MusicMeter logo menu
MusicMeter logo
poster

Tin Machine - Tin Machine (1989)

mijn stem
3,41 (157)
157 stemmen

Verenigd Koninkrijk
Rock
Label: Virgin

  1. Heaven's in Here (6:06)
  2. Tin Machine (3:36)
  3. Prisoner of Love (4:51)
  4. Crack City (4:36)
  5. I Can't Read (4:53)
  6. Under the God (4:07)
  7. Amazing (3:06)
  8. Working Class Hero (4:43)
  9. Bus Stop (1:42)
  10. Pretty Thing (4:39)
  11. Video Crimes (3:54)
  12. Baby Can Dance (4:57)
  13. Run * (3:20)
  14. Sacrifice Yourself * (2:11)
toon 2 bonustracks
totale tijdsduur: 51:10 (56:41)
zoeken in:
avatar van c-moon
5,0
Ben een echte fan van dit korstondige project van Bowie, de broers Tony & Hunt Sales en Reeves Gabrels! Heb de plaat toen grijsgedraaid.. En nu zet ik hem nog geregeld op.. Topalbum...

De opvolger "II" was wat minder, maar zeker niet slecht. TIN MACHINE luister ik vaak in combinatie met ervoor of erna de Bowie-albums "Diamond Dogs", "Ziggy Stardust..;" "Alladin Sane"...

Het was toen toch wat he.. Vier heren in maatpak die broeierige stomende scherpe stadsrock spelen...

De plaat staat vol met favorieten: van de 'naamsong' "Tin Machine", over de powerballad "Prisoner of Love", naar de bo-diddley-punky-trashy rock van "Crack City", leuke riff...

"I can't Read" is absoluut schitterend (het zou later trouwens opnieuw verschijnen onder Bowies eigen naam op de soundtrack van "The Ice Storm".

"Under The God" is Tin Machines grote "fuck off" aan racisten allerlanden 'white trash picking up nazi flags...', en ook een brutale in your face rocker. Fijn...

"Amazing" is een ietwat overbodige ballad.. niet slecht, maar ook niet zo bijster origineel...

"Working Class Hero" is een meesterlijke interpretatie van deze LENNON song...

"Bus Stop" is een aardige gitaarpopliedje, meer niet... "Pretty Thing" is aardig, 'shake that pretty thing'...

Een absolute topper is toch ook wel "Video Crimes"...

"Run" en "Sacrifice Yourself" staan enkel op de CD versie van de plaat, niet op de vinyl versie (die ik ook heb), en zijn niet echt onmisbaar...

Met "Baby Can't Dance" wordt zoals men dat zegt "ge-eindigd in schoonheid"

Scheurende gitaren, strakke bas, pottige drums, en een Bowie in topvorm die hier weer grootse vocalen neerzet .. goh, en de teksten mogen er ook zijn!

Een echte revelatie na het toch wel absolute dieptepunt "Tonight" (1984) en het toch ook maar slappe "Never let me down" (1987). Ja, ik had het bijna wél gedaan, meneer Bowie ;-D

TIN MACHINE bleek het vertrekpunt voor een herboren Bowie! Daarna zou immers het onvolprezen "The Nathan Adler Diaries; a hypercycle: 1. Outside" volgen, de drum & bass uitstap "Earthling", ... "hours"... enfin... een nieuwe start dus..

Goh, SoundWave: dat je die Tin machine platen weg gedaan hebt.. Tsss..

TOP PLAAT DIT !!!

avatar van deric raven
3,5
De jaren 80 waren commercieel gezien voor David Bowie niet verkeerd.
Artistiek was het een heftige bloedarmoede.
Totaal uitgeblust.
Teren op oude successen.
Never Let Me Down als absoluut dieptepunt.
Nummers die voor Iggy Pop geschreven waren in een nieuw jasje gestoken.
Gelukkig probeerde hij eind van het decennia iets anders.
Hij begon een eigen band.
Soort van project om inspiratie op te doen.
Gemoedsvol de jaren 90 in.

Samen met Lou Reed ( New York) en Iggy Pop ( Brick By Brick) maakten ze albums over het verval van de grote stad.
Het broeierige Amerika als uitvalsbasis.
De adem van escalatie voelend in de nek.
Gewelddadige arrestatie van Rodney King als de zwarte verkoolde pagina.
Medeoorzaak aan de rellen in Los Angeles.
Draai vervolgens Under The God.
Luister naar de tekst.
Schrikbarende overeenkomsten.

Tin Machine is een geslaagde stap te noemen.
Bowie is op de juiste weg terug.
Al haalt het tweede album niet dit nivo.
Hij had het beter bij een eenmalig uitstapje kunnen houden.
Deze wederopstanding van Ziggy Stardust.
Met het liefdeslied Prisoner Of Love als hoogtepunt.

avatar van BoyOnHeavenHill
4,5
Tja, ik kan me wel wat voorstellen bij de kritiek die er indertijd op dit project was: in de jaren 70 was Bowie geheel z'n eigen man en maakte hij muziek die niemand anders maakte, in de jaren 80 ging hij dan op de commerciële toer (zoals dat toen heette), en toen hij daarna weer zijn "street credibility" terug wilde winnen ging hij in zee met een paar ruige mannen in de hoop dat hun ruigheid ook op hèm af zou stralen, "maar daar trappen wij als serieuze muziekcritici natuurlijk niet in!" Maar geloofwaardig of niet, uiteindelijk draait het toch om de muziek, en hoewel natuurlijk totaal anders dan Bowie's jaren-70-platen (maar waren die onderling niet óók al totaal anders?) is dit wat mij betreft het eerste album vanaf Low dat van een vergelijkbaar niveau is.
        Reeves Gabrels doet niet alleen uiterlijk maar ook qua gitaarspel aan Robert Fripp denken, en hoewel ik de laatste zou zijn om hem even hoog in te schatten heeft hij toch wel een heleboel grove solo's en swingende riffs in huis, en met zijn sound is ook niets mis, zodat hij mooi past in het rijtje meestergitaristen die van Bowie altijd de vrije hand kregen om uit de bocht te vliegen (Ronson, Slick, Fripp, Belew, Vaughan), terwijl hij toch ook mooi "klassiek" kan spelen (zoals op Prisoner of love en Run). Daarnaast kan Hunt Sales zowel spijkerhard slaan als uiterst subtiel begeleiden en legt broer Tony een degelijk basfundament onder het geheel, zodat de ritmesectie Gabrels alle ruimte kan gunnen zondeer zelf ondergesneeuwd te raken. Met zo'n strakke band klinken zelfs de wat mindere nummers als Crack City en Working class hero nog lekker (vooral met dank aan de geluidseffecten die Gabrels net als Fripp uit zijn gitaar weet te persen), en wanneer het raak is is het meteen ook wel héél erg goed, zoals op het titelnummer, het tedere Amazing, het ontroerende Bus stop, het gejaagde Run en het scheurende Baby can dance. Nee, het is geen grunge, het zijn geen "angry young men", en wie Bowie's (indertijd) nieuwste stijlkeuze niet gelooft hoort hier slechts mislukte wannabe-metal in, maar wat mij betreft overtuigt Bowie hiermee ten volle, ook qua composities, teksten en zang – een uiterst geslaagd huwelijk tussen een artiest die weer terug is op de toppen van zijn kunnen en een begeleidingsband die alles kan (en mag) spelen.

avatar van RonaldjK
3,0
Kort voor Kerst kreeg ik zin in David Bowie. Schafte her en der werk van hem aan dat ik nog niet had, waarbij dit debuut van Tin Machine.

Daarvan herinner ik me de verbazing in de pers: Bowie in een band? We kenden hem immers alleen maar solo, op het enigszins obscure werk van vóór zijn debuut in 1967 na.
Bovendien hadden we enkele jaren van popgerichte, minder vernieuwende Bowies achter ons: Let's Dance, Tonight en Never Let Me Down. Verder was hij druk met de nodige filmrollen en succesvolle tournees. In de ogen en oren van velen was hij veranderd van trendsetter in een trendvolger; plotseling klonk hij... ruig?!
Bovendien met teksten waarin hij "fel van leer trekt tegen crackdealers en oprukkend fascisme", zo noteerde Oor's Popencyclopedie later.
Gitarist Reeves Gabrels was in '89 voor mij een nieuwe naam en dat de ritmesectie van Iggy Pops loonlijst kwam, was bij voorbaat interessant. Bovendien assisteert ene Kevin Armstrong op slaggitaar en Hammondorgel.

De eerste indruk is dat ik het album lang vond duren maar ik ben dan ook niet zo van garage rock 'n' roll, compleet met galmend drumgeluid; 14 tracks op cd is wat veel.
Bij vaker draaien valt uiteraard meer op. Zovele jaren later wordt gesteld dat Bowie toch weer trendsetter was geworden, omdat hij vooruitliep op grunge. Al denk ik niet dat de namen uit die stroming daadwerkelijk Tin Machine als invloed noemen, er zit met deze garage rock 'n' roll een kern van waarheid in.

Decibellen gaan de strijd aan met melodie. Dit met wisselend resultaat. Verbazingwekkend is dat met een bluesshuffle wordt gestart via Heaven's in Here en met Tin Machine wordt de boel eens extra opgejaagd. Stevig is het zeker, pakkend nog niet.
De melodie wint het voor het eerst in Prisoner of Love en twee nummers verder in I Can't Read. Melodie en vuige gitaren komen raak samen in het rockende Under the God, waar Gabrels' bijzondere gitaarlijnen klinken.

Opvallende zaken in de tweede helft. John Lennons Working Class Hero is ongewoon in het jasje van Tin Machine, ik heb er opnieuw weinig mee. Bus Stop een aangenaam miniatuurtje met zijn 102 seconden, in Video Crimes zijn rock 'n' roll en melodie aardig in evenwicht; in de periode Let's Dance had dit een funkstamper kunnen zijn geweest en hetzelfde geldt voor bonus Run, op cd track 12.

De nummers die ik niet noem zijn me te garage: melodie of gitaarwerk willen niet beklijven, zoals die andere bonus Sacrifice Yourself op 13. Hetzelfde geldt voor het melodieuzere slotnummer Baby Can Dance, ondanks de tempowisselingen. Kan me voorstellen dat dat destijds live (onder andere in Paradiso, hier beelden) werkte.
Ik ben wel even klaar met holle drumklanken en scheurgitaartjes... Kennelijk ben ik meer van melodie dan van garage, wat mij betreft lukt dat zesmaal.

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 10:57 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 10:57 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.