Terwijl ik bezig was de eerdere albums van Rainbow te ontdekken, verscheen in 1981
Difficult to Cure. Kees Baars was
uiterst positief in zijn recensie in Oor, ik was dus benieuwd. ‘Zou deze nieuwe zanger het niveau van Ronnie James Dio halen?’ vroeg ik mij af.
Tegelijkertijd las ik berichten dat ik daar niet op moest rekenen. Door de radiovriendelijke aanpak die Blackmore voorstond met Turner als zanger en Rondinelli als drummer was de sound wederom veranderd.
De fonotheek had de plaat spoedig in de bakken staan, zodat ik al snel mijn eigen oordeel kon vellen. De berichten klopten, zo was spoedig duidelijk: Blackmore ging eigenwijs een eenvoudiger (?) muzikale kant op.
Slechts twee liedjes belandden op mijn cassettebandje.
I Surrender en
Spotlight Kid, ik vind ze nog altijd goed. Dit hield echter ook in dat de rest van de plaat - in mijn beleving - inkakte. De jaren ’70 waren definitief voorbij, welkom in de “gladdere” jaren ’80. Geen
Fireball of
Stargazer met alle energie en complexiteit die Blackmore indertijd tentoonspreidde.
Niet dat de plaat slecht was: naast de twee goede tracks vond ik vooral de twee instrumentale songs best wel okay. Op kant A sluit
Vielleicht das nächster Zeit (
oude titel) af en op kant B doet de titelsong hetzelfde. Op deze nummers klinken zowel de klassieke kant als het herkenbare gitaartalent van virtuoos Blackmore volop. In het laatste geval herkende ik het gedicht/lied Ode an die Freude (1785) van Friedrich Schiller en het koordeel uit Beethovens Negende (1823). Blackmore was vaak in Duitsland te vinden, hij had er een schatje én een
zoon.
Wat me ook opviel: aan de credits is te zien dat Roger Glover veel liedjes meeschreef en bovendien is Don Airey goed op dreef, dienstbaar als altijd. Desondanks pakken de meeste liedjes me niet, toen niet en nu niet.
Later ontmoette ik jongere fans die juist meer van deze toegankelijkere versie van Rainbow houden: helemaal prima natuurlijk. Daarover werd en wordt (bijvoorbeeld hierboven) eindeloos gediscussieerd, want over smaak valt héél goed te twisten. Dat deden wij vanaf 1979 met elke plaat die Rainbow uitbracht; toen al was het altijd weer vergelijken met de eerste vier albums van Rainbow, de dagen dat Dio in de microfoon zong. Eindeloze welles-nietesdiscussies op het schoolplein!
Tegenwoordig valt me op dat
Magic met zijn oh-oh-koortjes goede adult oriented rock is, maar indertijd luisterde ik wat dat betreft liever naar The Babys/John Waite, Foreigner en Kansas, een band die op dat moment eenzelfde muzikale transitie maakte.
Voor mij is dit een aardig plaatje, niet meer en niet minder. De fanatiekere aor-fan zal waarschijnlijk méér sterren geven dan de 2,5 die ik doneer.