MusicMeter logo menu
MusicMeter logo
poster

Gary Moore - After Hours (1992)

mijn stem
3,49 (88)
88 stemmen

Verenigd Koninkrijk
Blues / Rock
Label: Virgin

  1. Cold Day in Hell (4:28)
  2. Don't You Lie to Me (I Get Evil) (2:30)
  3. Story of the Blues (6:41)
  4. Since I Met You Baby (2:52)

    met B.B. King

  5. Seperate Ways (4:55)
  6. Only Fool in Town (3:53)
  7. Key to Love (1:59)
  8. Jumpin' at Shadows (4:21)
  9. The Blues Is Alright (5:45)

    met Albert Collins

  10. The Hurt Inside (5:54)
  11. Nothings the Same (5:04)
  12. All Time Low [Extended Version] * (8:40)
  13. Woke Up This Morning * (3:52)
  14. Movin' on Down the Road * (3:35)
  15. Don't Start Me Talkin' * (3:04)
  16. Once in a Blue Moon * (7:34)
toon 5 bonustracks
totale tijdsduur: 48:22 (1:15:07)
zoeken in:
avatar van Red Rooster
3,5
devel-hunt schreef:
Of je het nu leuk vind of niet, de levende legende Clapton vergelijken met de toch in de vergetelheid geraakte gitarist van Thin Lizzy is een vergelijking die kant nog wal raakt. Bovendien wordt Clapton over het algemeen gezien als één van de meest invloedrijkste blanke bluesgitaristen ooit, een status waar Moore niet bij in de schaduw kan staan.

Daarnaast zijn de platen van Moore verre van spetterend en bluesvol, eerder plasic en aalglad. Moore heeft de Blues niet, was veel beter op zijn plaats in een meer heavy setting als wild frontier.

Een levende legende? Dat is het beeld wat ze van Clapton hebben gemaakt. Clapton is een redelijk songsmid en een verdienstelijk zanger, maar als gitarist is hij zwaar overschat. Moore overtreft hem qua techniek, timing en gevoel. En dat is niet erg. Clapton heeft zijn eigen bijdrage geleverd aan de muziek. En - om met de woorden van Ritchie Blackmore te spreken: hij heeft de Fender Stratocaster op de kaart gezet. Anderen (Moore, Blackmore, Beck) hebben echter geexcellereerd.

avatar van Ronald5150
3,5
Zeer degelijke plaat van Gary Moore. Alhoewel ik dit geen echte blues vind, kan ik toch zeer genieten van deze plaat. Moore is een uitstekende gitarist en hij laat zijn Gibson op de juiste momenten rocken, maar ook ingetogen klinken. Vooral in de nummers waar ook blazers en toetsen een rol innemen klinken Moore en zijn band stuwend en soulvol. Met name in de nummers "Cold Day in Hell" en "Only Fool in Town" swingen de pannen van het dak.

Moore krijgt vaak de kritiek dat zijn gitaarspel te gelikt en glad is. Ik kan dit niet ontkennen, maar als je zo'n prachtige zuivere toon uit je Gibson Les Paul krijgt, dan weet je wat je doet. Persoonlijk hou ik van het ruigere en ruwe randje van de blues en dat mis ik hier wel. Live komt Moore naar mijn mening beter tot zijn recht en dan hoor je ook dat rafelige randje in zijn spel beter naar voren komen. Desondanks een ruime voldoende voor deze plaat.

avatar van RonaldjK
3,5
Wat doe je als na ruim twee decennia bikkelen je eerste bluesplaat tot je mainstream doorbraak leidt? In het geval van Gary Moore: veel optreden en er in Amerika achterkomen dat je weer in de druk van de muziekwereld klem dreigt te raken met videoclips, tv-opnames en meer.
Dit, het gemis van zijn gezin en gehoorproblemen brachten hem ertoe dat hij in een kleine depressie terechtkwam. Hij wist er net op tijd uit te klimmen om zich op de onvermijdelijke opvolger te richten. Eentje die gezien het succes van Still Got the Blues alleen maar tot teleurstelling kon leiden met de onvermijdelijke kritiek dat "het wel erg op de voorganger lijkt", zo legt Harry Shapiro uit in zijn biografie over Gary Moore.

Erkenning was er gedurende 1990 volop. Het leidt tot een bijdrage onder het alias Ken Wilbury aan het nieuwe album van The Traveling Wilburys, te horen op She's My Baby. Een aanbod van Bob Dylan om in diens band te spelen slaat hij af.
Het mentale dal waarin hij belandde, belette hem om allerlei promotie-afspraken na te komen. Had hij dat wel gedaan, dan was hij een grote geworden in Amerika, constateert manager Steve Barnett. Moore trok het echter niet, al ontmoet hij bij een Amerikaans tv-optreden wél weer getalenteerde musici met wie hij vervolgens nieuw materiaal uitwerkt voor wat After Hours zou worden.
Moore bleef lang in Amerika wegens belastingtechnische redenen: een jaar buiten het Verenigd Koninkrijk levert veel op. Vrouw en zoontje zijn daar niet continu bij.

Waar de voorganger in vrij korte tijd spontaan tot stand kwam, is er met een groter budget meer keuze qua muzikanten, studio's en meer. Een lang verhaal kort: opgenomen in de Verenigde Staten, waar Moore met maar liefst zes bassisten werkte. Wie wat op welk nummer baste is door alle takes niet meer te achterhalen, zelfs niet voor producer en technicus Ian Taylor. Toetsen werden gespeeld door Tommy Eyre die al gedurende Moores hardrockdagen bij hem speelde en inmiddels naar New York was verhuisd.
De muziek vertelt de rest. Hoorbaar is dat de blazerspartijen al op de tekentafel waren gecomponeerd, in plaats van later toegevoegd. Ze geven de nodige soulinvloeden aan dit album: Moore luisterde in die tijd naar veel muziek van het Staxlabel. We horen zowel The Memphis Horns als zijn eigen Midnight Horns. Ook is een dameskoortje prominent aanwezig wat de soulinjectie versterkt. Eén van de dames hoorde ik voordien op single Temptation (1983) van Heaven 17.

Moore nam het besluit om zich qua eigen composities op ballades te richten en qua blues vooral te coveren: die schatkamer is immers rijker dan rijk. Alhoewel: Since I Met You Baby ontstond spontaan en eenmaal af constateerde hij dat dit nogal als B.B. King klonk. Waarom die grootmeester niet gevraagd? Aldus geschiedde én slaagde.
Tot mijn verrassing vind ik meer favorieten op After Hours dan op Still Got the Blues. Cold Day in Hell is een fraaie synthese van blues en soul, zoals ik in 1988 hoorde op album Don't Be Afraid of the Dark van Robert Cray.
Voor Story of the Blues geldt hetzelfde en de tekst is een aaneenrijging van befaamde blueslyrieken, aldus Shapiro; qua akkoordenlijn denk ik terug aan A Night in the Life of an Old Blues Singer, dat Philip Lynott met Moore op zijn solo-12" Nineteen (1985) zette.
Separate Ways sluit de eerste helft af met popsoul die met het dameskoortje aangrijpend mooi is en qua sfeer herinnert aan ballades uit zijn hardrockperiode.
Op de tweede helft is Key to Love een plotseling bruut bluesknallertje, oorspronkelijk van het befaamde album van John Mayall. Op het swingende The Blues is Alright is Albert Collins weer te gast, net als op de voorganger.

Deuren blijven openzwaaien. Buurtgenoot en maatje George Harrison strikt hem voor een concert van diens nieuwe politieke partij, hier met bibberbeelden te zien. De begeleiders heten The Hijack Band, omdat Harrison hen heeft weggekaapt bij Eric Clapton. Moore moet er bij de repetitie tijdens het spelen van de solo aan worden herinnerd dat het liedje 'While My Guitar Gently Weeps' heet, een correctie die hij met een hoofd als een vuurtoren aanhoort om dat vervolgens méér dan recht te zetten.
In Amerika speelt hij zijn laatste concerten in dat land ooit, waarna de officiële tour in juni '92 in Europa begint en hij door Mick Jagger wordt benaderd. Oftewel, op naar Blues Alive.

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 13:25 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 13:25 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.