De voorbije maanden heb ik uit diverse bakken met tweedehands vinyl het nodige van Styx gevist. Maar dit album kocht ik nieuw, op eigentijds groen vinyl zelfs. Kennelijk hoopt de platenmaatschappij daarmee een nieuwe generatie vinylliefhebbers te winnen, of wellicht vermoeden ze dat oude fans hun grijsgedraaide exemplaren willen vervangen. Zelfs de poster ontbreekt niet (leuke conversatie daarover las ik hierboven) en eveneens leerde ik daar dat de hoes is geïnspireerd door
dit schilderij (1965) van de Belgische schilder René Magritte.
Styx' zevende album in hun zevende jaar als kwintet, al maakte de kern van de groep (de ritmesectie van de gebroeders Panozzo en toen accordeonist Dennis DeYoung) al
vanaf 1961 samen muziek. Over meer 'zevens' rond dit album vond ik hierboven enkele berichten; leuke weetjes!
Afgaande op wat de kenners op MuMe schrijven, ben ik definitief bij de gouden jaren van de groep beland; met
The Grand Illusion uit juli 1977 haalde Styx bovendien in Nederland voor het eerst de albumlijst, zij het uiterst bescheiden en pas twaalf maanden later: één week #49. Hé, dat is zeven keer zeven!

Ik had toen net hardrock en aanverwante genres ontdekt, waarbij ik Styx volkomen heb gemist. Vandaar deze inhaalreis door hun oeuvre.
Toetsen en gitaren strijden om voorrang, de typische koortjes klinken frequent en melodie is samen met afwisseling de grote winnaar. Voor mij is het hardrock die ik sterk associeer met de Verenigde Staten van de jaren '70. Ik zie een grote auto over de snelweg zoeven, dwars door de woestijn en uit de radio klinkt harmonieuze hardrock. In die auto zit een stelletje, beiden zingen luid mee.
Al bij de eerste tonen herken je het typische Styxgeluid. Soms is het klassiek en symfonisch, zoals de pseudo-ouverture in het titelnummer, een deel dat later in het nummer terugkeert. Invloeden van hardrock en melodieuze pop vullen titelnummer
The Grand Illusion met een prachtig refrein én een boodschap die kritisch is op materialisme en competitie, in tegenspraak met mijn associatie:
"So if you think your life is complete confusion, (...) just remember that it's a grand illusion".
De B-kant begint met het stevigste nummer van de plaat, uiteraard van de hand van James Young, die een kort en ingetogen toetsenintro liet voorafgaan. Hierboven lees ik dat Alfred Lagarde indertijd
Miss America in zijn Betonuur draaide, wat me niets verbaast; zo hoorde hij het graag. Nergens zijn de gitaren zo prominent als hier.
De binnenhoes vermeldt wie welk nummer zingt: voor het eerst kan ik dat onderscheid duidelijk maken; Tommy Shaw en Dennis Young verdeelden de boel eerlijk en James Young staat bij de microfoon bij zijn eigen ode aan mevrouw Amerika. Hetzelfde geldt voor de gitaarsolo's, eveneens leuk om met die binnenhoes de muziek te volgen.
Lekker album, al vind ik het moeilijk om naast het titelnummer nog een favoriet aan te wijzen.
Come Sail Away wellicht. Daarbij word ik niet omver geblazen zoals me vorig jaar met
The Mission gebeurde; maar die verscheen dan ook veertig jaar later, een andere tijd met een andere aanpak van de groep. Tegelijkertijd is dit een plaat die vaker op de draaitafel moet belanden; waarschijnlijk is dit een groeibriljantje, dat rijpt door de tijd. Zoals bij menig MuMens hierboven.