MusicMeter logo menu
MusicMeter logo
poster

Deep Purple - Fireball (1971)

mijn stem
3,82 (339)
339 stemmen

Verenigd Koninkrijk
Rock
Label: Harvest

  1. Fireball (3:27)
  2. No No No (6:56)
  3. Demon's Eye (5:23)
  4. Anyone's Daughter (4:45)
  5. The Mule (5:23)
  6. Fools (8:21)
  7. No One Came (6:28)
  8. Strange Kind of Woman [A-side Remix '96] * (4:08)
  9. I'm Alone (B-side) * (3:09)
  10. Freedom (Album Out-take) * (3:37)
  11. Slow Train (Album Out-take) * (5:38)
  12. Demon's Eye [Remix '96] * (6:12)
  13. The Noise Abatement Society Tapes * (4:18)
  14. Fireball [Take 1 Instrumental] * (4:10)
  15. Backwards Piano * (0:57)
  16. No One Came [Remix '96] * (6:23)
toon 9 bonustracks
totale tijdsduur: 40:43 (1:19:15)
zoeken in:
avatar van BoyOnHeavenHill
4,0
Eén ding is duidelijk: als het Purple's bedoeling was om absoluut géén In rock part 2 te maken, dan zijn ze in die opzet ondubbelzinnig goed geslaagd, want hoewel de drive even sterk is en de sound vaak aan de klassieke voorganger doet herinneren is dit verder een even afwijkend als uniek album. Ik weet niet of je het echt experimenteel mag noemen, want verschillende nummers (met name die op "kant 1") hebben een redelijk conventionele blues-rock-structuur, maar de arrangementen, de ritmes, de teksten en de algehele feel maken hier toch een zeer eigenzinnige plaat van. Misschien mag je het de fans van 1971 niet kwalijk nemen dat ze niet goed wisten wat ze hiermee moesten (er waren toen misschien nog niet zó veel bands die er op gericht waren om geen enkel album op z'n voorganger te laten lijken), maar vier decennia later vind ik dit toch nog steeds een ontzettend leuke en scherpe plaat, met als hoogtepunten voor mij die briljante sneeuwschuiver als opening en het grootse Fools met dat mooie Pink-Floyd-anno-Careful-with-that-axe-Eugene-sfeertje. En ook al vertelt het boekje van de geremasterde uitgave tot in details op welke manier en uit welke noodzaak het backwards piano-einde van No one came tot stand is gekomen, het blijft toch een perfect, sfeervol en zelfs licht spooky outro.
        De eerste vier bonustracks vullen de plaat overigens mooi aan, vooral het ijzersterke Strange kind of woman (die overgang naar de brug in ¾ is nog altijd prachtig – maar wie kwam er toch ooit aanzetten met die bizarre vondst van "I won my woman just before she died"?) en het ritmisch lekker aparte Slow train.
        Kent iemand dit verschijnsel? Op één bepaald plekje in je hersens bevinden zich diverse muziekfragmenten die je heel bekend voorkomen maar waarvan je nooit hebt geweten bij welk nummer of welke band ze behoren, en op een heel ander plekje in diezelfde hersens bevindt zich een aantal titels van beroemde nummers waar je op de een of andere manier nog nooit aan bent toegekomen om ze te beluisteren. En er is maar één ding mooier dan wanneer je ergens een nummer hoort en je plotseling beseft dat je nu één van die onbekende muziekfragmenten opeens geïdentificeerd hebt – en dat is wanneer zo'n fragment ook nog eens bij zo'n beroemde maar nooit beluisterde titel blijkt te horen. In mijn geval ging het dus om de regel "Oh my love it's a long way…" op de éne breinplank en de titel Fireball op de andere, en toen zette ik bij een vriend eens een plaat op… AHHHHH!
 

avatar van WoNa
3,5
De plaat met een van de allerbeste hardrock singles aller tijden. Het werd maar een klein hitje, maar ik herinner me heel goed hoe 'Fireball' me van de sokken blies. Het album leerde ik pas kennen met de 25 th Anniversary Edition die ik rond 2000 heb aangeschaft.

Fireball is een degelijk album, maar niet heel veel meer dan dat. Enerzijds een consolidatie van 'In Rock', anderzijds een opmaat naar het echte werk in de jaren die volgden. Wel met een fijne verrassing, 'Anybody's Daughter', een folk song die zo maar, onverwacht, voorbij komt en een enkele uitschieter hier en daar. Altijd stuwend en vaak een vlammende orgelsolo van Jon Lord en prachtige licks van Blackmore.

Op de feest versie staat ook 'Strange Kind Of Woman', wat natuurlijk een hele fijne feesttrack is.

avatar van frolunda
4,0
Werd per draaibeurt beter en beter zodat ook deze Fireball weer een voltreffer is in mijn aankoopbeleid.Haalt niet het niveau Machine Head maar is weer wel iets beter dan Who Do We Think We Are (1973),het andere album van Deep purple dat ik ken uit de periode 1970-1975.
Doordat ik nooit geen grote liefhebber was van Child in time (door die vreselijke hoge uithalen van zanger Ian Gillan) ben ik eigenlijk pas heel laat aan de albums van de band begonnen,maar toen Machine Head (1972) al meteen een meesterwerk bleek werden de overige platen ook direct een stuk aanlokkelijker.
Het grappige is dat de vocalen van Gillan,waar ik in eerste instantie geen liefhebber van was,nu juist een grote meerwaarde blijken te zijn voor het geluid van Deep purple.
Zo ook op Fireball waar de man in uitstekende vorm verkeert en daar mede door zijn grote bereik en heerlijk,losse zangstijl het album een flinke kwaliteitsinjectie geeft.Want het songmateriaal op deze vijfde plaat van Deep purple mag dan niet altijd tot het allerbeste van de band behoren,maar door de al eerder genoemde vocalen van Ian Gillan,de veelzijdigheid van zowel de songs als het totaalgeluid en het muzikale vakmanschap van de overige groepsleden is Fireball een prima plaat geworden.
Fireball en Demon's Eye vind ik de top nummers,met in hun kielzog Fools en No one came en zelfs het buitenbeentje Anyone's Daughter heeft een toegevoegde waarde.
Op naar de volgende.....

avatar
4,5
Als je van up tempo nummers van In Rock houdt is deze misschien minder, voor mij is tempo geen issue. Persoonlijk zie ik liever bands die zichzelf vernieuwen als bands die 16 albums vol spelen met hetzelfde. Als je de voorgaande albums opzet is Fireball ook weer niet zo vreemd. Persoonlijk kan ik Jon's Concerto ook erg waarderen

Fireball is een krachtige opener met innovatief drumwerk van Ian Paice met dubbele basedrum en kan met recht het eerste speedmetalnummer ter wereld worden genoemd. Zo maakte Sabbath en Zeppelin ze destijds niet. Blackmore beperkt zich tot het ritme maar daar tegenover gooit Roger zijn distortion base open wat zeker klinkt, dan voert Lord het door naar de climax. Bij elkaar opgeteld een geweldig nummer.

No no no is zeker ook een innovatieve song die met een relaxte riff begint vervolgens een funky inslag krijgt, dan tovert Ritchie prachtige geluiden uit zijn Fender en bouwt de spanning verder op, het nummer gaat verder en Jon doet hier vanuit zijn orgel zeker niet voor onder. Met nog wat breaks er in komt het tot een einde

Demon's eye is gewoon een bluesje niet briljant en ook niet slecht.

Anyone's daugther is een ander verhaal. Wat een prachtig intro en een prachtig gitaargeluid. Mijn liefde voor de Fender was beklonken. Prachtig verwoord en gezongen door Gillan. Heerlijk nummer, gelukkig dat ze er ook zo een hebben gemaakt, nog meegemaakt in de toer van 1993

The mule geldt voor mij ook als een hoogte punt. Prachtig drumwerk van Ian Paice, prachtige melodie, prachtige zang en prachtige geluiden die er tussendoor worden getoverd door de meesters op gitaar en orgel met een mooie middenbrake, geleid door Blackmore. Dit hebben ze tot en met 74 nog live gespeeld, alleen niet helemaal helaas

Fools ook weer een prachtig intro wat me aan Pink Floyd doet denken, rustig, lief, zacht tot er een rauwe kreet door de speakers schalt en de gang komt er in door het innovatieve drumwerk van Paice naar een climax opgevoerd, dan komt de rust er in en het galmende live stukje van Space trucking komt langzaam op, dan het wordt wordt weer lekker opgevoerd en de utro van Jon Lord sluit het op perfecte wijze af. Wat een song.

No one came bevalt me ietsjes minder maar zeker een innovatieve song en zeker niet slecht

Strange kind of woman hoeft geen verdere uitleg perfecte song waar Blackmore heerlijk op drift is, maar eigenlijk heel de band.

I'm alone is eigenlijk onstaan door de outtake Grabsplatter uit de In Rock tijd, waar op briljant wordt gemusiceerd door Blackmore, Paice en Lord. Waanzinning drumpatroon en prima rol van alle muzikanten.

Freedom is leuk om te hebben maar that's it, Slow train is een leuke outtake, wel zwak refrein maar verder Prima. The noise tape is leuk om af en toe eens te luisteren, wederom the sound he.

Remixen hoeven van mij niet zo. Ik draai dit album eigenlijk net zo vaak als ik In Rock draai

avatar van Ketwiezel
Sterke plaat vind ik dit. Na het emotionele geweld van In rock wordt de horizon enigszins verbreed met wat psychedelische-, funk-, blues-, country- en zelfs jazzinvloeden. Veelzijdige 'groeiplaat' van de Purplemannen.
Kant B behoort wat mij betreft tot het sterkste studiowerk wat Purple ooit heeft uitgebracht op LP.
(Alhoewel R. Von Blechmoor daar blijkbaar een iets andere mening over zal hebben...).

avatar van RonaldjK
3,5
Was ik in 1971 vijftien geweest, dan was ik na de magistrale opener met titellied Fireball teleurgesteld geweest. De oorzaak? Hierna geen soortgelijke snelle, harde nummers meer... Muzikaal gezien is het album conservatiever dan de voorganger. Daarmee kun je het oneens zijn: meer dan tevoren klinkt af en toe funk, nieuw voor de groep.
Anno 2024 ben ik stukken positiever, maar zoals ik in het dikke boekje bij de Anniversary Edition lees, waren niet alleen vele fans minder enthousiast. Hetzelfde gold voor Ritchie Blackmore, de ster van de verkooprecords brekende voorganger In Rock. Deze Deep Purple was te ingetogen.
Daar kwam bij dat in deze periode de spanningen tussen de gitarist en zanger Ian Gillan opliepen, mede door Gillans groeiende alcoholconsumptie. Dat Blackmore op zekere nacht de deur van bassist Roger Glovers hoteldeur met een bijl insloeg zorgde voor meer consternatie, vertelt de laatste. Bovendien werd Glover ziek tijdens een concert (uitputting) en Blackmore maakte een blindedarmontsteking mee.

De opnamen vonden gedurende enkele maanden plaats in diverse studio's. Veel andere zaken vroegen hun aandacht: een Duitse tournee plus vele losse optredens (veel heen en weer reizen dus), een qua succes mislukte uitvoering van Concerto for Group and Orchestra in de VS, nevenproject Green Bullfrog (Blackmore en Paice), het concert bij Jon Lords Gemini Suite (de hele groep, pas in 1993 op geluidsdrager verschenen) en de studioversie daarvan (oktober 1971, Glover en drummer Ian Paice). Fireball verscheen in de VS in juli '71, in Europa twee maanden later.

De openingsgeluiden van Fireball (een airco in de studio) lijken sterk op die van de lift in de studentenflat waar mijn oudste zoon woonde. Als ik daar op bezoek kwam, had ik de hele avond dat nummer in mijn hoofd. Heerlijk!
No No No vind ik ondanks Gillans sterke zang en Lords toetsensolo wat langdradig en de shuffle van Demon's Eye swingt stevig maar minder heb ik met de funkinvloeden. Positiever ben ik over het slot van kant 1. Waar ik vroeger teleurgesteld zou zijn over Anyone's Daughter, klinkt het me nu alsof Johnny Cash dit voor de groep schreef en bovendien heeft de tekst een boeiend verhaal. Een verrassend pareltje.

Kant 2 opent met The Mule, waarbij het boekje mij leert dat de opname per ongeluk deels werden gewist. Paices drumstel was al ingepakt en weg, onderweg naar een concert. Hij moest het inderhaast op een andere kit opnieuw inspelen, waardoor de aandachtige luisteraar twee drumstellen kan onderscheiden. In de sfeervolle gitaarsolo van Fools kun je al iets van Rainbows Still I'm Said horen, terwijl Blackmore met de volumeknop op zijn gitaar speelt.

De Anniversary Edition (1996) brengt de nodige extra's, waarbij de mix van het oorspronkelijke album vetter is dan voorheen. De bonussen beginnen met de non-albumsingle Strange Kind of Woman - I'm Alone, de laatste gebaseerd op werk dat Gillan schreef ten tijde van zijn vorige groep Episode Six.
De studio-outtakes van Deep Purple zijn soms meer dan aardig, omdat je hoort hoe nummers al jammend ontstonden. Hier geldt dat voor The Noise Abatement Society Tapes, waarin men al improviserend drie nummers langsgaat. Om maar te zwijgen over de vroege, knallend-instrumentale versie van Fireball, waarin de afzonderlijke partijen goed zijn te horen. Nog geen bas- of toetsensolo daarin en ook geen tamboerijn, maar dit is inmiddels een grote favoriet van me: hoor hoe Ian Paice de groepsleden opjaagt. Ook leuk is Backwards Piano, voorbeeld van hoe de groep en producer Martin Birch experimenteerden in de studio, te horen in menig toetsen- of gitaarsolo op dit album.

Diverse nummers vielen live niet zo goed en de groep haastte zich om nieuw werk te schrijven. Zo dook al spoedig Highway Star van de opvolger op in de liveset. Maar terecht noteerde Glover in het cd-boekje: "To suggest it was an inferior album, is to do it a disservice. It was a real progression for the band (...)". Wat mijn waardering betreft: een 7,5, vertaald in 3,5 ster.

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 11:02 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 11:02 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.