Maar een puntje erbij, want laten we eerlijk zijn, ook al is dit album een beetje een allegaartje, zoals Hawks & Doves dat ook was, er zijn veel slechtere Neil Young albums dan deze.
Sommige nummers zijn op het absurde af, zoals Opera Star, waar Crazy Horse opera zingt. De onderwerpen lijken zoms uit niets gegrepen, zoals Surfer Joe en Moe the Sleaze, en op geen enkele wijze lijken ze iets uit Neil's privéleven te reflecteren, op T-bone na dan, maar dan moet je het verhaal erachter weten. je moet trouwens maar durven, om zo'n nummer op een plaat te zetten, 9 minuten lang twee zinnetjes en hetzelfde riffje herhalen. Echt ballen had ie toen ie het eind 1990 in Santa Cruz live speelde tijdens een paar concerten die als opwarmertje dienden voor de Weld tournee ban 1991.
Je zou het vanaf Get back on It bijna een concept album kunnen noemen, want vanaf dan gaat het over auto's en treinen, twee van Young's grote passies, maar wie verder kijkt hoort een Young die terugkijkt op zijn jeugd waar hij als kleine jongen soms urenlang langs de rails kon staan, hopend dat de Southern Pacific langs zou komen.
Motor City zou je kunnen zien als een vroege versie van Ordinary en Fork in the Road People. We horen een Young die zich afzet tegen de massale afkeer tegen het Amerikaanse product, een vrij rechtse insteek, waar op Hawks & Doves ook al sprake van was. Rapid Transit lijkt me een eerste stap richting New Wave, met invloeden van Punk.
Het afsluitende Shots is uiteraard het meesterwerk. Hij trad al op met het nummer in 78 maar geeft het hier de 'Crazy Horse treatment'. Ook goochelt hij hier voor het eerst met de Synclavier, waar hij op het album Trans veel drastischer gebruik van zou maken. Het doet een beetje afbreuk aan het nummer, temeer omdat het laatste couplet wordt geschrapt, hetgeen de boodschap van het nummer danig veranderd. Wat een liefdeslied was verteld in metaforen, is nu haast een waarschuwing voor de apocalyps.
But I'll never use your love,
You know I'm not that kind
And so if you give your heart away
I promise to you
Whatever we do
That I will always be true.
Hoe gek het ook klinkt, dit album heeft Neil Young gered. Niet muzikaal, want dit album flopte gigantisch en dreef hem en Warner verder uiteen, en na een ruzie over een driehoekig geperste single stapte hij zelfs op. Nee, dit album redde Neil als mens, toen hij dit album schreef en maakte, werd hij zich bewust van de situatie waar hij inzat en ontdeed hij zich van de kettingen die hem vasthielden. Het bood hem een ontsnapping uit de zware dagelijkse sleur van de therapie waar hij en Pegi samen met hun zoontje Ben aan deelnamen. Kort daarna stopten ze daar ook mee, kreeg zijn werk weer een creatief, maar dit keer meer experimenteel karakter en ging hij weer op tournee, voor het eerst in bijna 4 jaar.