OK, ik hap toe: ik beken zonder schroom dat ik de eerste vijf albums van mijnheer Marx gewoon in de kast heb staan. Waarom? Omdat het in zijn soort gewoon bovengemiddeld goede poprock is, zonder al te veel pretenties. Er zijn van die muzikanten die gewoon een goed album willen maken op basis van hun eigen smaak: redelijk tot goed geschreven liedjes met een kop en staart, uitgegevoerd door competente (vaak studio-)muzikanten en opgenomen volgens het boekje: met een goede balans tussen instrumenten en een mix die prettig in het gehoor ligt en het bijgevolg goed doet op de radio. Verder geen diepgravendheid of andere bijbedoelingen, gewoon een leuke, aantrekkelijke plaat met zelfgeschreven nummers.
Dat heet dan al gauw 'commercieel' en gelikt', maar in wezen doen ze niets anders dan wat andere, vaak hoger gewaardeerde muzikanten doen: hun hart volgen en doen waar ze het beste in zijn. Natuurlijk, in het geval van Marx en veel van zijn AOR-soortgenoten is dit vooral entertainment zonder al te veel diepgang, maar het verbaast me altijd hoe muziek uit deze categorie door veel mensen al bij voorbaat wordt afgeserveerd als lichtgewicht, oppervlakkig en niet echt serieus te nemen. Je moet bijna automatisch in een verdedigende houding schieten als je uitlegt waarom je van dit soort muziek houdt.
Over dit album: het debuut van Richard Marx kende geen Nederlandse hits, dus het is niet zo gek dat je er op basis van de radio niets van kent. Alleen Endless summer nights haalde hier destijds de tipparade en was dus wel eens op de radio te horen. Dat was in de VS wel anders: daar was dit een megasucces, zoals
vigil hierboven al aangeeft.
Hij staat nog altijd te boek als de enige artiest ooit van wie de eerste zeven uitgebrachte singles allemaal de top-5 haalden in de VS. Daarnaast heeft hij in totaal 14 (!) #1 hits op zijn naam in de verschillende Billboard-lijsten, vooral ook als songwriter voor en met anderen (Dance with my father van Luther Vandross bijvoorbeeld).
Geen kleine jongen dus, en Marx heeft zijn schaapjes inmiddels wel op het droge. Hoewel hij nog steeds albums maakt, waren zijn hoogtijdagen toch vooral beperkt tot de periode 1987-1991. Hij lijkt nu een beetje vergeten te zijn; in Nederland herinneren we hem voornamelijk dankzij Right here waiting, een weliswaar goed gemaakt, maar toch vrij klef nummer.
Toch mag ik met name zijn eerste drie albums af en toe nog graag opzetten. Dit debuut is het meest poppy van allemaal, ook omdat hij tamelijk 'geproduceerd' klinkt, als in 'een typisch jaren tachtig-geluid'. Met name zijn derde, Rush street, is wat steviger en tekstueel ook wat volwassener. Dat is best een aanrader voor liefhebbers van het genre. Ik heb op zijn minst waardering voor het vakmanschap waarmee dit debuutalbum gemaakt is. Een waardering van 1,0 lees ik als: volstrekt ondermaats in alle opzichten en eigenlijk niet om aan te horen. Iedereen heeft recht op zijn mening, maar daar lijkt me hier geen sprake van.