De tweede van PiL ging bij verschijning in november 1979 behoorlijk geruisloos langs mij heen. Deze puber was afhankelijk van radio. Daar was de geoormerkte omroep voor dit soort muziek de VPRO, toen echter nog een miniomroepje met de C-status, waar de andere alternativo's VARA en KRO hun uitzendtijd voor dit soort muziek tot de avonduren beperkten en in mijn beleving andere namen belangrijker vonden. Maar wie weet, was daar wél aandacht voor PiL en was ik er simpelweg niet rijp voor.
Meer nog dan op PiL's voorganger verwijdert John Lydon zich hier van de muziek van Sex Pistols, die tegelijkertijd - 1979 - nog altijd de Britse hitlijst haalden met singles van hun tweede worp
The Great Rock 'n' Roll Swindle.
Zuchtend heeft Lydon hen de rug toegekeerd: hij wilde vooral verder en had al helemaal geen zin in de commerciële plannen van manager Malcolm McLaren. Dat doet Lydon op een album vol onderkoelde, repetitieve en alternatieve rock, onder meer geholpen door het bassende talent Jah Wobble. Een naam die ik in de jaren daarna wel degelijk in de avonduren bij VPRO (Bram van Splunteren was daar mijn gids) zou tegenkomen.
Dat betekent echter niet dat ik enthousiast ben over dit album. Te vaak duren de zich herhalende riffs / thema's te lang, zoals in opener
Albatross met zijn dikke tien minuten. Wel pakkend is het daaropvolgende
Memories, waarop Lydons stem weer heerlijk de lucht in schiet en de productie aangenaam onderscheid aanbrengt tussen koele en warmere andere delen. Bijna had ik 'coupletten en refreinen' geschreven, maar zulke structuren worden zoveel mogelijk vermeden.
Toch vind ik slechts twee nummers écht goed:
Careering dankzij de dreigende synths en bassende dublijnen en het licht neurotische, instrumentale
The Socialist, mede door de synthbliepjes van tevens gitarist Keith Levene en de stuwende percussie van Richard Dudanski. Het nummer doet enigszins denken aan de stijl van
Devo.
En los van hoe de muziek bij mij binnenkomt: prijzenswaardig is de vernieuwingsdrang van Lydon en zijn kompanen, waarmee de frontman opnieuw een waardig volgend hoofdstuk in zijn discografie schreef.
Mijn reis door new wave blijft nog even in het zeer creatieve én productieve 1979. Ik kwam van het debuut van de net-zo-eigenwijze-maar-dan-anders
The Soft Boys. Omdat ik
Reproduction van The Human League al eerder besprak, beland ik bij het debuut van
Cabaret Voltaire.