Dit album is één van de grootste verassingen van dit jaar voor mij. Ik had eigenlijk nauwelijks verwachtingen van dit album. Ik ken de vorige plaat niet, had daar alleen een nummer van gehoord en die vond ik niet zo heel speciaal. Ik hoorde Sweatshop en dat vond ik een weinig bijzonder doch aardig nummer op het eerste gehoor. Ik besloot dit album maar te volgen. Heb hem uiteindelijk beluisterd en de sound beviel mij meteen, een paar luisterbeurten op de VPRO luisterpaal later ben ik enorm aangenaam verrast en heb ik deze inmiddels op CD, in een werkelijk prachtige hoes!
Het album begint met wat geluiden uit de verte, de machine draait zich warm, want dit album doet mij denken aan een stampende en stomende machine die je op de cover ziet. Dan knalt de gitaar er direct in. Ah, I See is begonnen. De eigenzinnige sound van dit album is direct te horen: rauwe, hoekige instrumentatie als door een machine gemaakt en nonchalante, al even zo hoekige zang die er perfect bijpast. Het toch best lelijke Nederlandse accent dat er toch een beetje doorheen schemert past er wat mij betreft zelfs bij. Het nummer heeft een duistere sfeer, dan wordt je opgeschrikt door een klaxon-achtig deuntje dat iedereen wel kent. Eigenlijk vind ik dit een beetje jammer, het had van mij niet gehoeven. Al met al toch wel een lekker nummertje.
Dan een knaller: Sweatshop, een nummer over het harde leven in de sweatshops, hoewel de tekst doet vermoeden dat ze het eigenlijk helemaal niet zo erg vinden. Dit is één van mijn favoriete nummers van dit album gebleken na wat meer luisterbeurten. Zanger Torre Florim wordt hier bijgestaan door Kelly Thijssen, die er ook erg goed bijpast. De nonchalante zang in de coupletten heeft hier bijna weg van een zangerige manier van rappen. Een heel erg lekker nummer.
Hierna wordt het wat rustiger bij I'll Never Marry You, desondanks is de hoekige, machine-achtige sound nog duidelijk aanwezig. Florim zingt hier wat melodieuzer. In dit nummer verklaart hij niets van liefde te moeten hebben, liefde is namelijk degene met wie hij nooit zal trouwen. Een erg mooi nummer in elk geval.
Old Macdonald Don't Have No Farm No More is één van de meeste eigenzinnige nummers op dit album. Opzwepende, rauwe percussie waarin naast drums ook handenklappen en ijzeren dozen worden gebruikt, iets dat nog vake wordt gedaan op dit album. Daarbij die heerlijke nonchalante zang die hier meer op schreeuwen lijkt. Een erg fijn nummer met een zeer duister sfeertje. De lyrics zijn heerlijk duister en ironisch, er wordt beschreven hoe alle dieren van Old Macdonald één voor één worden afgeslacht, waarna er lekker ironisch en zonder enig mededogen wordt verkondigd dat Old Macdonald nu geen boerderij meer heeft.
Vervolgens I'm A Rat, hierin zingt Florim met kopstem en bewijst dit ook goed te kunnen. Dit nummer is erg swingend en vrolijk, met een echt vrolijk doch niet alledaags deuntje. Ook heerlijk hoe die gitaar er inknalt. Leuke lyrics ook weer, het nummer gaat over een rat die huisdier is maar die wil ontsnappen. Wellicht een nummer met hitpotentie.
Daarna Keep Me Home, dat weer lekker onheilspellend is, met lekker donkere strijkers en een slepende percussie, qua instrumentatie doet dit nummer me aan Venus In Furs van The Velvet Underground denken. Het refrein met het koor is heerlijk duister, evenals de tekst. Florim zingt er goed op dit nummer. Het nummer heeft iets hypnotiserends en is wellicht het duisterste nummer van het album. Een favoriet van mij.
Tumbling Down is dan weer een stukken vrolijker, bijna dansbaar nummer, maar toch weer met een duister sfeertje. Een niet zo heel bijzonder nummer, maar zeker een leuk nummer. Ondanks het vrolijke is de tekst weer duister, waar het over gaat is mij tot nu toe onduidelijk.
Nu gaan we lekker stampen op Psycho Disco, ook één van mijn favoriete nummers van dit album. Een swingend nummer met een heerlijk deuntje. Het doet echt denken aan een maniakale disco, met een pompende bas en gestoorde deuntjes en zang.
Ook Rooster Man is een dijk van een nummer, wederom begeleidt door slepende percussie. De scheurende gitaren zijn echt heerlijk. Dit nummer heeft een echt knalrefrein, het is een beetje een meezinger en heeft wat mij betreft hitpotentie en lijkt mij live echt een knaller.
Waar Serial Killer over gaat, daar is geen twijfel over mogelijk, een verschrikkelijke seriemoordenaar is los, niemand weet wie het is, hijzelf vind het in elk geval juist wat hij doet. Desodanks is de muziek weer vrolijk. Scheurende gitaren, zeer goed drumwerk en vrolijke synthesizer deuntjes kenmerken dit nummer.
Dan Back To The Grind, een heel bijzonder nummer, Geert Jonkers, iemand die niet bij de band hoort, heeft namelijk een machine gemaakt die in dit nummer meespeelt. Een nummer over een dorp waar alles doodgaat en niets meer wil groeien, hoop vervliegt terwijl de honger toeslaat. Nu zijn de mijnen heropend en wordt er weer naar goud gezocht als laatste hoop, de kans dat er wat gevonden wordt is echter klein en het is bovendien gevaarlijk. Uiteraard hoor je de machine aan het werk, dit levert een interessante en eigenzinnige percussie op. Desondanks vind ik dit nummer zelf één van de mindere.
Al met al vind ik dit een erg goed album, deze jongens uit Nijmegen durven een eigen geluid neer te zetten, met eigenzinnige percussie en zang en ruimte voor experiment, daarnaast vind ik dat ze erg goede teksten hebben. Ik hoop dat deze jongens nog lang door gaan, ik kijk al reikhalzend uit naar het volgende project en hoop ze binnenkort zeker live te gaan zien.
Een dik verdiende 4,5*