Rhymesayers laat al meer dan een decennia lang zien een uitstekend label te zijn. Zo kwamen er in de loop der jaren albums als: A Tribute to Lisa Bonet (Felt), The Undisputed Truth (Brother Ali) en vorig jaar nog het succesvolle When Life Gives You Lemons, You Paint That Shit Gold (Atmosphere) uit. Maar het label geeft ook de kans aan onbekende, getalenteerde acts; dit jaar is het bijvoorbeeld tijd voor de relatief onbekende rapper: P.O.S., om zich van zijn beste kant te laten zien. Met Never Better zal ook hij willen aantonen een waardig Rhymesayers-rapper te zijn.
Al snel blijkt dat we hier niet met een alledaags album te maken hebben; de rockinvloeden die veelal te horen zijn, geven het album een ruige tint. Drums, synths en stemsamples vormen een belangrijk geheel binnen de producties, wat een bombastisch en rockend geheel oplevert. Daarbij schromen de producers (Lazerbeak en P.O.S. zelf) er niet voor om meerdere samples door elkaar te laten klinken, de luisteraar krijgt dus veel te horen en zal zich niet snel vervelen. Gelukkig wordt het nergens teveel van het goede; een knappe prestatie aangezien er zoveel gebeurt op het album en dan hebben we het alleen nog maar over de producties.
Tekstueel is er namelijk ook veel te beleven, P.O.S. laat op momenten zien een echte poëet te zijn. Dit levert interessante quotables op als: “These preachers speak from their pockets, these teachers reach but can’t stop it//Seedlings poisoned so lost just, followin’ prophets to nonsense.” (Drumroll (We’re All Thirsty)). Daarnaast kaart de rapper zware onderwerpen aan, zoals de recessie, maar vergeet hij ook niet om Rhymesayers en Doomtree (zijn crew, die op het album een kleine rol van betekenis speelt, door twee gastbijdrages van Dessa en Cecil Otter) te promoten.
De woorden die hij rapt geeft hij extra kracht mee door zijn stem; deze kent de nodige agressie en zit vol van emotie, daardoor komen alle nummers oprecht over. Frappant is dat zijn stem wat doet denken aan een kruising tussen Slug en Brother Ali, met het verschil dat P.O.S. net wat rauwer klinkt.
Toch is het album niet voor elke liefhebber van hiphop weggelegd, er zijn weinig toegankelijke nummers te ontdekken door de terugkerende, op rock geïnspireerde, zware producties. Goodbye, een nummer dat een breder publiek zal trekken, is daarom de vreemde eend in de bijt. De warme stemsample en ditmaal rustig gedrum vormen de onderlaag voor wederom een goede tekst van P.O.S., ditmaal aangevuld met een pakkend refrein: “Do you recognize when the world won’t stop for you? Or when the days don’t care what you’ve got to do, or when the ways to tough to lift up, what are you gonna do?”
Na dit toegankelijke ‘uitstapje’ gaat P.O.S. weer verder waar hij gebleven was; nummers met een harde drum stapelen zich in hoog tempo op, zonder dat het ook maar ergens eenzijdig wordt. Diverse tikjes en droevige klanken van een piano (Never Better) zorgen hier bijvoorbeeld voor. Daarnaast blijft de rapper met goede teksten komen alsof het totaal geen probleem voor hem is.
P.O.S. is het zoveelste bewijs dat Rhymesayers alleen maar voor het beste gaat, een status die Never nagenoeg bereikt. Op het veelzijdige album is er, ondanks dat het met name om rockinvloeden gaat (en de drums de bovenhand voeren), van alles te horen. P.O.S. zelf blinkt uit met zijn sterke teksten en laat vaak genoeg zien een ware poëet te zijn. Een fijne bijkomstigheid: Never Better zou alleen al vanwege het schitterende artwork bij elke hiphopliefhebber in de kast moeten staan.
Mijn recensie is dus ook te lezen op
www.hiphopleeft.nl