Invincible Shield is de hoogst genoteerde langspeler van Judas Priest in hun eigen Brittannië ooit: #2. Gezien alle 'rave reviews' in de diverse media geen wonder. Even checken wat de tussenstand is in enkele andere landen: in Nederland #5, België verdeeld in Vlaanderen #3 en Wallonië #5, Duitsland #1 en Zwitserland #1. Aan deze succesreeks zullen ongetwijfeld nog de nodige landen worden toegevoegd, zo zie ik hem nog niet in de Billboard 200.
Maar goed, wat de massa's vinden, kan ik anders beleven. Wat zeggen deze cijfers? Vergeleken met een Taylor Swift zijn de aantallen bijna armzalig en bovendien zijn hitparades en albumlijsten voor mij vaker iets om te ontlopen dan te omarmen. Voor een metalband is het desalniettemin meer dan aardig en uiteindelijk komt het er altijd op neer wat je er zélf van vindt.
Met alle positieve verhalen in de lijn van "deze krasse knarren kunnen het nog" op het netvlies, beluisterde ik in de aanloop eerst de voorganger én de twee van KK's Priest, daarbij mijmerend over allerlei zaken waarmee Judas Priest na het verschijnen van
Firepower de nieuwskolommen haalde.
Best veel, naast de optredens: Glenn Tipton die het rustiger aan moet doen door Parkinson, hartproblemen voor Richie Faulkner, de mediaruzies met K.K. Downing, de inductie in de R&R Hall of Fame, Rob Halford die zijn biografie 'Confess' uitbracht, in duet ging met Dolly Parton én luidop nadacht over een Priest met slechts één gitarist... maar daar snel op terugkwam.
Van al deze muzikale bijzaken hoor ik echter niets terug:
Panic Attack begint fraai dromerig om dan te knallen, waarbij Halford diverse registers van zijn nog altijd krachtige stem visiteert.
The Serpent and the King doet daar nog een schepje bovenop, waarna
Invincible Shield sterk verder beukt. Gitaarwerk en productie (Andy Sneap) zijn dik in orde zoals het hoort, terwijl de ritmesectie weer heerlijk solide en krachtig is.
De twee volgende nummers pakken me muzikaal minder. Wel zou ik eens willen weten wat Halford met de tekst van
Gates of Hell bedoelt; net als ex-lid Downing bij zijn band doet, bevat de tekst een mix van allerlei religieuze termen. Zit daar een visie achter?
Bij
Crown of Horns haak ik weer aan mede dankzij de fraaie melodie en een tekst deels geïnspireerd door de oorlog in Oekraïne, zo citeert
Classic Rock uit een interview waarnaar ik nieuwsgierig word.
Gelukkig vermijdt het Priest van 2024 slappe kost, iets wat hen in "mijn" jaren '80 nogal eens parten speelde.
As God Is My Witness ramt dan ook als
Rapid Fire en
Steeler, de indrukwekkende nummers van mijn kennismaking
British Steel (1980).
Deze jongen hoort het liefst albums van zo'n 45 minuten. Daarna kakt het vaak enigszins in. Ook
Invincible Shield ontkomt daar niet aan, al hoor ik geen afdankertjes en wordt het niet kalmer. Melodieën, riffs, solo's: ze moeten je maar steeds wéér weten te pakken.
Positieve uitzondering is
Escape from Reality dat enkele draaibeurten nodig had en in de brug, vanaf de regel
"Get lost in a psychedelic haze", klinkt alsof het een cover van Ozzy Osbourne is. Groeinummer.
Tenslotte drie bonusnummers, waarvan
Fight for Your Life en
Vicious Circle ondanks zijn bijtende riff niet blijven hangen. Maarrrrrrr dat doet
The Lodger wél. Perfecte afsluiter met een sterke melodie, melancholieke sfeer en weer zó mooi gezongen...
Zet ik dit album af tegen de twee langspelers van KK's Priest, dan is duidelijk dat het ex-lid minder bekwaam is in het schrijven van sterke melodieën dan zijn voormalige groepsgenoten. KK compenseert dat met veel energie en tempowisselingen en vooral dat laatste had ervoor kunnen zorgen dat de tweede helft van
Invincible Shield spannend was gebleven. Wat dat betreft snap ik iets van diens kritiek, maar over het geheel pareert het moederschip alle opmerkingen met een kwaliteit die KK nog niet heeft gehaald.