrevende albums Young Americans, met gastbijdragen van vriend John Lennon en later in '76 het meesterwerk Station to Station. Die albums brachten de fenomenale singles Fame en Golden Years voort. Op deze manier groeide Bowie's schare wederom.
Hij realiseerde zich dat hij zich moest bekommeren om zijn gezondheid en stond weer op een tweesprong in zijn muzikale loopbaan, tijd voor een chance of scenery, producer en voor nieuwe muziek. Berlijn werd de nieuwe uitvalsbasis en Eno werd ingevlogen om de nieuwe muzikale bloedstroom van een uitgelezen productie te voorzien. (Visconti verdween voor een tijdje achter de coulissen)
Na eerst nog met zijn "oude" look de film The man who fell to earth te hebben opgenomen, kwam Bowie terug in Europa voor langere tijd. De Berlijn trilogy werd opgenomen, Low, Heroes en `Lodger) alhoewel dit niet helemaal correct is, aangezien Lodger in Zwitserland werd opgenomen.
Deze hele periode markeerde een nieuw Bowie tijdperk met Heroes als onbetwist meesterwerk. De single staat bij veel mensen synoniem voor wat Bowie in die tijd uitstraalde, de geëngageerde popmusicus.
Bowie begon de jaren tachtig spannend met het onvolprezen Scarry Monsters and SuperCreeps, ook dit was weer een vooruitstrevend album welk het nodige vroeg van zijn followers, Robert Fripp domineerde op een aantal tacks, dit album bracht ook de bijzondere single Ashes to Ashes waarin Bowie refereerde naar Major Tom en een van zijn grootste hits zou worden.
Na enkele jaren bezinning koos Bowie weer voor een volledige nieuwe invalshoek, met Let's Dance veroverde hij de wereld met toegankelijke "mainstream" pop die toch ook nu weer zijn eigen signature droeg. De eerste grote Stadium tours over de hele wereld bleken zeer succesvol. De opvolger werd het vaak verguisde Tonight -terwijl ik dat persoonlijk niet vind onderdoen voor Let's dance-, Bowie werd door vele muziek critici afgeschreven. Weer enkele jaren rust en Bowie kwam enthousiast en gedreven uit de startblokken met Never let me Down, dat werd opgehangen aan de Glass spider tour (een van de tracks op het album) Bowie had zichzelf weer opnieuw uitgevonden met een crossover van de Ziggy periode, de mainstream pop en de muziek die in dat tijdsgewricht en voque was. De tour was redelijk succesvol, een volgepropt podium met veel dansers en Bowie die op een stoel naar beneden werd gelaten in het intro. Creatief gezien werd het als ondermaats beschouwd. Later zou Bowie ook zelf zeggen dat dit een van zijn minst geslaagd albums was, in 2018 werd een volledig nieuw opgenomen versie toegevoegd aan de vierde Bowie era box Loving the Alien.
Wederom een bezinningsperiode en in 89 kwam Bowie terug als "Bandlid" ja ja van Tin Machine, met een muzikale koers die weer volledig afweek van al het voorgaande werk. Grunge, garagerock en wat dies meer zei lag hieraan ten grondslag. Persoonlijk kon het mij in die tijd beslist niet boeien. ik was zelf voor het eerst in 20 jaar teleurgesteld in zijn muziek keuze en ontwikkeling ( het is late volledig goed gekomen bij Hours en Heathen). Voor de liefhebbers van de soort, bleek het een buitenkans, maar een doorslaand succes werd het zeker niet. Na twee studio albums - en een live album stierf Tin Machine een zachte dood.
Bowie werd verliefd op Iman en ging terug naar de tekentafel, tijd om weer een stap terug te doen in zijn eigen loopbaan en zich weer te richten op funky en dance muziek met een vleugje Rock' Roll.
Dat kwam allemaal samen op Black Tie White Noise. een album met een volstrekt andere muzikale inhoud als al zijn voorgaande werk. Het opent met wedding bells en sluit af met de Wedding song. Daartussenin een scala aan stijlen, veel met blazers en funky invloeden, wat ook logisch is met Nile Rodgers als producer en Lester Bowie spelend op zijn trompet. In I feel free wordt Bowie kort herenigd met Mick Ronson, de gitarist van The Spiders from Mars, die op dat moment al zwaar ziek is, Niet lang na het uitkomen VAB BTWN is hij overleden. Opvallend is de single Jump They say, een uptempo song waarvan de tekst deels refereert naar de suicide van Bowie's broer Terry in 1985 en deels naar Bowie's sprongen in het onbekende.
Een ander hoogtepunt voor mij is Niteflights een Bowie bewerking van het Scott Walker nummer. Een zanger die hij erg bewonderde. Ook -bijna- instrumenten stukken op dit album, maar onvergelijkbaar met de zware synthesizer-partijen op Low en Heroes. Hier dance invloeden in het swingende Pallas Athena.
Het album werd verdeeld ontvangen, sommigen haalden opgelucht adem (ik) en andere vonden het door de dance invloeden te mainstream.
Toch blijkt na twintig jaar het album nog niets aan kracht te hebben ingeboet. Menigeen heeft naar de vinyl versie uitgekeken en ik lees zelfs hier en daar een "opwaardering'.
Ik heb het album heel regelmatig nog gedraaid, het is zeker niet mijn Bowie-favoriet maar het zweeft ook zeker niet in de onderste regionen. Een volwassen, opgewekt en gedegen werkstuk dat goed overeind is gebleven in Bowies muziekgeschiedenis.
De maestro zelf ging zich weer bezinnen en verdiepen en kwam - na het "tussendoortje" de soundtrack voor The Bhuda of Suburbia- in 1995 met 1.Outside (The Nathan Adler Diaries: A Hyper Cycle) een lang en ingenieus album, dat door velen (waaronder ikzelf) pas veel later op waarde werd geschat.