Hier kun je zien welke berichten shifty als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Them Crooked Vultures - Them Crooked Vultures (2009)

4,0
0
geplaatst: 8 januari 2010, 12:15 uur
Toen ik hoorde over een supergroep met Homme, Grohl en Jones was ik dol-enthousiast. Maar toen het besef langzaam tot me kwam, leek het me toch niet iets wat Josh Homme zou doen, een 'supergroep' formatie versterken. De term 'supergroep' vind ik dan ook niet helemaal juist. Ok, Audioslave werd door producent Rick Rubin bij elkaar geduwd, dan weet je dat er iets niet klopt. Velvet Revolver zie ik niet volledig als commercialisatie. Maar Josh Homme zie ik met alle zekerheid er niet voor aan om met een 'supergroep' snel centjes bij elkaar te willen schrapen, aangezien alles wat hij doet in cult-status is. En gelukkig kan ik ook zeggen dat 'even gauw geld verdienen' niet aan de orde is bij dit album, dus bij deze, schrap te term supergroep.
Wie inmiddels nog niet weet wie de 3 heren in deze band zijn, die heeft waarschijnlijk op het verkeerde artikel geklikt, dus verdere introductie ga ik dan ook niet geven.
Het album begint sterk met het nummer 'Nobody Loves Me & Neither Do I'. Een plaat die vraagt om een climax, want het is niet een plaat die direct in je smoel knalt, terwijl je dat wel van deze heren zou verwachten. Maar na het tweede refreintje, als de bridge komt, dan komt plotseling een knal waar ik in ieder geval van uit mijn stoel schoot. Een ongelofelijk vette riff met een vet en dik pompend ritme, hoe ze op de op zich al hard gemasterde cd nog zoveel headroom hebben kunnen vinden is voor mij een mysterie.
Hoe dan ook, na het einde van de opener ben je goed wakker en klaar voor meer. Zowel het nummer 'Mind Eraser, No Chaser', en 'New Fang' zijn juist gedoseerde, pakkende en energieke rocksongs.
Op het nummer 'Dead End Friends' hoor ik voor het eerst wat meer Queens of the Stone Age, maar het nummer houd lekker de vaart erin en blijft daarbij toegankelijk, maar iets minder cliché dan beide voorgangers.
Het nummer 'Elephants' begint met een killer-riff die mij vooral doet denken aan het riff-werk van Jimmy Page bij Led Zeppelin. Als je naar hun outtake-album 'Coda' luistert, en dan nummer zoals 'Wearing And Tearing' en 'Walters Walk', dan weet je waar Homme de mosterd vandaan haalt.
'Sumbag Blues' heeft daarentegen een groove en een zang-geluid dat mij meteen doet denken aan Cream, maar toch ook weer iets van deze tijd. Hier laat Homme dan ook horen dat hij veel meer met zowel zijn stem als zijn gitaar kan als hij voorheen liet horen, en dit is tevens dan ook een van de betere platen van dit album.
Tijdens de volgende drie nummers, zakt het qua dynamiek zowel als compositie toch wat erg in. 'Bandoliers' is wel aardig, 'Reptiles' is een af en toe vervelend nummer met wel een lekker refrein, en 'Interlude With Ludes' is een vaag nummer dat eigenlijk niets toevoegt aan dit album. Daarbij doet de zanglijn van dit laatstgenoemde nummer mij af en toe toch wel erg denken aan 'I'm Designer', van het laatste QOTSA-album 'Era Vulgaris'.
Ondanks het naar mijn mening irritante refrein, draagt opvolger 'Warsaw' een groove waar je niet omheen kan. Het nummer begint zwaar, loopt uit op een lekkere jam om weer te eindigen waar hij begon. Niet voor iedereen toegankelijk, wel voor de muziekliefhebber of de muzikant zelf.
'Caligulove' is wederom een lekkere en catchy rock-song. Minder ingewikkeld als het tweede en het derde nummer, maar niet minder sferisch.
'Gunman' is dan ook een van de echt sterkere platen van dit album en had naar mijn mening ook de afsluiter moeten zijn. Wederom een ontzettend dikke groove, mede door de drums die hier in een afterbeat onder knallen. Zwoele zang, zware gitaren, vette drums, pompende bas, en niet teveel poespas. Het plaatje is hier rond.
Ten slotte afsluiter 'Spinning In The Daffodils'. Begint met een ontzettend piano-stuk maar word plotseling door gitaren onderbroken om over te gaan op iets anders, waardoor de intro niets blijkt toe te voegen aan het geheel van het nummer. Dit vind ik een van de zwakkere nummers, het nummer heeft niet veel om het lijf, maar duurt toch lang, waardoor het album hier dan toch weer iets afzwakt.
Conclusie
Sterke rockplaat met zijn hoogte- en dieptepunten. De track volgorde had beter gekozen kunnen worden, want momenteel zakt de plaat gewoonweg in, en heb je het gevoel dat sommige nummers er niet op thuishoren. Ik las ook sommige recensenten klagen over lange jams, maar ik ben juist ontzettend blij dat dit eindelijk weer gedaan word in rockmuziek. Het enthousiasme is dan ook te horen in het merendeel van de nummers, en dit zorgt dan ook voor echte overtuiging in de plaat. De sound van het album is een kwestie van smaak, je hebt veel ambient sound op de gitaren een drums, maar ik dit in combinatie met close-micing toch een concept waardoor de sound van de band meer tot zijn recht kan komen. En de sound vind ik dan ook nieuw, ondanks wat mensen zeggen, het klikt niet als de sound van QOTSA, noch de bands van de andere bandleden. Ook las ik meermaals dat alles zo ontzettend Josh Homme achtig klinkt, maar misschien moet je dan eerst nog maar eens luisteren naar het album 'The Thunderthief' van John Paul Jones, en dan hoor je dat deze waarschijnlijk toch meer in de melk te brokkelen had dan je dacht.
Al met al een goed en sterk album dat ook zal groeien, maar ik hoor wel meer potentie als wat tot nu toe het resultaat is. Vandaar 4 sterren!
Wie inmiddels nog niet weet wie de 3 heren in deze band zijn, die heeft waarschijnlijk op het verkeerde artikel geklikt, dus verdere introductie ga ik dan ook niet geven.
Het album begint sterk met het nummer 'Nobody Loves Me & Neither Do I'. Een plaat die vraagt om een climax, want het is niet een plaat die direct in je smoel knalt, terwijl je dat wel van deze heren zou verwachten. Maar na het tweede refreintje, als de bridge komt, dan komt plotseling een knal waar ik in ieder geval van uit mijn stoel schoot. Een ongelofelijk vette riff met een vet en dik pompend ritme, hoe ze op de op zich al hard gemasterde cd nog zoveel headroom hebben kunnen vinden is voor mij een mysterie.
Hoe dan ook, na het einde van de opener ben je goed wakker en klaar voor meer. Zowel het nummer 'Mind Eraser, No Chaser', en 'New Fang' zijn juist gedoseerde, pakkende en energieke rocksongs.
Op het nummer 'Dead End Friends' hoor ik voor het eerst wat meer Queens of the Stone Age, maar het nummer houd lekker de vaart erin en blijft daarbij toegankelijk, maar iets minder cliché dan beide voorgangers.
Het nummer 'Elephants' begint met een killer-riff die mij vooral doet denken aan het riff-werk van Jimmy Page bij Led Zeppelin. Als je naar hun outtake-album 'Coda' luistert, en dan nummer zoals 'Wearing And Tearing' en 'Walters Walk', dan weet je waar Homme de mosterd vandaan haalt.
'Sumbag Blues' heeft daarentegen een groove en een zang-geluid dat mij meteen doet denken aan Cream, maar toch ook weer iets van deze tijd. Hier laat Homme dan ook horen dat hij veel meer met zowel zijn stem als zijn gitaar kan als hij voorheen liet horen, en dit is tevens dan ook een van de betere platen van dit album.
Tijdens de volgende drie nummers, zakt het qua dynamiek zowel als compositie toch wat erg in. 'Bandoliers' is wel aardig, 'Reptiles' is een af en toe vervelend nummer met wel een lekker refrein, en 'Interlude With Ludes' is een vaag nummer dat eigenlijk niets toevoegt aan dit album. Daarbij doet de zanglijn van dit laatstgenoemde nummer mij af en toe toch wel erg denken aan 'I'm Designer', van het laatste QOTSA-album 'Era Vulgaris'.
Ondanks het naar mijn mening irritante refrein, draagt opvolger 'Warsaw' een groove waar je niet omheen kan. Het nummer begint zwaar, loopt uit op een lekkere jam om weer te eindigen waar hij begon. Niet voor iedereen toegankelijk, wel voor de muziekliefhebber of de muzikant zelf.
'Caligulove' is wederom een lekkere en catchy rock-song. Minder ingewikkeld als het tweede en het derde nummer, maar niet minder sferisch.
'Gunman' is dan ook een van de echt sterkere platen van dit album en had naar mijn mening ook de afsluiter moeten zijn. Wederom een ontzettend dikke groove, mede door de drums die hier in een afterbeat onder knallen. Zwoele zang, zware gitaren, vette drums, pompende bas, en niet teveel poespas. Het plaatje is hier rond.
Ten slotte afsluiter 'Spinning In The Daffodils'. Begint met een ontzettend piano-stuk maar word plotseling door gitaren onderbroken om over te gaan op iets anders, waardoor de intro niets blijkt toe te voegen aan het geheel van het nummer. Dit vind ik een van de zwakkere nummers, het nummer heeft niet veel om het lijf, maar duurt toch lang, waardoor het album hier dan toch weer iets afzwakt.
Conclusie
Sterke rockplaat met zijn hoogte- en dieptepunten. De track volgorde had beter gekozen kunnen worden, want momenteel zakt de plaat gewoonweg in, en heb je het gevoel dat sommige nummers er niet op thuishoren. Ik las ook sommige recensenten klagen over lange jams, maar ik ben juist ontzettend blij dat dit eindelijk weer gedaan word in rockmuziek. Het enthousiasme is dan ook te horen in het merendeel van de nummers, en dit zorgt dan ook voor echte overtuiging in de plaat. De sound van het album is een kwestie van smaak, je hebt veel ambient sound op de gitaren een drums, maar ik dit in combinatie met close-micing toch een concept waardoor de sound van de band meer tot zijn recht kan komen. En de sound vind ik dan ook nieuw, ondanks wat mensen zeggen, het klikt niet als de sound van QOTSA, noch de bands van de andere bandleden. Ook las ik meermaals dat alles zo ontzettend Josh Homme achtig klinkt, maar misschien moet je dan eerst nog maar eens luisteren naar het album 'The Thunderthief' van John Paul Jones, en dan hoor je dat deze waarschijnlijk toch meer in de melk te brokkelen had dan je dacht.
Al met al een goed en sterk album dat ook zal groeien, maar ik hoor wel meer potentie als wat tot nu toe het resultaat is. Vandaar 4 sterren!
