MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Muziek / Toplijsten en favorieten / Dust on my Boots (vergeten en minder vergeten rootsplaten)

zoeken in:
avatar
Benno
Ray Price – Night Life (1962)


(afbeelding)


Trackpick: The Wild Side of Life

Ray Price werd geboren in 1926 in Texas. Zijn eerste opnames zijn dan ook de typische cowboy-country die je alleen daar vinden kan - welke andere muziek was er in het Texas van voor de Tweede Wereldoorlog?. Later, in de jaren vijftig, verhuist hij naar Nashville, waar hij de grote Hank Williams ontmoet. Na het overlijden van Williams neemt Price de backingband van Williams over en wordt vervolgens een absolute superster in de country. Dit album is de scheidslijn binnen zijn carrière omdat het zijn grote overstap markeert van de meer traditionele countrymuziek van Williams naar de meer gepolijste sound van Nashville. De sound van Price wordt hiermee dus meer “smooth”, maar er blijven wel degelijk wat rauwere elementen achter.

De thematiek van dit album sluit aan bij de rauwere elementen uit het werk van Price. Het album – een van de eerste conceptalbums in de country – gaat over het leven onderweg van de artiesten en alle narigheid die daarbij komt kijken. Een logisch thema als je een kennis bent van Williams, die hier zelf ook regelmatig over schreef. Net als Williams leefde ook Price het leven van zijn nummers. Als Price dan in de jaren zestig overstapt op een meer commerciële muzikale benadering krijg je dit album: nog altijd nummers vol met drank en vrouwen, maar dan wel met een gepolijst randje. Dit gaat hand in hand met het leven van Price, die in die periode zijn wilde haren verliest.

Dit album is heerlijk warm. Price leeft zich in de teksten in en geeft elk nummer het gevoel mee dat bij de thematiek verwacht mag worden. Hierin is hij een absolute grootheid. In de beginjaren zestig was het voor countrymusici niet ongebruikelijk om nummers die door anderen geschreven waren op te nemen. Zo is op dit album alleen The Twenty-Fourth Hour een door Price geschreven nummer. De titeltrack werd bijvoorbeeld door Willie Nelson geschreven. Het inleven in de teksten is dan ook van het grootste belang en Price kan dat als geen ander.

avatar van L_T_B
Bonnie Dobson - Bonnie Dobson (1969)

(afbeelding)


Trackpick: Morning Dew

De uit Canada afkomstige Dobson was één van de artiesten die tot bloei kwam tijdens de folkrevival van de jaren '60. Ze was toen een redelijk onbekende zangeres tussen de Dylan's en de Baez's van die tijd. Daarentegen is zij wel de auteur van een folksong die bij velen bekend is. "Morning Dew" (ook wel eens "Take Me for a Walk" genoemd) was ook nog het eerste nummer dat ze ooit schreef. Dobson schreef dit nummer nadat ze de film "On the Beach" had gezien. Een film over het leven op aarde na een kernoorlog.

Voordat Dobson het nummer zelf opnam en het op dit titelloze debuut plaatste namen Vince Martin en Fred Neil het nummer al op voor hun album "Tear Down the Walls" uit 1964. Een meer bekende versie, van een eveneens in vergetelheid geraakte songwriter, is die van Tim Rose. Zijn versie van "Morning Dew" stamt eveneens nog voordat Dobson het nummer zelf op de plaat zette. In 1967 kwam zijn album "Morning Dew" uit waarop het gelijknamige nummer te horen is. Enigszins opmerkelijk is dat daar Rose als mede-songwriter wordt vernoemd. In een interview met Randy Jackson uit 1993 antwoordde Dobson op dit voorval met: If anyone is going to be credited as co-writer or co-lyricist it should have been Fred Neil because all Tim Rose did was take Freddie Neil's changes. Maar de meeste bekendheid geniet dit nummer toch in de versie van Long John Baldry die het nummer omvormde van een klassieke folksong tot een gruizig bluesnummer.

Het album bevat naast een paar eigen nummers ook covers van de eerdergenoemde Fred Neil ("Everybody's Talkin'" (de versie van Nilsson is ook een cover)), Jackson Frank ("You Never Wanted Me") en Dino Valente ("Let's Get Together"). Dobson heeft een mooie zuivere sopraanstem die schommelt tussen Joan Baez, Joni Mitchell en Kate Bush. Naast de standaard akoestische gitaar worden enkele nummers ook rijkelijk geïnstrumenteerd, af en toe zelfs met een sitar. Het album is in 2006, voor het eerst, heruitgebracht op CD door Rev-Ola.

avatar
Benno
Geweldig Paul! Dit past helemaal in het straatje van al die andere liefhebbers van vergeten vrouwelijke songwriters uit de jaren zestig - ik noem Vashti Bunyan, Linda Perhacs. Hier ga ik snel achteraan!

avatar van L_T_B
Benno schreef:
[...] ik noem Vashti Bunyan, Linda Perhacs.

Lees de eerste regels eens van mijn oorspronkelijke review (bij het album).

avatar
Benno
L_T_B schreef:
Lees de eerste regels eens van mijn oorspronkelijke review (bij het album).

Inderdaad, ik was Judee Sill vergeten

avatar van Oldfart
Interessante stoffige laars weer;
deze keer iemand waar ik echt helemaal nog nooit van heb gehoord.
Haar stem is mij net een tikkeltje te braaf, maar desalniettemin goed dat het stof is verwijderd, want Morning Dew blijft een wereld nummer.

avatar van Oldfart
Gelijkgestemden : L_T_B en Benno zijn niet alleen.
Hier een link die me in ieder geval voor beide heren leuk lijkt, en voor alle andere volgers hier natuurlijk:

http://oldtimehour.wordpres...


maar misschien kennen jullie het allemaal al lang , en kom ik weer eens als die mosterd na de maaltijd....

avatar
Benno
Benno schreef:
Inderdaad, ik was Judee Sill vergeten

Judee Sill - Judee Sill (1972)


(afbeelding)


Trackpick: Jesus Was A Cross Maker

Nu L_T_B een stukje heeft geschreven over Bonnie Dobson kon ik natuurlijk niet achterblijven met het schrijven van een stukje over een vergeten vrouwelijke folkzangeres. Hoewel Sill wel een stuk bekender is dan Dobson - de stemverhouding zegt drie keer, maar in de muzikale werkelijkheid is het wel honderd keer - is zij op deze site nog altijd onbemind.

Sill werd geboren in 1944 in California, wat natuurlijk een goed moment is en een goede plaats om geboren te worden als je folkmuziek wilt gaan maken. Toch heeft dit haar niet geholpen: haar moeder trouwde met de tekenaar van Tom & Jerry en het gezin verhuisde, weg van de West Coast. Sill was diep ongelukkig met het hertrouwen van haar moeder (haar vader was in een autoongeluk omgekomen) en begon daarom te zwerven door Amerika. Zij begon in deze tijd al met het gebruik van heroïne en prostitueerde zichzelf om hier geld voor te krijgen. Eind jaren zestig belandde zij in de gevangenis voor drie maanden en was daar gedwongen om af te kicken. Vanaf dat moment was het pas mogelijk voor haar om zich te richten op muziek.

Zodoende kan het dat Sill daar pas in de jaren zeventig terugkeerde om haar eigen leven op te bouwen. Zij kwam daar in contact met producten van de kater van de jaren zestig. Meer specifiek: Graham Nash en David Crosby, waarvoor zij de openingsact werd. Ik denk dat haar muziek het typische vrolijke Californische mist, eveneens het typische Canyon-geluid, omdat zij juist met deze heren optrok. Ook haar zwerfperiode, waarin zij weinig muziek zal hebben gehoord, moet niet vergeten worden. Nash en Crosby waren ook al met hele andere soorten muziek bezig: Nash op zijn Songs for Beginners en Crosby op If I Could Only Remember My Name. Van beide platen zijn er invloeden te vinden op de platen van Sill. Vergelijk bijvoorbeeld de etherische vocalen van Crosby met de backingvocals op de plaat van Sill.

Natuurlijk brengt Judee Sill zelf ook bepaalde elementen aan in de folkmuziek die volledig haar eigen zijn. Haar voorkeur voor occulte en religieuze thema's (de trackpick is een voorbeeld van beide). Haar liefde voor klassieke muziek en dan met name Bach. Ik zou de vergelijking willen maken met Nick Drake, die ook een liefhebber van Bach was en eveneens zijn inventief gebruik van contrapunt en de structuren (met name koralen en fuga's) van Bach overnam.

Helaas vertoont zich nog een overeenkomst met Nick Drake: zij stierf jong en ongelukkig. Haar drugsgebruik keerde terug en werd heftiger in de loop van de jaren zeventig. Eveneens als bij Drake was dit onder invloed van tegenvallende verkoopcijfers. Zodoende overleed zij al in 1979, op 35-jarige leeftijd.

avatar van L_T_B
Lord Invader - Calypso in New York (2000)

(afbeelding)


Trackpick: Brown Girl in the Ring

De naam Calypso doet bij de meeste mensen de wenkbrauwen fronsen. Slechts enkele kunnen je vertellen dat het een muziekstroming is en een nog kleiner gezelschap zal een Calypso-artiest kunnen benoemen. Calypso is een is Afro-Caribische muziekstroming die van oorsprong afkomstig is uit Trinidad & Tobago. De bevolking van dit eiland bestaat van oudsher nog voor een groot gedeelte uit nazaten van Afrikaanse slaven. Hun Afrikaanse roots vermengd met de muziek van de Caribbean resulteert in de Calypso muziek die halverwege de jaren '50 een kort moment van populariteit kende. Verreweg de bekendste zanger in het Calypso genre is de in Harlem, New York geboren Harold George Belafonte junior, oftewel kortweg Harry Belafonte.

Een minder bekend naam is de uit Trinidad afkomstige Lord Invader (Rupert Westmore Grant). In 2000 verscheen het verzamelalbum "Calypso in New York" met opnamen gemaakt door Moses Ash in de jaren '40 en '50. Op dit album staat vreemd genoeg niet zijn bekendste nummer "Rum and Coca Cola". Dit nummer werd later gecovered door onder andere The Andrews Sisters. Het nummer "Pepsi Cola" dat hij op verzoek van de gelijknamige frisdrankfabrikant na het uitkomen van "Rum and Coca Cola" uitbracht is wel op deze verzamelaar terug te vinden. De traditional "Brown in the Ring" (een Carribisch kinderdeuntje) die hij in 1947 als eerste opnam verscheen in 1978 op de b-kant van "Rivers of Babylon". Dit nummer als ook "Rivers of Babylon" is letterlijk gejat door Frank Farian - het brein achter Boney M - en hij heeft het nummer dan ook zonder schroom laten beschrijven als zijn eigen compositie.

In de vroege jaren '40 boycotte de Amerikaanse radiostations het eerder genoemde "Rum and Coca Cola" onder andere vanwege de referentie naar alcohol en de onbedoelde reclameboodschap. Het nummer werd echter wel opgepikt door de Amerikaanse comedian Morey Amsterdam bij zijn verblijf in Trinidad. Amsterdam nam het nummer mee terug naar Amerika waar het - in de versie van The Andrews Sisters - een enorme hit werd. Dit schaamteloze plagiaat bracht Grant in 1945 naar New York om juridische stappen te ondernemen tegen Amsterdam. Na een lange rechtsgang kreeg Grant uiteindelijk toch zijn gelijk en $150,000 aan royalties. Na deze rechtszaak vertrok hij wederom naar Amerika en tourde later ook nog door Engeland en het Europese vasteland. Eind 1958 keerde hij terug naar New York alwaar hij nog meer nummers opnam voor Moses Asch. Grant overleed op 15 oktober 1961 na een kort ziektebed in een ziekenhuis in Brooklyn.

avatar van Oldfart
Ik lees het denk ik niet goed, maar 'Rivers of Babylon' is oorspronkelijk toch van the Melodians?
Of ook van deze Lord Invader??

avatar van L_T_B
Oorspronkelijk zijn het "gewoon" bijbelteksten (Psalm 19, vers 14 en zo'n beetje de halve Psalm 137). Deze werden voor het eerst voorgelezen door Ossie Davis (vader van Guy Davis in 1960 met als titel "What To The Slave Is The Fourth Of July?". Daarna volgde er nog een "Zion Oh Lord" van CL Smith uit 1962 (waar ik verder geen informatie over/van heb) waarna de Melodians hun "Rivers of Babylon" in 1969 opnamen.

Wellicht heb ik het enigszins onduidelijk verwoord, maar dat nummer is niet afkomstig van Lord Invader.

avatar van Oldfart
Dat het om de bijna letterlijke tekst van psalmen ging wist ik, dat van Ossie Davis niet; en die CL Smith dat is ook niet op muziek dus, maar een preek o.i.d.?

avatar van L_T_B
Oldfart schreef:
[...] en die CL Smith dat is ook niet op muziek dus, maar een preek o.i.d.?

Geen idee eigenlijk. Ik heb een versie van "Zion Oh Lord" op het internet gevonden, maar qua melodie en tekst is die compleet anders dan "Rivers of Babylon".

avatar van Shangri-la
Wow, ik zie dit topic nu pas. Wat een mooi initiatief zeg!

avatar
Ulfat-e-Zulmat
Zekers. Zou jammer zijn mocht dit in vergetelheid raken. Ik heb her en der wat moois ontdekt, maar het meeste moet ik nog beluisteren. Hier ga ik iig speciaal tijd voor vrij maken.

avatar van Oldfart
Jammer dat het hier stil is; er zijn toch nog wel laarzen om af te stoffen ?

(afbeelding)

avatar van Shangri-la
Ja jammer, ik vind dit ook een heel leuk topic. Ik heb zelf nog wel wat ideëen maar helaas ben ik niet zo goed in het scrhijven van stukjes.

avatar
Ulfat-e-Zulmat
Ja, dat zie ik.

Ik heb al wat dingetjes "ontdekt": Snooks Eaglin - geweldige blues, zelfde geldt voor M. Minnie. Van Bonnie Dobson heb ik onlangs nog een album beluisterd en ook dat kon mij bekoren. Ik hoop dat beide heren hier nog enige energie in willen steken - no love in vain, for I am here!

avatar van L_T_B
Aangezien mijn collega al een aantal weken niet meer online is geweest zal ik wederom een fraai paar laarzen afstoffen.

avatar van L_T_B
Dock Boggs - His Folkways Years 1963-1968 (1998)

(afbeelding)


Trackpick: Wild Bill Jones

Halverwege de jaren '20 van de vorige eeuw stuurde veel platenmaatschappijen vertegenwoordigers naar de Appalachen om daar op zoek te gaan naar nieuw talent. In 1927 werd er een auditie gehouden in het Norton Hotel in Norton, Virginia door Brunswick Records. Spelend om een geleende banjo en zichzelf kalmerend met whiskey was het de jonge Dock Boggs die aldaar een contract in de wacht sleepte. Tijdens deze auditie troefde hij niemand minder dan A.P. Carter af. Later datzelfde jaar kreeg Boggs al de mogelijkheid om in New York een aantal nummers op te nemen.

Boggs was de jongste van tien kinderen en al vanaf zijn twaalfde jaar werkzaam in de mijnbouw. In zijn schaarse vrije tijd bespeelde hij de banjo. Niet in de destijds gangbare clawhammer stijl, maar meer als een bluesgitaar. Boggs' muzikale carrière verliep dermate voorspoedig dat hij zich in 1928 een fulltime muzikant kon noemen en dat hij zodoende niet meer in het mijnwezen hoefde te werken. Op een gegeven moment verdiende hij wel 300 à 400 dollar per week. Maar de depressie van de jaren '30 maakt aan dat alles een eind. Boggs zei zijn muzikale avontuur - onder dwang van zijn vrouw - vaarwel en ging weer aan het werk in de mijnbouw.

Jaren later, in 1963, trok folkorist Mike Seeger naar Norton om Boggs te overreden om zijn muzikale carrière voort te zetten. Blijkbaar was Seeger een goede prater want enkele weken later stond Boggs alweer op het podium tijdens het American Folk Festival in Asheville, New York. Ook dook hij de studio in om voor het fameuze Smithsonian Folkways Recordings label een aantal albums op te nemen. In de volgende jaren verschenen "Legendary Singer & Banjo Player" (1963), "Vol. 2" (1965) en "Vol. 3" (1970). Deze drie albums zijn gebundeld op dit verzamelalbum. In het bijgevoegde boekwerk is tevens van elk nummer beschreven waar en van wie Boggs het geleerd heeft.

De stem en het banjospel van Dock Boggs zal niet voor iedereen zijn weggelegd, maar zijn muziek geeft wel een mooi tijdsbeeld van de Appalachen aan het begin van de vorige eeuw.

avatar van Oldfart
Weer een boeiende laars ontstoft. Het mooie van dit topic is dat het vaak het begin is van een speurtocht naar meer, via wikipedia of you tube bijvoorbeeld.
http://en.wikipedia.org/wik...
Had ook van deze man nog nooit gehoord.
Blijft 1 van de waardevolste topics hier.

avatar
Ulfat-e-Zulmat


Trackpick is uitstekend!

avatar van L_T_B
Mijn compagnon lijkt van de aardbodem te zijn verdwenen dus ga ik maar vrolijk in m'n eentje verder.

avatar van L_T_B
Sammy Walker - Song for Patty (1975)

(afbeelding)


Trackpick: Song for Patty

Een jonge vrouw met een machinegeweer siert de hoes van Sammy Walker's "Song for Patty". Op de achtergrond wordt ze omringd door een enorme vuurzee. Een hoes die zodoende veel vragen oproept. Wie is deze vrouw en waarom staat zij bewapend voor een grote brandhaard? De vrouw op de hoes is, zoals de titel van het album al doet vermoeden, Patty. Patricia Campbell (Patty) Hearst is de kleindochter van miljonair William Randolph Hearst. Op 4 februari 1974 werd zij door een kleine linkse groep, die zichzelf de Symbionese Liberation Army (SLA) noemde, uit haar appartement ontvoerd.Twee maanden later, op 15 april 1974, werd ze gefotografeerd terwijl ze samen met vier leden van de SLA de Hibernia bank op Sunset Avenue beroofde. Ze liet weten dat ze haar naam had veranderd in "Tania" (naar een medestrijdster van Che Guevara) en dat ze zich had aangesloten bij de SLA. Nadat er een arrestatiebevel tegen haar werd uitgevaardigd, werd ze samen met twee leden van de SLA in september 1975 gearresteerd. Zes andere oorspronkelijke SLA-leden werden gedood tijdens een belegering door een groep van 500 politieagenten. De politiemacht had het huis waarin de SLA-leden verschanst zaten in brand gezet in de hoop dat ze het zouden verlaten. Deze hele operatie werd rechtstreeks uitgezonden op de televisie. Hearst verklaarde later dat ze leed aan zware vorm van het Stockholmsyndroom.

In het 6 minuten durende titelnummer wordt het leven Patty Hearst van voor en tijdens haar SLA-tijd bezongen door de 22-jarige singer/songwriter Sammy Walker uit Norcross, Georgia. Walker's herkenbare stemgeluid zal een ieder doen denken aan de tien jaar oudere Bob Dylan. Zijn nasale zangstem en bijbehorende akoestisch gitaar lijken bijna een identieke kopie van Dylan. Ook qua songwriting liggen ze in elkaars verlengde. Walker heeft eveneens een voorkeur voor maatschappijkritische en politiek-sociale teksten. Zelfs qua uiterlijk vertonen de twee singer/songwriters overeenkomsten. Van de 12 songs op dit album komen er 10 van de hand van Walker. Daarnaast is er plaats voor twee covers "I Ain't Got No Home" (Woody Guthrie) en "Bound for Glory" (Phil Ochs). De maatschappijkritische teksten zijn naast het titelnummer duidelijk te horen op "The Ballad of Johnny Strozier". Strozier was een zwarte man die een 40 (!) jarige gevangenisstraf kreeg opgelegd naar aanleiding van een ongewapende overval op een winkel in Georgia. Maar Walker heeft ook zijn luchtige en komische kanten zoals te horen is in het nummer "Funny Farm Blues" waar hij weer klinkt als een andere groot singer/songwriter, John Prine. Walker is zeker geen productieve muzikant. Na 4 albums in de jaren '70 volgde enkel nog "Old Time Southern Dream" (1994) en "Misfit Scarecrow" (2008). Desondanks klinkt zijn latere werk nog even fris en bevlogen als zijn eerste composities uit de jaren '70.

avatar van Masimo


Song for Patty is práchtig, weer een prachtig stukje er bij geschreven, leuk, leuk, leuk, leuk allemaal. Hopen dat er nog vele laarzen volgen! Ik blijf jullie (als Benno weer mee doet) trouw volgen!

avatar van Oldfart
Indrukwekkend Paul, prachtig.
Waar je ze vandaan haalt?

Het is eigenlijk te goed om alleen maar te refereren aan Dylan, hoewel het natuurlijk zeer, zeer voor de hand ligt.

Nice pair again


(afbeelding)

avatar
Stijn_Slayer
Bij de updates gezet. Binnenkort eens even teruglezen in deze topic.

avatar
k.grubs
Leuk topic, net ontdekt. Een korte reactie op twee eerdere stukken. Patty Hearst en Hey Joe komen samen in de eerste single van Patti Smith: Hey Joe/Piss Factory uit 1974.
In de gesproken intro van haar versie van Hey Joe beschrijft ze Patty Hearst voor een vlag van de SLA - 'it was sixty days ago, she was such a lovely child, and now here she is, with a gun in her hand'.
Later brengt ze het nummer nog eens uit met Tom Verlaine (Television) op gitaar.

avatar van Shangri-la
Zeker een leuk topic, alleen jammer dat er geen updates meer komen.

avatar van L_T_B
Shangri-la schreef:
Zeker een leuk topic, alleen jammer dat er geen updates meer komen.

Die komen er wel, zij het zeer gestaag.

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 11:09 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 11:09 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.