menu

Johnny Cash - American Recordings (1994)

mijn stem
4,04 (422)
422 stemmen

Verenigde Staten
Country
Label: American

  1. Delia's Gone (2:18)
  2. Let the Train Blow the Whistle (2:15)
  3. The Beast in Me (2:45)
  4. Drive On (2:23)
  5. Why Me Lord (2:20)
  6. Thirteen (2:29)
  7. Oh, Bury Me Not (Introduction: A Cowboy's Prayer) (3:52)
  8. Bird on a Wire (4:01)
  9. Tennessee Stud [Live] (2:54)
  10. Down There by the Train (5:34)
  11. Redemption (3:03)
  12. Like a Soldier (2:50)
  13. The Man Who Couldn't Cry [Live] (5:03)
totale tijdsduur: 41:47
zoeken in:
avatar van RebelINS
4,5
Wat een plaat is dit toch. M.i. is Cash één van de grootste artiesten ooit. Hij was zo'n intrigerend persoon. Als je bijvoorbeeld kijkt naar zijn concerten in Folsom prison en San Quentin. Hij was echt een artiest die zich gelijkwaardig voelde aan die mensen.

Deze plaat betekende zijn comeback na een aantal jaren van minder succes. Het is pure Cash muziek. Slechts zijn akoestische gitaar en zijn grootste wapenfeit: zijn stem. Het is een plaat geworden waarin hij vergiffenis zoekt voor zijn zonden. De emotie in zijn stem bij nummers als Thirteen, The Beast in Me en Why Me Lord? is enorm ontroerend. Daarnaast heeft hij met The Man Who Couldn't Cry ook nog een nummer waarin zijn geweldige humor weer eens langskomt. Heeft hij dit nummer overigens zelf geschreven? (Wikipedia ligt plat).

Super

avatar van Vortex
5,0
Op dit album uit de American Recording reeks komt de kraakheldere en fantastische zware stem van mr.Cash het beste naar voren.

avatar van Sir Spamalot
4,0
Country is een genre die me niet ligt, voor Johnny Cash maak ik graag een uitzondering. Producer Rick Rubin is mij maar al te bekend in mijn Metal wereld, maar ik beschouw hem eerder als een beslisser die de juiste mensen op de juiste plaats zet, ook een kunst.

American Recordings is de aftrap van een reeks van zes albums, waarbij delen V en VI postuum verschenen, en tezelfdertijd het meest minimalistische album met enkel Johnny Cash op zang en akoestische gitaar. Soms heb je gewoon niet meer nodig maar dan moet je elkaar blindelings leren vertrouwen en elkaar de nodige ruimte en vrijheid gunnen.

Het is een prachtige aftrap gevuld met songs die werden geschreven door Mr. Cash of die hij in zijn stijl doet klinken alsof hij ze geschreven heeft. Hoogtepunten voor mij zijn onder andere Delia's Gone met zijn gitzwarte teksten, het breekbare The Beast in Me en Down There by the Train. Mooi is ook de aanwezigheid van de live-uitvoeringen van Tenessee Stud en The Man Who Couldn't Cry. Hij was niet alleen the Man in Black, hij had ook gevoel voor (gitzwarte) humor.

Dankzij dit album past respect voor een man die al veel had meegemaakt maar het nog erger te verduren zou krijgen, maar die nooit zou opgeven. Uren kan ik ook kijken naar die iconische prachtige hoes, gewoon zijn achternaam vermelden maakt al genoeg indruk. Meer is echt niet nodig.

avatar van Pietro
4,5
Van Johnny Cash kende ik al een aantal prachtsongs uit met name de jaren ’50 en ’60, maar toch duurde het nog een tijdje voordat ik in zijn discografie ben gaan duiken. Dat gebeurde een jaar of tien geleden na het zien van de schitterende biografie I Walk the Line, die mijn interesse weer aanwakkerde in de man die gezegend was met een van de mooiste zangstemmen van het westelijk halfrond en ver daarbuiten.

Deze American Recordings vormde het startpunt in mijn verdere ontdekkingsreis. Ik wist dat het een akoestische plaat was met enkel Cash op zang en gitaar, iets dat me nieuwsgierig maakte omdat ik bij andere artiesten – zoals Bruce Springsteen op Nebraska – deze ingetogen aanpak goed kan waarderen. Vaak duurt het even om een album bij een eerste luisterbeurt op waarde te schatten, maar daar is American Recordings een uitzondering op. Sterker nog, ik ben ‘m door de jaren heen steeds meer gaan waarderen.

Alles komt hier naar voren. Melancholie, onvervuld verlangen, verdriet, hoop... alles begeleid door de diepe, donkere baritonstem van Cash. Een man die hier klinkt alsof hij alles al heeft meegemaakt en ik geloof hem. Alle tracks kan ik goed hebben, maar mijn persoonlijke favorieten zijn is Drive On en Delia’s Gone die beiden overigens op single werden uitgebracht. De kenmerkende, verhalende stijl van Cash komt in dit soort tracks prima naar voren. Delia’s Gone nam Cash al eens eerder op in 1962 in een geheel andere versie. Complimenten overigens voor de sobere productie van Rubin.

avatar van AOVV
4,5
In het begin van de jaren ’90 leek de carrière van Johnny Cash wat in het slop te zitten. OK, hij bracht nog wel z’n albums uit, en met zijn maatjes Nelson, Kristofferson en Jennings deed hij het nog best goed als de supergroep Highwaymen. Toch was de oude glorie getaand door de jaren, en waren er nieuwe artiesten opgestaan om successen te boeken.

Toen Cash in 1992 echter als gast kwam opdraven tijdens een concert ter ere van Bob Dylan’s 30ste jaar op de planken (nu ja: in 1962 kwam diens debuut uit, maar hij trad natuurlijk in 1961 ook al op in New York), werd hij opgemerkt door producer Rick Rubin, die niet echt bekend was met country. Cash stond er dan ook wantrouwig tegenover, maar het kwam toch tot een samenwerking, en kijk: die bleek, getuige de 5 delen die nog zouden volgen, uiterst vruchtbaar, én succesvol.

American Recordings, zoals deze eerste in een reeks van 6 werd genoemd, zou de carrière van Johnny Cash volledig opnieuw lanceren, meer zelfs: in de laatste 10 jaar van zijn leven, zou The Man in Black nog enkele van zijn mooiste werken op de mensheid loslaten. Ontdaan van alle franjes, weg rijke jaren ’80 productie: gewoon een man met zijn gitaar, zijn verhalen en duizelingwekkende stem.

Aan de albumcover merk je in feite dat het wel goed zit met deze plaat: een in het zwart uitgedoste Cash, geflankeerd door twee honden, met een kop die er even verweerd uitziet als het landschap rondom hem (de foto werd genomen in Australië). Het is geen foto in grijstinten, maar de kleurschakering is wel degelijk wat somber te noemen, en de blik in de ogen van Cash wat onpeilbaar, maar vooral onheilspellend.

Deze plaat bestaat uit 13 nummers, waarvan het gros werd opgenomen in, volgens de opdruk op het schijfje zelf (ik heb de CD in huis), de woonkamer van Rick Rubin en “Johnny Cash’s cabin”, waarmee vermoedelijk Cash’s opnameruimte in Tennessee bedoeld wordt. Enkel Tennessee Stud en afsluiter The Man Who Couldn’t Cry, origineel een zeer fraaie song van Loudon Wainwright III, werden opgenomen voor een live publiek, op 3 december 1993 in de Viper Room in Los Angeles, destijds de club van Johnny Depp. Een goeie keuze, want van alle songs op de plaat hebben deze twee de meest humoristische inslag, wat je ook duidelijk hoort aan het publiek dat, aangevuurd door de geboren performer die Cash ook toen nog was, enthousiast reageert.

De overige 11 nummers zijn dus studio-opnames, waarbij de soberheid in positieve zin opvalt, de impact van de nummers zelfs versterkt. Twee songs nam Cash reeds eerder op: opener Delia’s Gone (dat ook de eerste single was) stond al op The Sound of Johnny Cash uit 1962; Oh, Bury Me Not was eerder al te horen op de plaat Johnny Cash Sings the Ballads of the True West. Als ik die opnames vergelijk met de versies op American Recordings, merk ik vooral dat deze laatste een pak intenser binnenkomen. Dat ligt aan de stem van Cash, die anno 1993-1994 duidelijk op leeftijd begon te komen, meer gegroefd klinkt. Maar ook aan de muzikale begeleiding. Op American Recordings is amper country te bespeuren, Cash klinkt hier veel meer als een getekende singer-songwriter.

Naast de opener staan hier nog 4 eigen composities op, waarvan Drive On de tweede single werd. Dat is niet het beste nummer van de plaat, maar als single wel een goeie keuze, vind ik, want het nummer heeft wel de kwaliteit om meteen te blijven plakken. Verder schreef Cash het korte Let the Train Blow the Whistle, Redemption en Like a Soldier voor dit album, waarbij vooral die laatste 2 erg fraai zijn. Redemption lijkt me over de kruisiging van ene Jezus Christus te gaan, en vooral de manier waarop Cash zijn stemtimbre laat openbloeien in het refrein, is machtig mooi gedaan. In Like a Soldier herken ik dan weer gevoelens van hoop en relativering.

Verder werd met American Recordings voor mij vooral een reeks in gang getrokken waarin Johnny Cash zijn ongelooflijke talent liet horen om andermans songs op meesterlijke wijze eigen te maken. Van alle covers die hij opnam voor de American-albums, zijn er een pak die ik meer kan waarderen dan de originelen, hoewel dat op deze plaat nog wel meevalt. Hier valt in eerste instantie vooral Leonard Cohen’s Bird on a Wire op, een song waarmee Cash grandioos aan de haal gaat. Ook The Beast in Me, in die beklemmende verstilde versie, is erg geslaagd. Het nummer werd overigens geschreven door Nick Lowe, die van 1979 tot 1990 getrouwd was met Carlene Carter, de stiefdochter van Johnny Cash.

De meest opvallende song is wellicht Thirteen, geschreven door Glenn Danzig, die ik vooral ken van zijn bands Danzig en Misfits, in de hardere uithoeken van het muzikale spectrum. Danzig had reeds eerder met Rick Rubin gewerkt, en schreef het nummer speciaal voor Cash, naar verluidt in slechts 20 minuten. Pas later zou hij zelf een versie van het nummer opnemen, die verscheen op het album 6:66 Satan’s Child uit 1999.

Een laatste song die ik wil aanhalen, is Down There by the Train, geschreven door fulltime klasbak Tom Waits, die later ook op diens plaat Orphans, een soort geniale verzamelaar tjokvol Waits-rariteiten, zou verschijnen. Cash weet ook deze song sterk te vertolken, met tijdens het refrein steeds een korte oprisping van zijn gitaar. Enig mooi, een mens wordt er waarlijk stil van.

Zo begon met American Recordings, zo kunnen we toch stellen, het laatste luik in de carrière van Johnny Cash. Een lange periode van ouder worden, meermaals sluiks over de schouder terugblikken op het verleden en uitkijken naar het langgerekte doch onvermijdelijke einde.

4,5 sterren

avatar van Wandelaar
4,0
geplaatst:
'Unplugged' deed het goed in de jaren '90. Als reactie op de prominente rol van de 'productie' in de jaren '80, kreeg het pure, akoestische geluid een warm onthaal bij een groot publiek. Met een juist gevoel voor timing tikte Rick Rubin destijds op de schouder van de bijna vergeten countryheld Johnny Cash.

En Cash stemde toe. Puur geluid had de 'Man in Black' genoeg. Op dat moment nog best een vitale zestiger, die zijn successen in vroegere decennia had beleefd en de laatste 20 jaar moeite had gekregen mee te komen. We herinneren ons geen hits van hem in de jaren '80. Huislabel Columbia had hem laten vallen en zijn nieuwe platenbaas Mercury maakte weinig werk van een terugkeer naar meer succes.

Het was dus nu of nooit. En Cash pakte de toegestoken hand van Rubin en begon aan een laatste serie albumopnames die hem vrijwel tot aan het graf toe zou vergezellen.
Simpel, puur en dus direct van hart tot hart. Dat moet de opdracht geweest zijn en Johnny Cash had genoeg persoonlijkheid in huis om dat waar te maken.

Hoe simpel dat is, is nog de vraag en ik weet niet hoeveel 'takes' het gekost heeft het zo op de plaat te krijgen. Wat eenvoudig lijkt, is nog niet zo makkelijk tot dit klinkende resultaat te voeren. Vanwege de directheid komt het juist aan op uiterste concentratie.

De werkwijze van Rick Rubin was dat hij zo weinig mogelijk aan de productie wilde toevoegen. Zo werd hij ook wel een 'reducer' genoemd: uitpellen tot de kern, eraf laten wat gemist kan worden. En, behalve artistiek, had Rubin het ook zakelijk slim bekeken met zijn eigen American-label. Een gouden kans voor succes. Win-win.

Mooi album en een schot in de roos. Cash kon hiermee voor de dag komen en kreeg weer de aandacht die hij verdiende. Een groot vakman, hier alleen aan het werk, in de besloten sfeer van een huiskamer. Al zou een goede band best wel wat kunnen toevoegen. Dat was dan ook het geval op het vervolg in '96: Unchained, de net iets betere en rijkere opvolger naar mijn mening.

Gast
geplaatst: vandaag om 09:14 uur

geplaatst: vandaag om 09:14 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.