Langzaam is dit mijn favoriete Sigur Ros album geworden. Ben nu wel een beetje uitgekeken op de eindeloze hoge scheur van Jónsi. Ook vind ik de "vrolijkere" nummers niet zo. Sigur Ros heb ik altijd wel geassocieerd met het prachtige stille IJsland en niet met een oerwoud vol met apen die teveel helium hebben ingenomen. Terug naar het begin dus. Terug naar Von.
En ow wat fijn om dit weer terug te luisteren! Vroeger kon ik er niet zoveel mee, misschien was ik nog geen geduldige luisteraar.. Dan hebben Einsturzende Neubauten, Set Fire To Flames, Godspeed You! Black Emperor en andere aparte muziekgroepen daar wel voor gezorgd
Het begint met
Sigur Ros . Gegil, gekrijs, gerommel met synthesizers/gitaar-effecten. Hier hoor je een groep muzikanten die nooit netjes les hebben gehad, maar alles gewoon op gevoel doen. De sfeer is naargeestig, ietwat pretentieus maar behaalt het doel. De luisteraar wakker schudden, daarna langzaam weer laten wegzakken.
Dan komt
Dögun, dit lijkt een gewoon dromerig stukje ambient te worden, aangevuld met de bekende Jónsi stem. Tot het afgebroken word en een distorted vocalist het over neemt. Op de achtergrond word er onverstaanbaar gemompelt en de regen blijft vallen. Met de nodige gitaarnoise erbij natuurlijk... Tja ik krijg er kippevel van..
Hún Jörð... word prachtig ingezet. Noise word vervangen door prachtige zang, ondersteund door muzikaal simplisme. Dan komt de noise en zang samen, wat perfect bij elkaar past. Heerlijk, hard, beheerst en eerlijk. De climax is vreemd, Jónsi die satanisch lacht en schreeuwt. Iets wat we hem nu echt niet meer gaan zien doen. Al die arme huisvrouwtjes... Een hoogtepunt.
Dan een klein kort snoepje,,
Leit Að Lífi genaamd. Neem het snoepje in en de wind vertelt een verhaal, dat je trommelvliezen laat trillen van genot. Het herhaalt en herhaalt zichzelf, komt nergens terecht. Een draaikolk in je hoofd. Met in het midden van alles...
Myrkur. Er word gitaar gespeeld, gedrumd, gezongen. Niks schrikbarends, waarschijnlijk hadden ze dit gemaakt voor als ze op een groot podium kwamen en maar 6 minuten en 16 seconden speeltijd hadden. Zodat ze iedereen omver konden blazen met genialiteit en toegankelijkheid. Zonder dat de zaal leegliep. Prima stukje muziek.
Bij
18 Sekúndur Fyrir Sólarupprás ben je weer even op aarde. Gelukkig zijn het meer 18 seconden....
Dan
Hafssól. Zware wolken doemen op, lijken iets te gaan vertellen. Weer het subtiele gezang, hier past het trouwens perfect bij. Het heeft hier een rol, het vult niet, het staat erbij. De abstracte geluiden zijn net zo belangrijk. Die balans maakt
Von tot het meesterwerk dat het (in mijn ogen) is. De klanken beginnen weer heerlijk van links en rechts te zweven en er lijkt zelfs een opbouw te komen! Tot een uitbarsting komt het niet, alles komt mooi op zijn plek terecht terwijl het geluid aanzwelt en de prachtige dissonante geluiden accentueert. Tien keer mooier dan een latere song met dezelfde naam. Tweede hoogtepunt
Dan een stuk wat me doet denken aan Einsturzende Neubauten, gelukkig niet met Blixa Bargeld erdoorheen. Dat zou iets te ehm.. misplaatst zijn.
Veröld Ný Óg Óð bestaat uit krakende geluiden, achtergrond-orgeltjes, industriele heksenketels en een break met scary stemmen. Oei.. even slikken dit.
Na zoiets vreemds verwacht je iets luchtigs, iets wat je geruststelt, je optilt en in de lucht gooit, waarna je weer stilletjes naar beneden zweeft. Iets wat je aan je vriendin kan laten horen zodat ze weet dat je niet alleen maar vreemde muziek luistert. Iets dat je zomaar, midden op de dag kan luisteren. Iets waar je af en toe naar verlangt. Iets waar je misschien zelfs een traantje bij laat vallen.
Von is wel zoiets. Prachtig.
Mistur brengt na een prachtig moment van rust er weer even spanning in. Er komt weer iets aan. Het is alsof je op een markt bij een kerk staat waar geen mensen zijn. Maar waar de wind zich van zijn sterkste kant laat zien. Hij gooit alles door de war en laat de kerkklokken luiden. Niemand is op de markt, iedereen zit veilig binnen. De wind kan zijn gang gaan.
Syndir Guðs (Opinberun Frelsarans): Iemand komt zijn huis uit en schreeuwt, de wind gehoorzaamt en gaat liggen. De markt komt weer tot leven, mensen ruimen alles op. Het gewone leven gaat door, ook in de wereld van
Von. Kinderen gaan weer spelen en de zon schijnt fel. Langzaam gaan we weg van de bewoonde wereld. We hebben nog één halte te gaan.
De laatste halte is
Rukrym. Zes minuten en vijftien seconden Aarde. Twee minuten en veertig seconden de wereld van
Von. Veel te kort natuurlijk. Maar ach veel meer dan Myrkur achterstevoren is het niet, of wel? Vreemd stukje geluid..
Een wonderlijke reis!
*4,5