Meer dan een vlotte, energieke beat hebben ze eigenlijk niet nodig. Want samen halen Eminem en Royce da 5'9" het beste in elkaar naar boven. Hun tracks klinken alsof ze elkaar met iedere regel willen overtreffen, waardoor de muziek zowel tekstueel als flowtechnisch nooit routineus wordt. Dat werd eind jaren negentig al duidelijk, toen de twee onder de naam Bad Meets Evil een paar nummers dropten, maar ook de afgelopen maanden, toen officieel werd onthuld dat er eindelijk een gezamenlijk album in de maak was. Living Proof, Echo en later Fast Lane lieten allemaal hongerige rappers horen - rappers die zich wilden bewijzen, die wilden laten zien dat ze ondanks alle roem nog steeds als de beste kunnen rappen. De verwachtingen werden dan ook al gauw hooggespannen. Zou Royce dan eindelijk de klassieker op zijn naam krijgen die hij verdient? Zou Eminem na het softe Recovery zich met Hell: The Sequel helemaal kunnen revancheren voor zijn undergroundpubliek?
Het antwoord is: nee. Want ook al staan op deze cd meerdere interessante nummers waarbij Royce en Em elkaar over een energieke beat opzwepen en de ene punchline na de andere voorschotelen, is Hell: The Sequel als geheel te mager en te wisselvallig om echt te beklijven. Voor elk goed moment valt minstens één zwak moment aan te wijzen. Inderdaad, Fast Lane is een ontzettend krachtig en rauw hiphopnummer, maar wat te denken van het voorspelbare, totaal misplaatste gastoptreden van Bruno Mars? En ja, opener Welcome 2 Hell biedt eigenlijk al reden genoeg om Em en Royce in ieders toplijst op te nemen, maar valt dat niet weg te strepen tegen het quasi-humoristische, voortkabbelende A Kiss?
Zo schommelt Hell: The Sequel heen en weer tussen enerzijds een onvergetelijke comeback en anderzijds anoniem amusement. Toch, en dat maakt dit project de moeite waard, wordt ook op die zwakke nummers nog duidelijk hoeveel talent Em en Royce bezitten. Zelfs over de meest afgezaagde producties flowen de twee soepel, zonder poespas, zonder geforceerde stemmetjes. Leuk daarbij is ook dat er tekstueel het onderste uit de kan wordt gehaald. Er wordt regelmatig gescholden en uitgedaagd - zelfs Lady Gaga krijgt een veeg uit de pan - terwijl de inhoud nergens repetitief of uitgekauwd klinkt. Met name Royce onderscheidt zich op dit gebied. Op bijna ieder nummer laat hij horen dat hij zich kan meten met de absolute top - hij beschikt niet alleen over een imposant arsenaal aan doeltreffende lines, maar varieert ook met een jaloersmakende eenvoud qua tempo. Voor Eminem geldt min of meer hetzelfde, zij het dat hij af en toe lelijk uit de bocht schiet, zoals op het zangerige, overdreven refrein van The Reunion.
Productioneel is Hell: The Sequel van minder hoog niveau. Zoals gezegd is er weinig nodig om Royce en Eminem muzikaal te ondersteunen, maar met een onvergetelijke beat zouden de twee mannen wellicht naar een hoger plan worden getild. Dat gebeurt hier nergens. Havoc levert een aardige beat voor de opener, en Mr. Porter (met Eminem tevens executive producer van het project) doet zijn werk verdienstelijk, maar verder dan een vlotte drum en krachtige baslaag komen zij ook niet. Erg? Nee, dat niet. Maar het zorgt er wel voor dat alle aandacht naar de gastheren gaat. En die rappen goed, meer nog dan dat, ze vormen een duo dat zich kwalitatief kan meten aan EPMD of Mobb Deep. Maar dat betekent natuurlijk niet dat dit debuut met Strictly Business en The Infamous is te vergelijken. Waar die twee albums nog jaren zullen worden gedraaid, zal Hell: The Sequel op een paar nummers na waarschijnlijk vrij snel worden vergeten. Misschien een mooie stimulans voor Eminem en Royce om die klassieker te maken die ze als duo in zich hebben.
Hiphopleeft