Deze week in het vervolg van het 52 essentiële albums uit de pop/rock geschiedenis topic (zie hier) volgens "De Cultuurkenner-2"
Het kan vreemd lijken nu, voor iemand wiens legende nog steeds toeneemt, tot haast mythische porporties, maar in 1991 stonden de
Man in Black´s aandelen op een uitzichtloos dieptepunt.
In de jaren '80 had Johnny Cash af te rekenen met een door een struisvogel-incident veroorzaakte buikwonde, geraakte mede daardoor (pijnstillers) terug aan de drugs, moest een dubbele by-pass operatie aan zijn hart ondergaan en kreeg vervolgens een smadelijk einde aan zijn carrière bij Columbia Records te verteren. Hij had uiteindelijk ware troost gevonden in de Heer, maar verloor het aanzien bij zijn generatiegenoten.
Gelukkig was er hulp bij de hand, en wel vanuit onverwachte hoek: Hip-hop / rock producer Rick Rubin. De bebaarde nestor van Def Jam Was een grote fan van Cash en 'American Recordings' was het begin van een partnerschap die Johnny terug op zijn rechtmatige plaats als een van de grote muzikale figuren van de 20e eeuw zou plaatsen.
Als een toegewijde volgeling realiseerde Rubin zich (in tegenstelling tot voorgaande producers) dat zijn stem het enige was dat Johnny uniek maakte. Net als een stuk levende geschiedenis straalde die stembanden altijd echtheid uit. Het was deze kwaliteit die de Man toestond voor een zaal vol met hardvochtige criminelen te staan en enkele van de beste shows van zijn leven te geven. Net als alle ware kunstenaars (en niet anders dan het mythische land dat hij vertegenwoordigt) droeg hij in zijn hart een groot schisma. Hij had de wereld vanaf beide kanten van de tralies gezien.
Met dit in gedachten maakte Rubin de opnames in de woonkamer van zijn huis in Tennessee. Johnny alleen voor een microfoon, enkel zichzelf begeleidend op zijn gitaar. De resultaten waren voorspelbaar intiem, maar - zoals Cash tekenen begon te vertonen van een leven in de [/]fast lane[/i] - ook doorschoten met een pakkende moraliteit.
Twee nummers zijn opnieuw opgenomen: De moord-ballade, 'Delia's Gone', en de cowboy klaagzang, 'Oh, Bury Me Not (Introduction: A Cowboy's Prayer)' zijn doordrongen van een zo tastbaar verdriet en berouw dat hij voordien nooit zou hebben kunnen bereiken. Zijn versies van liedjes van oude vrienden zoals Kris Kristofferson's 'Why Me Lord?' en Leonard Cohen's 'Bird On A Wire' tonen aan dat in zijn ogen vertrouwdheid nooit minachting voedt. Een geweldig nummer was altijd al een geweldig nummer.
De keuze van het materiaal is altijd een openbaring. 'The Beast In Me' (geschreven door voormalig schoonzoon Nick Lowe) zou bijna autobiografisch kunnen zijn geweest. En terwijl schrijvers zoals horrorpunk boegbeeld Glenn Danzig of een Tom Waits waarschijnlijk nooit op zijn radar zouden verschenen zijn, ware het niet voor Rubin; keer op keer heeft het duo nummers gevonden die in de handen van Cash een nieuw leven in zich hebben gekregen. Deze bereidheid om te experimenteren zou tot een nieuwe mijlpaal leiden: Op de volgende albums zouden we zijn magie zien werken met materiaal van Nine Inch Nails tot U2 en Depeche Mode. Maar Johnny Cash definitieve weg naar de verlossing en artistieke vervulling begint hier, op 'American Recordings'.
(Vrije vertaling van het hier onder CCL gepubliceerde BBC review.)