Vanaf
Down to Earth (1979) vond deze tiener Rainbow per album gladder worden. Toch wist ik inmiddels dat vergelijken met de jaren Dio geen zin had en oordeelde ik dat
Bent out of Shape niet onaardig was, toen ik deze najaar 1983 uit de fonotheek leende.
Opener
Stranded vat meteen samen wat ik van dit lichtere Rainbow vond: een matig hardrocknummer met een fantastische gitaarsolo van Ritchie Blackmore. Deze puber wilde het echter harder, waar Blackmore de andere kant opging.
Pas in de internetjaren kwam ik tegen wat hierboven ook wordt genoemd: hij wilde muziek á la Foreigner, hitsucces in de Verenigde Staten. Tja, dát deed Foreigner beter, in 1987 nog eens overtroffen door Def Leppard. Ook op
Bent out of Shape klinkt namelijk niet de muziek die geschikt was om (veel) popliefhebbers aan te spreken. Het hardrockt teveel.
Vier nummers vond ik boven de middelmaat uitstijgen en belandden op een cassettebandje.
Can't Let You Go met mooie melodie, sterke en passende zang van Joe Lynn Turner en wederom sterke gitaarsolo;
Fire Dance met zijn snelle riff en duel tussen de toetsen van David Rosenthal en gitaar; het klassieke toetsenintro van
Desperate Heart luidt een vlot en radiovriendelijk liedje in, waarbij ik me vandaag wederom verbaasde over die herkenbare en snelle solostijl van Blackmore. Het is om dezelfde redenen dat ik
Street of Dreams opnam, ook al is het wat rustiger.
Veertig jaar later blijken de nummers die ik oversloeg vooral keurige "zeventjes". Lichte hardrock, niet verrassend of betoverend maar altijd met spectaculair gitaarwerk. Maar liefst twee instrumentale nummers zitten erbij, te weten
Anybody There en
Snowman. In beide laat de gitarist zich van zijn subtielere kant zien, in de tweede is er ook een belangrijke rol voor toetsenist David Rosenthal: het klinkt bijna als de muziek bij een misdaadserie.
De hoes is weer herkenbaar uit de school van Hipgnosis. Net als
Difficult to Cure uit 1981 werd de plaat opgenomen in Kopenhagen met technicus Flemming Rasmussen, degene die het jaar erop furore zou maken dankzij zijn werk voor Metallica. Ook hun inzet kon niet voorkomen dat single
Street of Dreams zelfs in het VK slechts tot #52 reikte. De romantische teksten en de hardrock-light ten spijt.
Blackmore woog zijn kansen en besloot uiteindelijk dat een reünie met Deep Purple geen slecht idee was, nieuws dat ik nieuwsgierig omarmde. Einde Rainbow tot 1994, toen Blackmore het nog eens met vier onbekende muzikanten probeerde.
In de jaren vóór 2016 probeerde
Turner tevergeefs Blackmore warm te krijgen voor een reünie van Rainbow. Het contact liep via de managers van beiden. Uiteindelijk vernam hij uit de media dat er opnieuw een totaal nieuwe versie van de groep was verzameld.
Dan was het Rainbow van dit album en voorgangers
Difficult to Cure en
Straight Between the Eyes tenminste wél een echte groep: Turner schreef veel nummers met de groepsbaas, aangevuld met bijdragen van Rosenthal en bassist Roger Glover, die het album bovendien produceerde. Alleen daarom al de naam Rainbow waardig, waar de latere incarnaties "Blackmore & zeer kortstondige medewerkers" betroffen.