In het kader van het
Tip 250-topic
Waar er toch door behoorlijk mensen wordt geklaagd dat de mainstream hiphop niet meer zo goed is als in de jaren '90, zijn er in de underground scene in de jaren '00 erg mooie dingen gemaakt. Populaire namen zijn CYNE, Nujabes, J Dilla, Atmosphere en dus de Cunninlynguists. En juist deze namen zijn op dit forum erg populair, terwijl er toch behoorlijk veel pop en rock liefhebbers zich op deze site vertonen. Het is dan ook juist deze soort underground hiphop die niet hiphop-liefhebbers vaak kunnen waarderen.
De Cunninlynguists klinken eigenlijk precies als hun hoes doet vermoeden. De vrouw op de hoes geeft het zwoele van de muziek aan, de jungle die je om haar heen ziet staat voor de tropische sound van dit album. Net als het regenwoud is deze plaat rijk aangekleed en behoorlijk divers. En de klanken die je op deze plaat hoort zijn al net zo mooi als de verschillende dieren en planten in de tropen.
De intro zou zomaar gezongen kunnen zijn door een engelssprekende indiaan die daar met zijn maten om een kampvuur van tropisch hardhout zit. Maar nee, het is gewoon een van de goed gekozen samples die dit album veel sfeer mee geven.
Deze intro wordt ingeruild door de energieke olifantenstampenbeat van Since When. Wat ook meteen opvalt is de zeer gedreven flow van de rappers van dit collectief. Mooiste van dit nummer is echter het terugkomende stukje waar het op instrumentaal vlak erg genieten is.
Nothing To Give heeft een combinatie beat van piano en een luchtig gitaartje. Het is bij de Cunninlynguists altijd een beetje gissen wat ze nou zelf hebben verzonnen en wat ze gesampled hebben, feit is wel dat het refrein erg aanstekelijk en goed gekozen is. In dit nummer is de tweede verse van Deacon The Villain van grote klasse, kort maar van topkwaliteit.
Een opvallende naam op dit Cunninlynguists-album is Cee-Lo. Een veel grotere naam als deze hiphopgroep, maar wel actief op hiphopgebied met bijvoorbeeld onder andere Danger Mouse. Kno produceert echt ongelooflijk goed, en eigenlijk zou je deze hiphopmuziek eens net als bij The Roots in een Big Band-setting live moeten horen. Hier zijn de beats namelijk erg geschikt voor. Ze komen erg natuurlijk en organisch over.
Kant A van dit album is briljant, met vooral aanstekelijke nummers met een duidelijke structuur van refrein-couplet-refrein-couplet-refrein. Hourglass is een van de meest geweldige nummers met een beat die absoluut niet kapot kan. Hoe vaak ik het ook draai. En de verses van beide mannen zijn ook weergaloos, allebei zeer persoonlijk en vooral Deacon met een mooie knik in zijn stem.
Over die big band-vorm gesproken, Beautiful Girl zou echt heerlijk klinken met de fantastische swingende blazers op de achtergrond. Dit nummer klinkt dan ook gelijk een stuk luchtiger dan de vorige, Beautiful Girl is mijn favoriete nummer van deze plaat en staat symbool voor het constante hoge niveau van de A-kant van dit album.
Na een korte, eigenlijk niet heel bijzondere interlude (scheurende gitaartje is op zich wel lekker), volgt Brain Cell. De vrouwelijke vocalen op dit album zijn steeds uitstekend. De hele tijd lijkt de vrouw op de hoes je te bezweren met haar stem. De glasheldere vrouwenstemmen lijken steeds deel uit te maken van de beat en zorgen vaak voor het nog net wat mooiere laagje op de beat. Dit nummer steelt vooral de show vanwege de schitterende blazers op dit nummer in combinatie met het frisse pianospel. Zonder de raps zou het zomaar een geweldig jazz-nummer kunnen zijn.
America Loves Gangsters breekt een beetje met de rest van het album en dit klinkt dan ook meer als de gansterrap uit de jaren ’90. Mede doordat het wat minder past op het album en omdat het refrein niet erg sterk is, behoort het tot de mindere nummers van het album. Nog steeds lekker, dat wel, met zijn mooie zware pianoklanken en een zeer degelijke laatste verse.
Never Knows Why is gelukkig weer als de rest van het album, weer met een mooie combinatie tussen de zacht klinkende gitaar en de wat harder in de mix zittende piano. Het refrein is ook bijzonder fijn, het is nog net geen chipmunks, maar de hoogte van de vrouwenstem komt er in de buurt. Helemaal niet irritant trouwens, dit behoort juist tot een van de sterkere refreinen op dit album. Immortal Technique is ook nog uitgenodigd voor een verse en hij doet dit met verve, met zijn geweldige lage stem verzorgt hij een zeer memorabele gastbijdrage.
Dan volgt het hoogtepunt voor velen. En ook voor mij wel een beetje eigenlijk. Ik zit al de hele tijd te mijmeren over de mooie instrumentatie maar deze beat spant de kroon. Dit is een onverwoestbaar schitterende gitaarbeat en de tekst is al even briljant. Ik kan het fout hebben, maar mijn interpretatie van de tekst is dat dit over een vader gaat die zijn vrouw heeft verloren en later een nieuwe vrouw vindt, en daarvoor toestemming gaat vragen bij de toegangspoort van de hemel. De tekst geeft veel om over te denken en is daarom misschien ook zo mooi. Hoe goede de rappers van de groep ook zijn, de gastmuzikant Tonedeff levert de allerbeste bijdragen en op rapniveau het hoogtepunt van het album.
Na een korte en niet al te opzienbarende interlude volgt Hellfire, een nummer dat in het begin sampled van de welbekende Crazy World Of Arthur Brown, die met het nummer in de jaren ’60 succes behaalde. Kno verweeft dit leuk in de kenmerkende Cunninlynguists-sound en uiteindelijk wordt van het nummer een aanstekelijke beat gemaakt.
Nog meer gestolen werk vinden we terug in Remember Me (Abstract / Reality), de echte hiphopliefhebbers herkennen dit van First Person van CYNE (die het overigens ook niet van zichzelf hebben). Het is en blijft een schitterend fragment dat stukje en dit hoor je natuurlijk altijd graag. Toch kan ik dit nummer niet tot mijn favorieten rekenen omdat ik over de beat liever raps hoor. En sowieso vind ik First Person van CYNE een van de beste hiphopnummers die er is en daar moet je eigenlijk met je poten van afblijven, dus ook Kno.
What’ll You Do is een pak beter, met ook een erg sterke eigen gesmeden beat, het is eigenlijk een nummer dat niet eens zo opvalt, maar wel bijdraagt aan de constante kwaliteit die dit hiphopalbum een klassieker maken.
Laatste nummer The Light heeft een geweldig drumpatroon als basis voor de beat en voor de vocalen wordt weer eens in het vaatje van vrouwenvocalen getapt, al is het nu wel in combinatie met een mannelijke stem. Kritiek van mijn kant op de laatste nummers is dat de rap eigenlijk voor een groot deel ontbreekt. Oké, in dit laatste nummer is dan wel één verse aanwezig, en zeker geen onverdienstelijke, maar door de vele instrumentale gedeeltes is de vaart die het album in het eerste gedeelte had wel weg. Gelukkig wordt dit wel grotendeels gecompenseerd door de kwaliteit van de instrumentaties, zoals in dit laatste nummers de geweldige drums.
A Piece Of Strange is een pronkstuk en is daarmee ook een van dé albums om niet hiphop-liefhebbers te laten zien hoe mooi hiphop wel niet kan zijn. Iedereen die dit album luistert zal vallen voor de unieke beats en de unieke sfeer die dit album herbergt. Daarnaast bevat het album ook nog eens genoeg hoogtepunten en zou The Gates niet misstaan in een top 100 van de mooiste hiphopnummers ooit gemaakt.
4,5*