Kristian Matsson, alias The Tallest Man on Earth, wist mij met zijn vorige plaat, ‘The Wild Hunt’, net als zovelen overigens, voor zich te winnen. Zijn debuut was toen, in 2010 was dat, al een goeie twee jaar in omloop, maar het was die tweede plaat die het vuur bij veel mensen deed oplaaien. ‘Shallow Grave’ gaan beluisteren was na die zeer gesmaakte plaat een logische tweede stap, en die beviel me nog beter. Daarna heb ik zijn titelloze EP beluisterd, en inmiddels had hij al een nieuwe EP uit, met de mooie titel ‘Sometimes the Blues Is Just a Passing Bird’. En nu is er dus zijn derde langspeler.
‘There’s No Leaving Now’, heet die derde, en het is wederom een werkje van hoge kwaliteit. Een eerste bemerking van mijn kant is wel dat de kwaliteit niet zozeer constant is, maar er zijn pieken en dalen. Al zijn die dalen zeker niet diep. De pieken, daarentegen, zijn hoog. Zo is het titelnummer één van de mooiste nummers die ik dit jaar al heb gehoord, en zo goed als zeker het meest ontroerende. Nochtans horen we Matsson in deze voortreffelijke song niet in zijn meest bekende rol als meester-snarenplukker, maar aan de piano. Een bijzonder ingetogen en naar de keel grijpende song is het resultaat.
De titelsong is echter niet de enige piek, ook ‘1904’ en ‘Bright Lanterns’ mogen het etiket “fantastisch” opgekleefd krijgen. ‘1904’ is een vinnig nummertje, waarin de karakteristieke stem van Matsson het best tot z’n recht komt. ‘Bright Lanterns’ laat dan weer de andere Matsson zien, net wat rustiger en in meer in zichzelf gekeerd, zoals ook op de titelsong te horen is. De teksten zijn ook weer van een hoog niveau, Matsson put weer uit zijn blijkbaar zeer uitgebreide collectie natuurmetaforen.
Ook afsluiter ‘On Every Page’ is een erg mooi nummer, en een meer dan geslaagde afsluiter voor het album. De overige nummers bevinden zich minstens een niveau lager dan de vier die ik nu heb opgenoemd. Opener ‘To Just Grow Away’ laat weer maar ‘ns horen dat Matsson de fingerpicking style wel degelijk onder de knie heeft, en dat hij er goeie songs uit kan puren. ‘Revelation Blues’ laat een wat voller geluid horen, met elektrisch versterkte gitaar, als ik me niet vergis, iets wat hij ook al deed op zijn vorige EP. ‘Leading Me Now’ leunt weer meer aan bij het authentieke Matsson-geluid (als je daar in zo’n vroeg stadium in zijn carrière al van mag spreken), maar het nummer had, toegegeven, als het op het debuut had gestaan, een beetje bleek geweest. Goed dus dat hij zijn horizon stukje bij beetje verbreed.
Na deze eerste drie nummers komt dus dat ijzersterke drieluik ‘1904’-‘Bright Lanterns’-‘There’s No Leaving Now’, waarover een mens weinig meer dan “Wauw!” kan zeggen. Soms is het toch echt verbluffend wat deze kleine grote Zweed weet te presteren, en hoe hij voor zichzelf een plaats in het hart van veel muziekliefhebbers weet te veroveren. Met het titelnummer wil ik altijd hardop meezingen, maar ik kan het niet, omdat ik weet dat mijn stem nog niet tot aan de enkels van Matsson’s unieke vocalen reikt. Oké, het lijkt een beetje op Dylan met een verkoudheid, maar het is zeker en vast geen kopie, dat moet je hem nageven. Je moet er wel voor zijn, uiteraard.
‘Wind and Walls’ kent een kalme intro, maar na een tiental seconden laat Matsson zijn akoestische gitaar toch weer duchtig weerklinken. Op het eerste gehoor een wat onopvallende song, maar eens je voorbij die barrière bent, is ook dit weer een erg mooi nummer. Er zit een soort bluesy feeling achter het nummer. De pedal steel wordt hier ook gebruikt, als ik me niet vergis, maar in ‘Bright Lanterns’ wordt die ook al gebruikt, en vooral in die song klinkt het heel erg goed, en klopt het plaatje perfect. ‘Little Brother’ is een nummer dat ik al kende uit een live-uitvoering, als ik me niet vergis, en is een nummer waar niets mis mee is. De eerste paar luisterbeurten behoorde het tot m’n favorieten (omdat ik het al kende, I suppose), maar gaandeweg is het toch een soort “minder broertje” geworden. Vergeef me het kleine woordspelletje.
‘Criminals’ is weer zo’n klein liedje waar Matsson zo goed in is, beetje onopvallend, maar toch wel goed. Mijn opmerking over pieken en dalen kan je wel schrappen; dalen zijn er niet, het zijn gewoon enkele songs die erbovenuit steken. ‘On Every Page’, de prachtige afsluiter waar ik het al eerder over had, lijkt een uitstapje in de richting van een andere koers. Het is een nummer dat erg traag en bluesy op gang komt, en redelijk traag blijft aanhouden, en de rauwe, directe stem van Matsson is complementair met de sobere instrumentatie. Zo lijkt het alsof zijn woorden dubbel zoveel kracht hebben. “There must be marks on every page; from the past to these songs”…
‘There’s No Leaving Now’ is een meer dan geslaagde, neen, zelfs ronduit fantastische derde plaat van de kleine grote Zweed Kristian Matsson. Hij slaagt er wederom in mij te ontroeren met zijn teksten en gitaarspel, en in het gezicht te meppen, als om me wakker en attent te houden, met zijn stemgeluid. Er zijn wat nieuwe elementen te horen op deze plaat, en dat is goed, want het is altijd mooi als je, als je je eigen geluid maar genoeg kan aanhouden, je horizonten kan verbreden. Maar dat had ik al gezegd, dus voor ik teveel in herhaling val, zal ik mijn relaas maar afsluiten met volgende conclusie: weer één van de beste platen van het jaar.
4,5 sterren