Oké, aangezien er weer een nieuwe plaat aankomt, was ik weer een beetje in mijn oude Pearl Jam-albums gedoken. Eerst was het vooral de bedoeling om een beoordeling te geven aan het enige album waar ik nog geen stem had staan (de Avocado). Toen werd het mijn doel om alsnog iets te schrijven bij alle albums waar geen recensie van me stond. Uiteindelijk werd het een Wordbestand van ruim 25 pagina's met track-by-track besprekingen van alle tien de studioplaten van de band tot dusver, en de verzamelaar Lost Dogs.
Ongetwijfeld alleen interessant voor mensen met te veel tijd en dezelfde obsessies als ik, maar aangezien we allemaal min of meer in quarantaine zitten en ik het schrijfwerk toch al heb gedaan, zal ik de komende dagen bij de albumpagina's de stukken plaatsen. Hier volgt de eerste:
***
'Hear my name, take a good look: this could be the day'
Het debuut dat als een schaduw over hun carrière zou hangen: later herinnerd als het nooit-meer-te overtreffen meesterwerk, indertijd juist afgedaan als commerciële uitverkoop.
Een uitgekiende marketingstunt was het allerminst: de gitarist (Stone Gossard) en bassist (Jeff Ament) stonden op het punt door te breken met een eerder bandje (Mother Love Bone) toen de zanger (Andrew Wood) stierf aan een overdosis. Ze maken een doorstart met hulp van een broze, verslavingsgevoelige gitarist (Mike McCready) en een vat vol jeugdtrauma’s (Eddie Vedder) als zanger.
Ten is, wat je er ook van vindt, een creatieve explosie. De plaat werd razendsnel opgenomen, een spasme van passie en frustraties die zich een weg naar buiten vochten. Alleen een debuut kan zo urgent zijn, en weinig debuten zijn zo urgent als deze. Het album heeft nog steeds een onmiskenbare magie, die bijna zijn gelijke niet kent.
Tegelijkertijd leunt de band nog wel héél erg op grote gebaren, gezwollen sentiment, en - vooral in sommige coupletten- spierkracht boven melodie. Later hebben ze veel meer eigenzinnige, meer authentieke muziek gemaakt, die altijd overschaduwd zou worden door de culturele impact van Ten. Dat blijft toch wel een beetje jammer, vind ik.
'Once'
Na een kort muzikaal intro dat later ‘Master/Slave’ werd genoemd, meteen het eerste voorbeeld van overdadigheid, een schreeuwerig nummer met te veel echo. Als dit geflirt met moordzucht in 2020 zou uitkomen, had Twitter moord en brand geschreeuwd, en misschien niet helemáál onterecht. Desondanks een sterk opgebouwde, krachtige opener, waarvan vooral de grommende bridge (‘Rrrmmbackstreet lover on the side of the road…’) nog steeds mijn nekharen overeind krijgt.
'Even Flow'
Meer gespierde riffs, en meer echo. Lijkt zich tijdens de sloganeske coupletten te ontwikkelen tot één van de minder memorabele nummers, maar bloeit in het refrein ineens helemaal open. Vrij goed nummer uiteindelijk, dat wel een beetje mazzelt met de zeitgeist waarin het werd gemaakt, en de plaat waarop ie terechtkwam.
'Alive'
Oorspronkelijk de grote hit van het album, en nog steeds een nummer waarop zoveel klopt dat je zelfs de wat slecht gedateerde freudiaanse bespiegelingen van Vedder voor lief neemt. Het monsterlijke riff en het epische refrein hebben de tand des tijds wel prima overleefd, maar tijdens de gitaarsolo van McCready gaat mijn denkbeeldige grungekapsel pas echt weer wapperen.
'Why Go'
De tekst van Vedder, over een meisje dat zonder goede reden door haar ouders in een instelling wordt opgesloten, is wel een van de betere op het album, buiten dat vind ik dit een wat schreeuwerig, stug nummer, één van de mindere van het debuut. Het is de eerste compositie van bassist Jeff Ament die we tegenkomen, zijn bijdragen aan het songboek van Pearl Jam zouden altijd wat wisselvallig blijven.
'Black'
Verscheen nooit op single maar heeft intussen ‘Alive’ ingehaald als hét Pearl Jam-anthem. En terecht: de door piano gedreven muziek van Stone Gossard (op dat moment de belangrijkste componist van de band) is al majestueus, en dan komen daar Vedders vocalen nog overheen: ‘All the love gone bad turned my world to black/ tattooed all I see, all that I am, all I'll ever be.’ Veel directer en aangrijpender wordt liefdesverdriet in muziek niet.
'Jeremy'
De tweede compositie van Ament is dan juist weer een echte klassieker, en niet alleen doordat het één van de weinige Pearl Jam-singles is met een fatsoenlijke videoclip. De koele funkrock en wat dik aangezette tekst weten het complexe onderwerp (een jongen die zelfmoord pleegt voor de klas) precies de juiste punch mee te geven. ‘Try to forget this/ try to erase this/ from the blackboard…’
'Oceans'
Surfer Eddie Vedder zou tijdens zijn loopbaan nog vaak in zijn teksten verwijzen naar het Grote Zoute, en de golven en stromingen waaraan dat onderhevig is, maar zelden zou het zo mooi zijn als hier. De eerste seconden zijn het fraaist, maar ook de verrassend hoge tonen in het refrein maken indruk. Meest sentimentele nummer van het album, misschien wel, maar Vedder gelóóft duidelijk oprecht dat ‘we’re all allowed/ to dream of the next time/ we touch…’
'Porch'
De enige solocompositie van Vedder hier zet de sterke lijn door: heerlijk intro, lekker heftig middenstuk, en bovendien iets wat sommige liedjes van Ten stiekem wel een beetje ontberen (en wat wordt gecamoufleerd door alle grote gebaren): een fantastisch refrein, waarbij wanhoop zowaar catchy wordt.
'Garden'
Na het geweldige middenstuk landt de plaat weer enigszins op aarde met het minst sterke nummer. ‘Garden’ moet het vooral hebben van het sfeervolle arpeggio-achtige gitaargepingel tijdens de coupletten. Ondanks zijn geweldige strot is Vedder hier het grootste probleem, met zijn irritante gebrom en tekst vol tegeltjeswijsheden. Een van de weinige momenten die oprecht het verwijt verdient dat Pearl Jam vaak onverdiend krijgt: gebakken lucht.
'Deep'
De band, zowel ritmesectie en gitaristen, stijgt boven zichzelf uit, en Eddie Vedder laat zich graag met de storm meevoeren. Puur melodieus gezien zijn er weleens betere liedjes geschreven, maar de rauwe intensiteit van ‘Deep’ doet me, vooral in vergelijking met de gladheid van veel rockbands in de 21e eeuw, afvragen of de recensenten die indertijd Pearl Jam als een stel commerciële strebers afdeden hun grungekapsels voor hun oren hadden hangen?
'Release'
Een nummer waar nogal verschillend over gedacht wordt onder Pearl Jam-fans. Wat langdradig en pathetisch is het zeker (pathetisch zelfs voor Pearl Jam-begrippen, bedoel ik), maar het lijkt me sterk dat er Pearl Jam fans zijn die het moment dat Vedder zingt: ‘I’ll wait up in the dark/ for you to speak to me/ I opened up/ release me…’ niet aangrijpend vinden. Waardige afsluiter, zij het dat ‘Master/Slave’ ook nog even mag komen opdraven.