MusicMeter logo menu
MusicMeter logo
poster

Dio - The Last in Line (1984)

mijn stem
3,85 (164)
164 stemmen

Verenigde Staten
Rock / Metal
Label: Vertigo

  1. We Rock (4:34)
  2. The Last in Line (5:43)
  3. Breathless (4:05)
  4. I Speed at Night (3:20)
  5. One Night in the City (5:14)
  6. Evil Eyes (3:37)
  7. Mystery (3:56)
  8. Eat Your Heart Out (3:47)
  9. Egypt (The Chains Are On) (6:57)
  10. Eat Your Heart Out [Live] * (5:11)
  11. Don't Talk to Strangers [Live] * (6:02)
  12. Holy Diver [Live] * (4:23)
  13. Rainbow in the Dark [Live] * (4:43)
  14. One Night in the City [Pinkpop Festival, Geleen, 1984] * (5:55)
  15. We Rock [Pinkpop Festival, Geleen, 1984] * (5:05)
  16. Holy Diver [Pinkpop Festival, Geleen, 1984] * (4:28)
  17. Stargazer [Pinkpop Festival, Geleen, 1984] * (1:53)
  18. Heaven and Hell [Pinkpop Festival, Geleen, 1984] * (13:03)
  19. Rainbow in the Dark [Pinkpop Festival, Geleen, 1984] * (5:11)
  20. Man on the Silver Mountain [Pinkpop Festival, Geleen, 1984] * (8:14)
  21. Don't Talk to Strangers [Pinkpop Festival, Geleen, 1984] * (5:38)
toon 12 bonustracks
totale tijdsduur: 41:13 (1:50:59)
zoeken in:
avatar van wizard
3,0
Ik had niet gedacht om het ooit bij een plaat van Dio neer te zetten, maar ik heb me tijdens het luisteren naar The Last in Line flink lopen ergeren. Niet omdat ik bezig was met iets wat niet lukte, maar vanwege het muzikale gebodene.
Laat ik positief beginnen: Dio is een van de beste zangers die ik ken, en Vivian Campbell kan wel een aardig potje gitaar spelen (understatement).
Op zich begint het album wel goed, met We Rock en het titelnummer, en ook I Speed At Night is goed te genieten, maar na die nummers heb ik het album ook wel gehoord. Kijk, dat de productie van de plaat me niet aanstaat, daar kan ik nog overheen komen. En die gedateerde keyboardgeluidjes, daar luister ik wel omheen als het moet. Maar het verschrikkelijk saaie drumwerk van Vinnie Appice 40 minuten moeten doorstaan wordt al lastig. Tel daarbij op dat de hele plaat klinkt als een zoekplaatje: “noem bij dit stukje muziek op welk nummer van Holy Diver dit lijkt”. Egypt is misschien een uitzondering, maar daarvan zat ik de eerste 20 seconden te twijfelen of Dio misschien Gates Of Babylon opnieuw had opgenomen. Ziehier mijn frustratie groeien. Maar de emmer liep bij mij echt over toen het me ergens halverwege kant 2 op begon te vallen dat de teksten op dit album vooral bestaan uit het veelvuldig herhalen van de titel met nog 2 of 3 zinnen of zo. Brr. Inspiratie op?
Al met al was ik erg blij dat deze plaat weer afgelopen was. Ik was al niet zo’n hele grote fan van Holy Diver, maar dit is nog minder. Doet u mij maar Lock Up The Wolves of Strange Highways.

Dit is typisch zo’n plaat die ik heel soms ga luisteren, en dan meteen weer weet waarom ik hem zo lang niet had geluisterd. Dat soort platen krijgt van mij 2.5*.

avatar van RonaldjK
3,5
Op een zonovergoten dinsdagochtend vertrok ik stipt om half 9 naar de Grote Stad, om de nieuwe Dio te gaan kopen in de grootste platenzaak aldaar. Dat moet 3 juli 1984 zijn geweest, want de plaat was nét uit. Opstaan, ontbijt en vertrek waren strak gepland: deze plaat moest ik onmiddellijk hebben!
Concerten in Vredenburg in december 1983 (ik had het van de radio opgenomen in KRO’s Rocktempel, hier een heerlijk verslag) en op Pinkpop in juni 1984 hadden bevestigd dat de groep een ijzersterk geheel vormde.

Iets na 9 uur betrad ik de winkel, waar slechts één medewerker rondliep. Op dit vroege uur zette hij nieuwe platen in de bakken, waarbij hij kéihard Gold van Spandau Ballet had opstaan. Het liedje met zijn sterke melodie en knallende congo’s denderde door de winkel met zijn grote oppervlak. Genieten!
The Last in Line had ik snel gevonden. Opnieuw een fascinerende hoes. Hier een oude beschaving met misvormde mensen in de schroeiende zon en dat lelijke demonachtige wezen van de vorige plaat. Op naar de kassa, afrekenen en snel terug naar huis.

Ik was razend benieuwd. Dio was de zanger die ik in 1980 met Black Sabbaths Heaven and Hell ontdekte, waarna ik zijn discografie ging ontdekken. Zo was ik getuige geworden van zijn ontwikkeling van de boogie-achtige hardrock van Elf, via de klassiek-beïnvloede hardrock van Rainbow naar de gitaarmuren van Sabbath. Vanaf Rising (1976) waren zowel de muziek iconisch als de allegorische teksten fascinerend. Op het debuut met Dio waren het beste van Rainbow en Sabbath samengekomen, waarbij het ultieme zangtalent de longen uit zijn lijf zong, mij opnieuw omver blazend.
Mijn favoriete ritueel volgde. Pas thuis de binnenhoes bekijken, daarna voorzichtig het vinyl eruit, het label ervan bekijken. Hoera, mijn favoriete: die met dat ruimteschip! De plaat ging op mijn het jaar ervoor verworven platenspeler met grote boxen. De naald daalde voorzichtig in de groef. Muziek op het volume dat mijn moeder haatte.

In 2002 zag ik de tweede film in de reeks Lord of the Rings van Peter Jackson en was enigszins teleurgesteld: het was goed, maar iets ontbrak. ‘Waar ken ik dat gevoel toch van?’ dacht ik toen, om uit te komen bij deze tweede Dio. Soms is een debuut zó goed, dat de opvolger, hoe degelijk ook, tegenvalt. Qua opbouw lijkt The Last in Line namelijk sterk op de voorganger. Ook na herhaaldelijk draaien concludeerde ik in die zomer dat dit een herhaling van zetten was. Ik had verwacht weer verrast en continu meegesleept te worden door Dio & co, maar dát ontbrak.
Nu ik het album weer draai (helaas heb ik dat vinyl niet meer, wel op cd) valt bovendien op dat de “grom” in zijn stem standaard was geworden. Overdaad schaadt, waardoor deze climax in zijn stem niet meer opvalt. Luister maar eens naar Breathless: continu die rauwe stem, maar als hij op 3'17" met lichtere stem zingt, pakt me dat opeens! Had Dio maar meer variatie ingezet... Zijn zangtechniek werd door Ken Tamplin uitgelegd in deze minicursus en meer in deze analyse.
Qua teksten bleef het interessant. In opener We Rock klinkt in de coupletten de levensvisie van Ronald Padavona; The Last in Line interpreteerde ik als zijn beeld bij het laatste oordeel, een echo van zijn Rooms-Katholieke jeugd; Mystery heeft een mooie tekst bij een nummer dat ik net iets te popachtig vond, een zwakkere versie van Rainbow in the Dark op de voorganger; in Egypt wordt een aangrijpend beeld van slavernij neergezet.

Genoeg over de zanger, Dio was een groep. Bij dit album geniet ik nog altijd van het gitaarwerk van Vivian Campbell (je zal als jonkie maar de schoenen van Ritchie Blackmore en Tony Iommi moeten vullen, maar het lukte hem!) en de nummers One Night in the City, Evil Eyes en Egypt. Op dat laatste nummer vloeien de klassieke stijl van Rainbow en het logge geluid van Black Sabbath samen. Her en der klinken de toetsen van Claude Schnell, die was toegetreden als volwaardig groepslid. Het ritmetandem Jimmy Bain en Vivian Campbell speelt herkenbaar hoekig en degelijk.

Ooit las ik de tip die BlauweVla in 2007 gaf, eentje die inderdaad werkt. Desondanks wordt duidelijk dat het qua composities minder is dan op de voorganger. Er was daarbij een format gevormd waaraan de band in alle bezettingen zou vasthouden. De creatieve ontwikkeling van de kleine man met de grote stem, mijn zangheld in die dagen, verflauwde.
Voor mij een dikke zeven voor dit album, mede dankzij het sterke spel van de groepsleden. Na de dikke negen (misschien gaf ik toen wel een tien) voor Holy Diver was dat een tegenvallertje.

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 06:22 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 06:22 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.