Deze week in het vervolg van het "52 essentiële albums uit de pop/rock geschiedenis" topic (zie hier) volgens "De Cultuurkenner-2"
The Afghan Whigs zijn, ondanks verdomd sterke albums als ‘Congregation’, ‘Gentlemen’ en ‘1965’, nooit hun cultstatus ontgroeid. Na meer dan dertien jaar in de marge gespeeld te hebben, terwijl bands als Nirvana, The Smashing Pumpkins of Pearl Jam de grote podia platspeelden, splitte de band in 2001. Nu nog kunnen we echter bij jonge bands echo’s bespeuren van wat, naast Sonic Youth, Amerika’s bekendste cultband is.
Met 'Gentlemen', hun tweede album voor Sub Pop, leverden ze hun eerste meesterwerk af. Een term voor alle mogelijke discussies vatbaar, maar ontegensprekelijk was dit het begin van hun eigen, unieke geluid, dat zijn gelijke niet kende in het zogenaamde alternatieve decennium. Het is een weerspannig plaatje van een moeilijke groep. 'Gentlemen' bevat elf gloeiende brokken rock, die uitblinken in onvoorspelbaarheid en ondoorzichtigheid en schrille variatie. Kristalheldere riffs worden op slinkse wijze tot hypnotiserende, repetitieve riedels omgebogen, terwijl vanuit de coulissen, bijna onhoorbaar voor het blote oor, een strijker komt opzetten. Net op tijd - als de aandacht dreigt te verslappen - wordt de betovering verbroken. Pas na een paar keer luisteren zijn je trommelvliezen de dikke mist gewend en ontdek je songs: 'I keep coming back', een Graham Parker-achtig liefdeslied met een gitaar die als een helikopter rond het refrein cirkelt; 'Now you know', waarin een gek geworden piano bekvecht met een helse gitaar; het drammerige 'Be sweet', een song als een dreigement, de bittere klacht over een vrouw die naar affectie verlangt, terwijl voor zanger Greg Dulli een flinke beurt moet volstaan: 'In time I'll find I'm stuck / 'Cause she wants love, and I still want to fuck'. Dulli lijkt over de hele lijn te kampen met een lekkende hersenpan: zijn teksten staan stijf van onklaar gemaakte gedachten en sinistere insinuaties, die getuigen van een weinig traditionele kijk op de man-vrouw relatie en een onmiskenbare liefde voor het Hardere Werk: 'Feel it now and don't resist / This time the anger's better than the kiss', of 'I got a dick for a brain and my brain is gonna sell my ass to you'. Fijngevoelig is anders, maar de muziek maakt veel goed: luister één keer naar het semi-akoestische, sterk gezongen 'My curse' en u zal begrijpen. Zelfs als u het niet zo op uw gemaskerde, handboeien dragende en om straffere tepelklemmen smekende medemens hebt begrepen, blijft dit album toch nog een warme aanrader.
‘Gentlemen’ is een tegendraadse plaat die nooit helemaal grunge wordt, en nooit helemaal rock wordt, maar toch zijn tijdsgeest perfect onder woorden en klank weet te brengen. Het is bovenal een luistergenot, en past zo perfect in het rijtje der allergrootsten.
(bronnen: DaMusic, Roger Estrada, Humo en Skylinereviews.)