MusicMeter logo menu
MusicMeter logo
poster

The Count Bishops - Speedball Plus 11 (1995)

mijn stem
3,50 (1)
1 stem

Verenigd Koninkrijk
Rock / R&B
Label: Chicswick

  1. Route 66 (2:57)
  2. I Ain't Got You (1:47)
  3. Beautiful Delilah (2:06)
  4. Teenage Letter (2:20)
  5. Cry to Me (3:40)
  6. Buzz Me Babe (2:55)
  7. Sweet Little Sixteen (2:47)
  8. Honey I Need (2:11)
  9. Carol (2:35)
  10. Don't Start Crying Now (2:05)
  11. Mercy Mercy (3:00)
  12. Reelin' and Rockin' (3:14)
  13. Down the Road Apiece (2:50)
  14. I'm a Man (3:42)
  15. I Want Candy (2:27)
totale tijdsduur: 40:36
zoeken in:
avatar van RonaldjK
3,5
1975. Als in Londen gitarist Zenon DeFleur de handen ineenslaat met de Amerikaanse zanger Mike "Spenser" Skolnick en de eveneens Amerikaanse gitarist Johnny Guitar, ontstaat The Count Bishops. In datzelfde 1975 wordt de EP Speedball uitgebracht. Hij duurt een kleine tien minuten, waarin de groep vier intense covers van r&b-klassiekers brengt.
Het 7"-plaatje op 45 toeren was de allereerste uitgave van het splinternieuwe label Chiswick, opgericht door Ted Carroll. Deze had zijn sporen verdiend als manager van Thin Lizzy en wordt door die groep genoemd in de tekst van The Rocker: "I buy my records at the Rock On store, Teddy boy, you got them all!"

The Count Bishops namen eigenlijk dertien nummers op. Net als bij Thin Lizzy wordt hier geróckt: de groep had toentertijd makkelijk in het voorprogramma van Rolling Stones of Status Quo kunnen staan. Sterker nog, ze waren een ideale opwarmer geweest. Was dit tien, twaalf jaar eerder uitgebracht, dan waren ze wellicht naast Stones en Pretty Things één van van de grote namen geworden.
De mondharmonica van Spenser draagt bij aan meer rootsgevoel, waarin niet zozeer originaliteit maar wel energie voorop staat. Tegelijkertijd kun je horen dat het 1975 is. Niet alleen de productie die voller is dan in de eerste helft van de jaren '60 mogelijk was, maar op de B-kant klinkt op Beautiful Delilah de hakkende slaggitaar, net als op Teenage Letter. Smerige gitaren die doen denken aan wat Wilko Johnson gelijktijdig bij Dr. Feelgood speelde. Kort daarna zouden deze energie en korte nummers bij punk gemeengoed zijn.

In 1995 verschijnen de vier nummers met elf andere uit diezelfde sessies als Speedball Plus 11, die een prima indruk geeft van een liveset. Meer covers van vooral Amerikaanse origine, waarbij viermaal werk van Chuck Berry. Luid en smerig gespeeld alsof het 1964 is, het jaar dat de Stones debuteerden. Hierbij ook I Want Candy, oorspronkelijk (1965) van de New Yorkse groep the Strangeloves, in 1982 in mijn wereldje bekend geworden dankzij Londenaren Bow Wow Wow.
Denk er een café met een klein podium met de geur van sigaretten en ale bij en je hebt een indruk van de Londense pubrockscene van 1975, welke voedingsbodem zou blijken voor punk- en new wave die in het najaar van '76 zouden opduiken.

Gemiddeld vind ik de oorspronkelijke EP net wat feller dan de overige elf. Als waardering een 3,5 als compromis. The Count Bishops brachten vervolgens twee singles uit bij het Nederlandse Dynamite-/Dynamolabel en twee jaar later volgde bij Chiswick hun eerste volledige album, dat ik in het vervolg van mijn reis door punk en wave zal beschrijven.
Mijn reis door (de invloeden op en voorlopers van) deze genres kwam vanaf Ziggy Stardust, ik vervolg met de tweede elpee van Dr. Feelgood.

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 21:48 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 21:48 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.

Let op! Je gebruikersnaam is voor iedereen zichtbaar, en kun je later niet meer aanpassen.

* denotes required fields.