Het tweede album van Yes en bij dit album begint het al wat te rommelen, maar achteraf blijkt dat wel wat bij Yes te horen.
Ik heb ooit een dubbelvinyl tweedehands aangeschaft
2 originals of Yes met daarin dus de eerste twee platen van deze proggroep.
Deze uitgave was enkel in een aantal landen van Europa in 1973 uitgebracht. Waarschijnlijk om nog te profiteren van het succes van 'the yes album'. Want de eerste twee platen hadden niet zo veel gedaan in Europa.
De hoes die binnenin zit is niet de originele maar de alternatieve (Amerikaanse preutse) hoes, met de 5 leden van de groep. Enkel is dit al de nieuwe samenstelling, zonder Peter Banks, maar met zijn opvolger Steve Howe, die echter geen enkele noot op deze plaat heeft gespeeld.
Dan de muziek, opnieuw 2 covers het eerste nummer van Ritchie Havens en 'Everyday' van Stephen Stills. Anderson is verantwoordelijk voor de rest van de songs , één keer samen met Chris Squire en 2 keer samen met David Foster. Uit de teksten van een aantal nummers blijkt de voorliefde van Jon Anderson in science-fiction, wat later breder wordt naar alles wat kosmisch en spiritueel was.
Dit tweede album probeerde Yes het wat groter aan te pakken door een orkest in te huren die voor een wat andere, bredere sound zou moeten zorgen. Tony Cox was verantwoordelijk hiervoor. Anderson luisterde vaak naar klassieke muziek en hij geeft deze verklaring voor de orkestrale inzet :
"Ik had speakers aan het voeteneind van mijn bed staan, waar constant klassieke muziek uit kwam. Ik was geïnteresseerd in het openbreken van het geluid van de band, het ontwikkelen van een strijkersgeluid, en we hadden het erover om een Mellotron te proberen, maar we dachten dat die maar een bepaald geluid had en dat het alleen bij een bepaald soort muziek paste. We hebben het een paar keer geprobeerd, en toen besloten we om echte muzikanten in te schakelen, strijkers en koperblazers, dat soort dingen. Dus in zekere zin was het eigenlijk een soort avontuur, dus het werkte meestal wel, maar soms waren de muzikanten er niet echt klaar voor. Het waren sessiemuzikanten, maar ze klonken niet echt alsof ze er klaar voor waren. Ze deden gewoon hun werk"
Twee singles werden van het album gehaald, 'time and a word' en 'the prophet' maar die deden helemaal niets. Vandaar dat men eigenlijk verder wilde als album groep. 'Sweet Dreams' en 'Time and a word' zijn wel nummers die nog vaak live gespeeld werden.
Door het orkest kwam het gitaarspel van Peter Banks helemaal in de verdrukking. Zowiezo zat hij wat op vinkentouw, de groep wilde van hem af en zelf had hij ook grote moeite met de muzikale koers met orkest. Of het klopt weet ik niet, maar ergens las ik dat men hoopte dat Fred Frith hem op zou volgen, maar die zat prima op zijn plek bij Henri Cow. Uiteindelijk bleek Steve Howe de juiste man op de juiste plaats.
Dit tweede album ligt ergens wel in het verlengde van het eerste album, het 'frivole en frisse' van het eerste album is er wat af, de zoektocht naar de uiteindelijke sound is nog in volle gang. Op deze plaat ook nog invloeden van Beatles , Holz en jazz.
De plaat werd geen groot succes en de groep begon te twijfelen aan hun bestaansrecht. Waarschijnlijk mede door de wisseling van Peter Banks en Steve Howe en de verhuizing naar Devon zorgde er waarschijnlijk voor dat ze het bijltje er niet bij neergooiden, maar kwamen met een overweldigend derde album.