Op oudjaarsochtend postte vielip een interessante
analyse van de muziek van Saxon. Daarover dadelijk meer.
Op alweer het vierde studioalbum van Saxon in de jaren '20 (inclusief twee coverplaten, maar toch) debuteert gitarist Brian Tatler, nadat Paul Quinn in maart '23 met pensioen ging. Dit omdat het touren te zwaar werd, zeker met de groeiende vraag naar concerten van de groep. Daarmee is zanger Biff Byford op het podium het enige originele bandlid. Op de hoesfoto zien we Tatler, officieel tijdelijk vervanger.
Op
Hell, Fire and Damnation speelt Quinn gitaar op
Fire and Steel en
Super Charger, op de overige horen we Tatler. Apart is de aftrap met de diepe stem van de buitenissige acteur
Brian Blessed over de strijd tussen goed en kwaad, armageddon en
"the nazarene".
Zanger Biff Byford vond in zijn notieblokje allerlei thema's voor de teksten, die meestal een historische achtergrond hebben. Van de Battle of Hastings in
1066 tot radiopiraten in
Pirates of the Airwaves.
Maakt de gitaristenwisseling iets uit voor het geluid van Saxon? He-le-maal niks. Het is uitermate degelijk en consistent van niveau, maar voor deze oude fan een herhaling van zetten.
Naar aanleiding van vielips bijdrage heb ik
Power & the Glory uit 1983 beluisterd. Dit omdat ik me tijdens het horen van
There's Something in Roswell realiseerde dat toentertijd het thema buitenaards leven voor het eerst werd aangesneden in
Watching the Sky.
Dat was ook de eerste keer dat Nigel Glockler op een studioalbum van Saxon speelde en bovendien viel me op dat hier voor het eerst een tekst over een nazarene klink, namelijk in
Midas Touch. Byford is themavast.
Welke verschillen vallen mij op tussen Saxon-toen en Saxon-nu? Nogal wiedes: zijn stem is hier hoorbaar jonger.
Maar het grote verschil zit 'm in hetgeen vielip noteerde. Klinkt nu massieve metal, rechttoe en rechtaan, in 1983 werd er meer gevarieerd. Dat in dynamiek (harde en zachte delen, zoals in
Nightmare en
Midas Touch), rockinvloeden via de snelle shuffles in
Redline en
Nightmare en tempowisselingen door middel van afwijkende riffs in hetzelfde nummer, zoals in het slot van
Watching the Sky en
The Eagle has Landed.
Daarna keerde ik terug naar
Hell, Fire and Damnation. Natuurlijk is de productie veel massiever dan toen, maar het grootste verschil is toch dat binnen een nummer minder wordt gespeeld met tempo-, riff- en sfeerwisselingen. De conclusie van vielip en zijn maten herken ik dus helemaal: de invloed van powermetal is zonneklaar, al waakt de groep ervoor te vervallen in die nogal rechtlijnige manier van liedschrijven.
Voor mij een degelijke maar ook wat saaie 7 voor Saxons nieuwe plaat, met als favorieten het snelle titelnummer, het stampende
There's Something in Roswell en
1066 met daarin gelukkig wél een ander middendeel, zij het kort.
Van
Hell, Fire and Damnation verscheen ook een
speciale uitgave met als bonus een twintig nummers tellend concert uit 2013.
Wie Paul Quinn live aan het werk wil zien, moet zijn hobbybandje
The Cards in de gaten houden, die dit voorjaar in enkele kleine Nederlandse zalen speelt om hun tweede album te promoten. Met op drums Koen Herfst van Vandenberg.