Moeilijk om iets over deze muziek te zeggen. Het begint duidelijk in de progrock-hoek, met veel verschillende keyboards en afwisselend zware metalriffs en een zachte getokkelde gitaar, maar daaroverheen (of daarachter) zit vaak een sax die soms net zo klaaglijk als die van Bowie op
Diamond dogs kan klinken, en op gezette tijden duikt dan de stem op van Stian Økland wiens semi-operateske stem een "acquired taste" is. Er zitten veel "verwrongen" ritmes in waar de drummer wel raad mee weet, en de nummers zelf hebben verder ook niet echt een couplet-refrein-structuur, met zangmelodieën die soms bovenop bestaande muzikale fragmenten lijken te zijn verzonnen en teksten die niet echt een verhaal vertellen. Het is dus duidelijk geen muziek voor op de achtergrond, maar er gebeurt meer dan genoeg om de aandacht vast te houden, en wie niet wordt afgeschrikt door de incidentele zware gitaarriffs, de vele tempo- en sfeerwisselingen en het drama in de zang heeft hier zéker een plaat waarin hij of zij lekker de tanden kan zetten, net als de eerdere plaat die ik van dit Noorse sextet ken,
City of the sun (2014).