Op reis door new wave en punk, kwam ik door het overlijdensbericht
in Oor van zanger Peter ten Seldam bij dit enige album van zijn groep Panic.
13 had ik gemist, toen (te jong) en later (slechts in 1978 en 2011 verschenen heruitgaves en die laatste
alleen in de VS).
Wel kan ik me vaag herinneren destijds over de groep te hebben gelezen. Iets met chaotische concerten en een geduchte livereputatie.
13 is echter compleet nieuw voor me. Geproduceerd door de groep met (KRO-dj en journalist) Peter van Bruggen, die in Oor een vroege chroniqueur van punk was. Rondkoeklend ontdek ik dat Panic ook belangrijk was voor Paradiso, dat in die jaren veranderde van een wat ingedut hippie-etablissement naar een eigentijdse concertzaal.
De hoes is veelzeggend 1978: de kleurige inrichting van de ruimte, veel oranje; de kleding van de dames met onder andere een lange bruine rok en caramelkleurige legging (ik moet denken aan de foto's in Libelle die mijn moeder destijds las). Aan de muur echter de zwart-witposter van de groep. Diezelfde foto staat op de achterkant, waar als bezetting wordt genoemd Peter Penthouse op zang, Mike Decourt (Michiel van 't Hof) op gitaar, Pete Passion (Piet van Dijk) op bas en Rheinhard Roffel (Rein de Graaf) op drums. De eerste persing was meteen
op rood vinyl.
Met de oren van toen klonk
13 ongetwijfeld ontzettend rauw en rudimentair, al vermoed ik dat degenen die erbij waren zullen beamen dat ze live pas echt tot hun recht kwamen. Een directe productie zonder toeters en bellen, zes nummers op kant 1 en zeven op 2. Tot op het bot uitgeklede rock 'n' roll zoals punk beoogde te zijn, met
Baby Please als duidelijkst voorbeeld dankzij een rockabillyriff.
En verder begint de plaat met het geluid van een rochel, is schuttingtaal niet uitgesloten, waarbij het titellied uitlegt wat een dertienjarige allemaal nog niet mag, verlangend naar het moment dat hij zestien wordt.
Hierboven wordt als grootste favoriet
Requiem for Martin Heidegger genoemd, inderdaad de knallende afsluiter van dit album over de Duitse filosoof, tevens NSDAP-lid. Hierna eindigt de elpee met de vervormde en versnelde klanken van de diverse zangsporen, op streaming helaas tot een aparte track gebombardeerd.
Op mijn afspeellijst met wave uit dat jaar, de muziek op chronologische volgorde van verschijnen gezet, staat het titelnummer tussen Wayne County and the Electric Chairs (
28 Model T) en Elvis Costello
(I Don't Want to Go to) Chelsea. Toen punk en new wave nieuw en vaak onvoorspelbaar waren.
Mijn reis kwam van de live-elpee
Hanx! van het Noord-Ierse Stiff Little Fingers uit 1980. Ik keer terug naar waar ik was gebleven: mei 1981 waar qua mode en beleving één en ander is veranderd, single
Stand and Deliver van
Adam and the Ants.