Net als
OzzyLoud heb ik het niet zo op "supergroepen": de uitkomst is in de meeste gevallen minder dan het meeste materiaal van de leden bij hun andere bezigheden. Van tevoren had ik dus géén zin in Flying Colors (mooie groepsnaam, slaat ongetwijfeld op hun ontstaan) en hun gelijknamige debuut.
Beluistering leert echter onmiddellijk dat het geen album is geworden van "kijk eens hoe virtuoos we zijn", maar eentje waarin de individuele capaciteiten steevast ten dienste staan van het liedje en dán heb je me.
Daar komt bij dat de mij onbekende Casey McPherson een lenige stem heeft, niet zo opvallend maar uitermate geschikt voor deze melodieuze hardrock met een randje van progrock. De genrenaam adult oriented rock die
Broem in 2012 liet vallen, klopt. Net als zijn constatering
"deze heren kunnen meer dan ze laten horen." In mijn beleving valt dat juist goed uit. Wel verraden de gitaarsolo's en details in toetsen, bas en drums dat de vijf klasbakken zijn.
Om nog een andere reden is dit album opvallend: na jaren van dominantie van de cd, verscheen
Flying Colors gelijktijdig op cd en vinyl. De getijdenwisseling was ingezet.
Zwakke nummers kom ik niet tegen. De stevige opener
Blue Ocean start verrassend met de pratende heren bij aanvang van de opname; oftewel, een album dat in takes is opgenomen en niet in afzonderlijke lagen met eerst drums, dan bas, dan... etcetera.
Hierna verstrengelt
Shoulda Coulda Woulda op dezelfde wijze energie en melodie. Uit details blijkt de voorliefde voor progrock, maar het blijft toegankelijk.
Kayla opent akoestisch om uptempo te vervolgen waarbij alweer een pakkend refrein volgt met soms zingende gitaarlijnen.
Symfonische bombast in
The Storm. Misschien is dát wel de juiste muzikale term: niet aor maar symfonische (hard)rock, toegankelijker dan we tegenwoordig onder progrock verstaan. Het nodige slappende baswerk van Dave LaRue in het rockende
Forever in a Daze en met de pianoklanken van Neal Morse (leuk, de twee Morses bij elkaar, geen familie geloof ik) in het intro van
Love Is What I’m Waiting for volgt edelpop, alsof dit 10CC of Muse is. Vergelijkingen die
TheInvisibleMan meteen in 2012 terecht maakte.
Melancholie klinkt in
Everything Changes, een onverwacht pareltje met nogmaals warme jaren '70-sfeer, mede dankzij de (bijna) Moogklanken die (door gasttoetsenist Brian Moritz?) uit het klavier worden getoverd.
Better than Walking Away is verrassend klein en brengt daarmee een rustpunt; voor een ballade best lekker, sterker nog, de melodie blijft zo hangen, waarna ik met de dubbele basdrums van
All Falls Down overeind veer, waarbij dat nummer iets van Muse wegheeft.
Daarna overkomt me met
Fool in My Heart wat in de beschrijving van
OzzyLoud staat:
"wel wat aan de veilige kant en had wat meer progressiviteit verwacht en gehoopt". Voor de 3'48" die het duurt is het nummer echter nog altijd okay. Zeker als vervolgens
Infinite Fire het album sterk besluit, dat pas echt op gang komt bij de gitaar- en toetsensolo. Fraai opgebouwd, deze 12 minuten die desondanks pakkend blijven.
Op reis door het oeuvre van Steve Morse is het lekker om de man na Dixie Dregs en al zijn instrumentale solowerk eens met een vocalist aan het werk horen, wat bij zijn vorige project
Angelfire met de piepjonge zangeres Sarah Spencer ook al het geval was. Zijn werk met Kansas en Deep Purple laat ik deze weken buiten beschouwing en dan kom je eenvoudigweg vooral instrumentaal werk tegen.
Ben benieuwd of MuMensen als
vielip en
gaucho dit album kennen, dit past wellicht in hun smaak. Zo ja, wat vinden jullie ervan?
Een jaar later bracht Morse met Deep Purple het sterke
Now What?! uit en het jaar dáárop was er al de
tweede Flying Colors.