Killer Mike, de eeuwige gastartiest. Met zijn ijzersterke bijdrage aan de Grammy-winnende gigahit The Whole World van OutKast, was de geboren Michael Render in één klap wereldberoemd. Vijf soloalbums later zijn het nog steeds gastoptredens die hem in het collectieve geheugen bewaren. Elk van zijn platen bleef steken in de middelmaat, wat de vraag rechtvaardigt of de beste man wel in staat is zelf een album te dragen. Hij zou zich kunnen verschuilen achter het feit dat zijn producers tot voor kort niet direct tot de eredivisie van hiphopland behoorden (een enkele uitzondering daargelaten), maar die tijd is nu voorbij.
Niemand minder dan underground-eindbaas El-P neemt de producties van R.A.P. Music voor zijn rekening. Na zo’n vijf jaar zonder noemenswaardige projecten is de grootmeester in 2012 terug met zijn eigen plaat C4C en dus het subject van deze recensie. De vraag is hoe de spacy New York-instrumentaties van El-P samengaan met de zuidelijke stijl van Killer Mike. Die vraag wordt niet beantwoord, aangezien de eerste zich flexibel toont door zijn beats wat ritmischer en basic vorm te geven dan we van hem zijn gewend. Zo is de aftrap van het album, Big Beast, met zijn harde kicks en onrustige strings gemakkelijk te plaatsen in het dirty south-geluid waar Atlanta (Mikes thuishaven) om bekendstaat. Laatste beat biedt dan ook een perfect platform voor Mike, Trouble en vooral de uitstekend flowende T.I. om de plaat al brag & boastend een flinke kickstart te geven. Het is een voorbode van de mooie wisselwerking tussen El-P en Killer Mike die door de hele plaat heen terug is te horen.
Toch is er zeker geen sprake van complete zelfverloochening aan de kant van El-P; hij drukt een weliswaar iets aangepaste maar wel degelijk herkenbare stempel op R.A.P. Music. Dit is het sterkst het geval bij uitgerekend de enige track waar hij ook een vocale bijdrage levert: het heerlijk rauwe Butane (Champion’s Anthem). Een typerende doordreunende bastoon, met computerpiepjes die de track van onrust en energie voorzien, waarop Killer Mike maar weer eens zijn trukendoos opent voor wat heerlijk flowende veelrijm: “Killing them or killing me, this is my soliloquy//Iller than the illest be, I will spit the illest shit from right here till infinity//Till I reach the dirt, I will search the earth endlessly//Looking for the illest see, ain’t nobody lyric’lly as ill as me//‘les Eazy-E, come back from the A-I-D, S yes, get a beat from E-L-P//Ghost written from my partner T-I-P, Cube and me//And we time travel back to ’95, jumping in ’63 Impala player, Cubin Linx.” Het is fantastisch om te horen hoe El-P hierna met een volstrekt ander ritme en andere flow op meerdere manieren vertelt hoe weinig hij opheeft met de wereld. Eerst pervers (“I’m a grinch, with a grin I will shit on your kids”) om de track af te sluiten op een (ietwat) serieuzere toon: “I’m closer now, maybe our society is suppose to drown//Middle finger’s up at our Titanic as it’s going down.”
Zodoende zijn dus zowel de zuidelijke als de oostelijke invloeden te horen, wat logisch is bij deze samenwerking. Dat ook de Westkust redelijk prominent wordt vertegenwoordigd, is minder vanzelfsprekend. Zo is daar één van de duidelijke hoogtepunten van de plaat, Don’t Die, waarop Killer Mike als een volleerd Nigga With Attitude verhaalt over de corrupte politie en overheid, geheel in N.W.A.-stijl besluitend met “Fuck the police is still all I gotta say.” Ook de manier waarop meermalen van beat wordt gewisseld doet sterk denken aan hoe Ice Cube in zijn hoogtijdagen tussen verschillende tracks gewoon doorrapte alsof het album in één take werd opgenomen.
Don’t Die is bij lange na niet de enige track waarop Killer Mike laat horen iets op zijn lever te hebben. Waar dit nummer relatief simpele storytelling bevat, heeft de rapper daarvoor al een flinke dosis maatschappijkritiek gegeven op het intense Reagan: “They declared the war on drugs, like a war on terror//But what it really did was let the police terrorize whoever//But mostly black boys, but they would call us niggers//And lay us on our belly, while they fingers on they triggers//They boots was on our head, they dogs was on our crotches//And they would beat us up if we had diamonds on our watches.” Killer Mike impliceert op deze track dat de ‘war on drugs’ slechts een manier is om veel zwarten achter de tralies te krijgen opdat Amerika over meer gratis arbeid beschikt. Grote woorden, en de sterke opbouw van de instrumentatie geeft die nog eens extra gewicht.
Zo lukt het Killer Mike vreselijk veel aspecten van hiphop te combineren zonder dat dit gekunsteld overkomt. De titeltrack is als ode aan hiphop zelf, waarin de nadruk ligt op hoe divers hiphop is, een prachtige afsluiter van een zeer diverse hiphopplaat: “This is jazz, this is funk, this is soul, this is gospel, this is sanctified sick,” waarbij het genre wordt opgedragen aan grootheden als Robert Johnson, Jimi Hendrix, Ray Charles, Stevie Wonder, Nina Simone, James Brown, Muddy Waters, Curtis Mayfield, George Clinton, John Coltrane, Miles Davis en, natuurlijk, OutKast.
Eigenlijk is er op R.A.P. Music geen minder nummer te ontdekken, sterker nog: de heerlijke freestyle Go! en het misschien wel beste nummer van de plaat, Willie Burke Sherwood, zijn hier nog niet eens besproken. Met de hulp van El-P is het Killer Mike gelukt een dusdanig sterk product af te leveren dat hij en passant ook een plek opeist tussen de relevantere artiesten van de hedendaagse hiphop. En dat voor iemand waarvan het de vraag was of hij überhaupt een plaat alleen kon dragen.
Reeds verschenen op Hiphopleeft.nl