Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van ajax013. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026, februari 2026, maart 2026, april 2026, mei 2026, juni 2026, juli 2026, augustus 2026, september 2026
Margaret Glaspy - I Am Both (2026) 4,0
14 augustus, 13:24 uur
stem geplaatst
» details
Aldous Harding - Train on the Island (2026) 4,0
2 augustus, 13:09 uur
Met Train on the Island keert Aldous Harding terug met een album dat haar unieke, vaak ontwijkende muzikale taal verder aanscherpt en tegelijk onverwacht toegankelijk maakt. Waar Warm Chris nog zweefde tussen speels absurdisme en fragiele intimiteit, voelt deze nieuwe plaat als een naar binnen gerichte koerswijziging: minder grillig, maar niet minder intrigerend. De samenwerking met John Parish, opnieuw opgenomen in Rockfield Studios in Wales, geeft het album een warme, analoge bedding waarin Harding haar personages, stemmetamorfoses en subtiele humor vrijer dan ooit laat ademen. De productie is helder maar nooit glad; je hoort de ruimte, de lucht, de kleine verschuivingen die haar muziek zo menselijk maken.
Het album opent met “I Ate the Most”, een nummer dat meteen de toon zet: een langzaam opbouwende folk structuur waarin Harding haar stem als een instrument gebruikt die voortdurend van kleur verandert. Het is een lied dat zich ontvouwt als een raadsel, maar wel een dat je graag probeert op te lossen. “One Stop” volgt met een lichter ritme en een bijna nonchalante melodie, alsof Harding je even wil laten geloven dat dit een eenvoudig album wordt, een misleidende gedachte die ze in het titelnummer vakkundig onderuit haalt. “Train on the Island” is één van de meest gelaagde stukken van de plaat: een hypnotiserende combinatie van pedal steel, harp en subtiele synths, gedragen door een ritme dat voelt als een trein die niet zozeer rijdt, maar door een landschap zweeft. Het is Harding op haar meest filmisch.
In “Worms” keert ze terug naar haar meer speelse, licht vervreemdende kant, met ritmische accenten en tekstflarden die net buiten het logische vallen, maar binnen haar universum perfect passen. “Venus in the Zinnia”, met H. Hawkline, is dan weer een onverwacht luchtige parel: een duet dat balanceert tussen folk en art-pop, met een melodie die zich verrassend snel in je geheugen nestelt. “If Lady Does It” is één van de emotionele zwaartepunten van de plaat, een langzaam brandende ballad waarin Harding haar stem ongewoon direct inzet, zonder de theatrale maskers die ze soms opzet. Het resultaat is ontroerend in zijn eenvoud.
“San Francisco” vormt het ruimtelijke middelpunt van het album: een nummer dat klinkt alsof het door een open raam is opgenomen, met een ritme dat zachtjes voortkabbelt en een arrangement dat steeds verder uitdijt zonder ooit te ontploffen. “What Am I Gonna Do?” voelt dan weer als een intiem dagboekfragment, een lied dat bijna fluisterend zijn weg zoekt door een minimalistisch arrangement. De afsluitende twee nummers, “Riding That Symbol” en “Coats”, brengen het album op elegante wijze tot rust. “Riding That Symbol” is kort maar scherp, een soort miniatuur dat Harding’s talent voor compacte, beeldende songwriting toont. “Coats” sluit af met een melancholische warmte die nog lang blijft hangen; het is een lied dat voelt als een zachte hand op je schouder na een lange reis.
Train on the Island is een album dat niet probeert te imponeren met grootse gebaren, maar juist met nuance, detail en een bijna tastbare intimiteit. Harding blijft een artiest die zich niet laat vangen in conventies; elke plaat is een nieuw hoofdstuk in een oeuvre dat zich organisch ontwikkelt, zonder haast en zonder concessies. Dit vijfde album is misschien wel haar meest coherente tot nu toe: een werk dat haar eigenzinnigheid behoudt, maar tegelijk een nieuwe helderheid en warmte uitstraalt. Het is een plaat die je niet één keer luistert, maar waarin je telkens nieuwe kamers ontdekt. Voor liefhebbers van haar eerdere werk is dit een bevestiging van haar unieke stem; voor nieuwkomers een ideale instap in een van de meest fascinerende muzikale werelden van dit moment.
» details » naar bericht » reageer
Wilhelmine - Nur Mut (2026) 4,0
2 augustus, 13:07 uur
Met Nur Mut levert Wilhelmine een album af dat voelt als een openhartige brief aan zichzelf, geschreven in een periode waarin twijfel en kracht voortdurend met elkaar in gesprek zijn. De Berlijnse singer-songwriter staat bekend om haar vermogen om persoonlijke verhalen te vertalen naar toegankelijke, melodieuze pop, maar op dit album klinkt ze zelfverzekerder, meer gelaagd en vooral eerlijker dan ooit. Nur Mut is geen verzameling losse popsongs, maar een zorgvuldig opgebouwde reis door kwetsbaarheid, zelfonderzoek en het langzaam terugvinden van innerlijke rust.
Wat meteen opvalt, is hoe helder en warm de productie is. De arrangementen zijn modern maar nooit overdadig; ze ademen ruimte, waardoor de stem van Wilhemine - zacht, helder en licht breekbaar - voortdurend centraal blijft staan. Ze zingt niet om te imponeren, maar om te verbinden. In veel nummers hoor je dat subtiele trillen in haar stem, dat kleine randje emotie dat niet wordt weggepoetst maar juist wordt omarmd. Het geeft het album een menselijkheid die je niet kunt faken.
Thematisch draait Nur Mut om het zoeken naar moed: moed om jezelf te zijn, om grenzen te stellen, om lief te hebben zonder jezelf te verliezen. Wilhelmine schrijft met een ontwapenende directheid. Ze gebruikt geen grote metaforen of dramatische symboliek, maar kiest voor taal die bijna dagboekachtig aanvoelt, alsof je meeleest met gedachten die eigenlijk nooit bedoeld waren om hardop uitgesproken te worden. Die eerlijkheid maakt de songs soms pijnlijk herkenbaar, maar ook troostend. Je voelt dat deze muziek niet is ontstaan vanuit een concept, maar vanuit noodzaak.
De muzikale variatie is subtiel maar effectief. Sommige nummers leunen op lichte elektronica en pulserende ritmes die doen denken aan hedendaagse Duitse indiepop, terwijl andere juist teruggrijpen op akoestische eenvoud. Die afwisseling houdt het album levendig zonder de cohesie te verliezen. De productie kiest steeds voor wat het verhaal van het nummer nodig heeft: soms een minimalistische beat, soms een warme synthlaag, soms alleen een gitaar en een stem die bijna fluisterend klinkt. Het is die balans tussen modern en intiem die Nur Mut zijn eigen karakter geeft.
Wat het album vooral sterk maakt, is de manier waarop Wilhelmine spanning opbouwt zonder te vervallen in bombast. Ze weet precies wanneer ze moet terugtrekken, wanneer ze stilte moet laten vallen, wanneer een melodie net even moet schuren. Daardoor krijgen de emotionele momenten meer impact. Je hoort een artiest die haar eigen onzekerheden niet wegduwt, maar ze juist gebruikt als brandstof voor haar creativiteit.
Als geheel is Nur Mut een indrukwekkend volwassen album van een artiest die haar eigen stem volledig heeft gevonden. Het is een plaat die niet schreeuwt om aandacht, maar die je langzaam meeneemt, laag voor laag, totdat je merkt dat de muziek onder je huid is gekropen. Wilhelmine bewijst dat kwetsbaarheid geen zwakte is, maar een vorm van kracht en dat moed soms begint met simpelweg durven voelen. Nur Mut is daarmee niet alleen een muzikaal sterk werk, maar ook een warm, menselijk document van groei en zelfacceptatie
» details » naar bericht » reageer
Kira - Enigma (2026) 4,0
2 augustus, 13:05 uur
Met Enigma levert Kira Roessler een album af dat zijn titel eer aandoet: een plaat die zich niet in één luisterbeurt laat doorgronden, maar zich langzaam ontvouwt als een gelaagd en intrigerend geheel. Roessler, die zich de afgelopen jaren ontwikkelde van achtergrondzangeres tot een volledig autonome artiest, presenteert een werk dat zowel persoonlijk als conceptueel voelt. Enigma is geen verzameling losse songs, maar een zorgvuldig gecomponeerde reis door stemmingen, texturen en innerlijke landschappen. De productie is helder zonder klinisch te worden; Roessler kiest voor een hybride geluid waarin analoge warmte en digitale finesse elkaar versterken. Subtiele elektronica vormt de onderlaag, terwijl organische instrumenten zoals piano, gitaar en strijkers de emotionele kern bewaken. Haar stem staat centraal in de mix: niet krachtig in traditionele zin, maar rijk aan nuance, timing en expressie.
Thematisch draait het album om identiteit, verlies, heroriëntatie en het zoeken naar rust in een wereld die voortdurend in beweging is. Roessler schrijft introspectief zonder cryptisch te worden; haar teksten zijn poëtisch maar toegankelijk, uitnodigend tot interpretatie zonder zich te verschuilen achter abstractie. De titeltrack vormt het thematische hart van de plaat, een reflectie op het ongrijpbare in jezelf en in anderen. Wat vooral opvalt, is de consistentie in songwriting en arrangementen. Roessler heeft een duidelijk idee van haar muzikale richting en houdt die koers vast. De arrangementen zijn zorgvuldig opgebouwd, zonder overbodige lagen of effectbejag; elk geluid heeft een functie. De rustige nummers ademen ruimte en vertrouwen, terwijl de meer ritmische tracks een subtiele spanning opbouwen die nooit wordt overdreven. Het album kent geen zwakke momenten, maar wel hoogtepunten die zich onderscheiden door melodische finesse en emotionele diepgang.
Enigma is een album dat je niet alleen hoort, maar voelt. Roessler weet kwetsbaarheid te combineren met vastberadenheid; ze zingt niet om te imponeren, maar om te communiceren. Die eerlijkheid maakt het album bijzonder: muziek die je meeneemt, maar ook bij je blijft wanneer de laatste noot is verstomd. Met Enigma bevestigt Kira Roessler haar status als een artiest die niet bang is om haar eigen pad te kiezen. Het album is verfijnd, introspectief en muzikaal volwassen, een werk dat zich langzaam openvouwt en bij elke luisterbeurt nieuwe details prijsgeeft. Voor liefhebbers van sfeervolle, zorgvuldig gecomponeerde singer-songwriter- en artpop is dit een album dat zonder twijfel een plek verdient in de collectie.
» details » naar bericht » reageer
Leadbeaters - Juice in the Crank (2026) 4,0
2 augustus, 13:04 uur
Met Juice in the Crank levert Leadbeaters een album af dat voelt als een motor die al lang warm is, maar nu eindelijk eens voluit mag brullen. De Nederlandse band kiest niet voor subtiliteit, maar voor een rauwe, ongepolijste energie die vanaf de eerste seconden duidelijk maakt waar hun hart ligt: stevige rootsrock met een mechanische puls, strak gespeeld en zonder omwegen. Het album klinkt als een werkplaats waar olie, adrenaline en muzikale drift samenkomen, een plek waar alles draait om beweging, ritme en het plezier van het laten draaien van een machine die je zelf hebt gebouwd.
Wat meteen opvalt, is de fysieke intensiteit van de plaat. Leadbeaters speelt niet alsof ze liedjes uitvoeren, maar alsof ze een motorblok aanslingeren. De gitaren zijn hoekig en direct, de ritmesectie werkt als een betrouwbare krukas die nooit hapert, en de zang heeft die licht schurende, doorleefde kwaliteit die perfect past bij de thematiek van het album. De productie is bewust niet te glad: er zit lucht, ruimte en een klein beetje vuil in het geluid, waardoor de nummers leven en ademen. Het is een album dat je niet alleen hoort, maar ook voelt.
In de sterkste tracks laat de band horen hoe goed ze zijn in het combineren van ritmische drive met melodische hooks. Er zit een zekere Americana onderstroom in hun werk, niet in de zin van weidse landschappen, maar eerder de industriële, stedelijke variant: fabriekslampen, asfalt, nachtwerk, en de romantiek van het volhouden. Leadbeaters klinkt als een band die de schoonheid vindt in het repetitieve, het mechanische, het ritme van arbeid en beweging. Die esthetiek komt prachtig tot uiting in de manier waarop riffs en grooves elkaar versterken.
Tekstueel is Juice in the Crank een album over volhouden, doorzetten, en het vinden van kracht in het alledaagse. Geen grote poëzie, maar wel rake observaties, kleine momenten van humor, en een nuchtere blik op de wereld. De band schrijft zoals ze speelt: direct, zonder franje, maar met een warm hart en een scherp oor voor detail. De teksten passen perfect bij de muzikale aanpak; ze zijn functioneel, ritmisch, en ondersteunen de motorische cadans van de songs.
Wat het album bijzonder maakt, is de consistentie. Leadbeaters weet precies wat ze willen doen en hoe ze moeten klinken. Er staat geen overbodige track op, geen moment waarop de energie inzakt, geen poging om iets te zijn wat ze niet zijn. Juice in the Crank is een plaat die trouw blijft aan zijn eigen logica: stevig, ritmisch, eerlijk en met een aanstekelijke drive. Het is muziek die je meeneemt, die je lichaam in beweging zet, en die je na afloop het gevoel geeft dat je iets hebt meegemaakt.
Met dit album bewijst Leadbeaters dat ze een band zijn die niet alleen speelt, maar werkt, in de beste zin van het woord. Juice in the Crank is een ode aan de kracht van ritme, aan het plezier van het laten draaien van een machine, aan de schoonheid van herhaling en momentum. Een plaat die niet vraagt om aandacht, maar hem simpelweg opeist. Leadbeaters heeft de motor gestart, en het resultaat is een album dat ronkt, bruist en overtuigt.
» details » naar bericht » reageer
Camille Yembe - Jeune & Laide (2026) 4,5
2 augustus, 13:04 uur
Met Jeune & Laide levert de Frans Congolese artieste Camille Yembe een opvallend volwassen en eigenzinnig album af, een plaat die niet probeert te behagen maar juist charme haalt uit haar rafelranden. De titel fungeert als thematische leidraad: Yembe onderzoekt hoe het voelt om jong te zijn in een wereld die voortdurend oordeelt, kadert en vergelijkt, en doet dat met een ontwapenende eerlijkheid. Haar stem - warm, korrelig, soms breekbaar - draagt die thematiek moeiteloos. Ze zingt niet om indruk te maken, maar om iets wezenlijks te delen, en juist daardoor komt elke frase geloofwaardig binnen. Muzikaal beweegt ze zich tussen akoestisch chanson, lichte R&B-invloeden en subtiele elektronische texturen. De productie blijft bewust sober, met veel ruimte voor stem en tekst, waardoor het album een intieme, bijna dagboekachtige sfeer krijgt. Sommige nummers pulseren op zachte synths, andere zijn klein gehouden en bijna demo-achtig, maar steeds blijft de focus op Yembe’s directe manier van schrijven. Ze gebruikt geen grote metaforen, maar scherpe observaties die soms even schuren en daardoor blijven hangen. Wat opvalt is de lichtheid waarmee ze zware thema’s benadert: zelftwijfel, schoonheid en lelijkheid, verlangen en schaamte. Ze onderzoekt zichzelf zonder zichzelf te veroordelen, en dat geeft het album een verrassend open karakter. Jeune & Laide voelt als een debuut dat precies weet wat het wil zijn: eerlijk, warm, eigenzinnig en zonder overbodige franje. Als dit het startpunt is, dan zou Camille Yembe weleens één van de interessantste nieuwe stemmen binnen het Franstalige indie chanson kunnen worden.
» details » naar bericht » reageer
Jesper Lindell - Royal (2026) 4,0
2 augustus, 13:03 uur
Met Royal levert de Zweedse singer songwriter Jesper Lindell een album af dat voelt als een natuurlijke vervolmaking van de weg die hij de afgelopen jaren heeft ingeslagen: soulvol, doorleefd, warmbloedig en diep geworteld in de traditie van Americana, maar altijd met dat onmiskenbare Scandinavische raffinement dat zijn muziek zo herkenbaar maakt. Waar eerdere platen al lieten horen dat Lindell een uitzonderlijk gevoel heeft voor melodie en sfeer, klinkt hij op Royal zelfverzekerder dan ooit. De productie is rijk maar nooit overladen, de arrangementen zijn zorgvuldig opgebouwd en de songs ademen een ontspannen vanzelfsprekendheid die alleen ontstaat wanneer een artiest precies weet waar zijn muzikale hart ligt. Vanaf de eerste tonen valt op hoe organisch het geheel klinkt: de warme Hammond akkoorden, de subtiel schuivende ritmesectie, de gitaren die soms fluisteren en soms zuchten, en daarboven Lindells stem, soulvol, licht hees, gedragen door een soort melancholieke helderheid die je meteen het album intrekt. Het is een stem die niet probeert te imponeren, maar die juist door zijn oprechtheid en nuance onder de huid kruipt.
De kracht van Royal zit in de manier waarop Lindell verschillende invloeden samenbrengt zonder dat het ooit eclectisch of geforceerd wordt. Je hoort echo’s van The Band, van de vroege Van Morrison, van de zuidelijke soul uit Muscle Shoals, maar ook van moderne Americana acts die de traditie met finesse actualiseren. Toch blijft het altijd Jesper Lindell: melodieën die soepel meebewegen, teksten die persoonlijke observaties verbinden met universele gevoelens, en een band die speelt met een vanzelfsprekende chemie. De nummers ontvouwen zich in een rustig tempo, alsof Lindell je uitnodigt om even stil te staan, te luisteren, te ademen. Er is ruimte voor licht en donker, voor hoop en weemoed, voor kleine verhalen die groter worden door de manier waarop ze worden verteld.
Wat Royal bijzonder maakt, is de emotionele gelaagdheid die onder de oppervlakte schuilgaat. Lindell schrijft geen dramatische teksten, maar juist subtiele, suggestieve regels die meer zeggen door wat ze níet expliciet maken. Zijn songs voelen als momentopnames: een blik naar binnen, een herinnering die blijft hangen, een verlangen dat niet helemaal uitgesproken wordt. De muziek ondersteunt dat perfect. De blazers die af en toe opduiken geven de songs een warme glans, de achtergrondzang voegt een vleug gospelachtige diepte toe, en de ritmesectie houdt alles soepel in beweging zonder ooit op de voorgrond te treden. Het is muziek die ademt, die leeft, die je meeneemt zonder te duwen.
Naarmate het album vordert, wordt duidelijk hoe zorgvuldig Royal is opgebouwd. Er zijn geen uitschieters in de zin van losse hits; het is een plaat die als geheel werkt, waarin elk nummer een eigen rol speelt in de sfeer die Lindell wil neerzetten. De melancholie is nooit zwaar, de lichtheid nooit oppervlakkig. Het is die balans die het album zijn kracht geeft. De afsluitende tracks brengen een bijna filmische rust, alsof Lindell je zachtjes terugbrengt naar de wereld buiten de muziek, maar niet zonder een laatste echo van warmte en reflectie achter te laten.
Royal is een volwassen, doorvoeld en muzikaal rijk album dat bevestigt wat kenners al langer weten: Jesper Lindell behoort tot de meest interessante Europese artiesten binnen het Americana en soulsegment. Hij schrijft met hart en vakmanschap, hij zingt met ziel en nuance, en hij maakt muziek die niet schreeuwt maar fluistert — en juist daardoor blijft hangen. Royal is een album dat je niet alleen hoort, maar dat je langzaam in je systeem voelt zakken. Een plaat die je meeneemt naar een plek waar tijd even geen haast heeft. Een koninklijke titel, en volledig terecht.
» details » naar bericht » reageer
