MusicMeter logo menu
MusicMeter logo
poster

Black Sabbath - The Eternal Idol (1987)

mijn stem
3,59 (127)
127 stemmen

Verenigd Koninkrijk
Rock / Metal
Label: Vertigo

  1. The Shining (5:58)
  2. Ancient Warrior (5:32)
  3. Hard Life to Love (4:58)
  4. Glory Ride (4:48)
  5. Born to Lose (3:43)
  6. Nightmare (5:19)
  7. Scarlet Pimpernel (2:06)
  8. Lost Forever (4:05)
  9. Eternal Idol (6:35)
  10. Black Moon * (3:38)
  11. Some Kind of Woman * (3:15)
  12. Glory Ride [Alternative Studio Recording] * (5:20)
  13. Born to Lose [Alternative Studio Recording] * (3:40)
  14. Lost Forever [Alternative Studio Recording] * (4:16)
  15. Eternal Idol [Alternative Studio Recording] * (6:47)
  16. The Shining [Alternative Studio Recording] * (6:28)
  17. Hard Life to Love [Alternative Studio Recording] * (5:17)
  18. Nightmare [Alternative Studio Recording] * (4:47)
  19. Ancient Warrior [Alternative Studio Recording] * (4:54)
toon 10 bonustracks
totale tijdsduur: 43:04 (1:31:26)
zoeken in:
avatar van Sir Spamalot
4,0
Sir Spamalot (crew)
Nieuwe zanger Tony Martin en een bloeiend personeelsverloop, voor de nadere details wie wat al dan niet heeft gedaan, klink maar eens op die wiki-link. Laten we maar zeggen dat de voornaamste muzikanten Tony Iommi (gitaar), Tony Martin (zang), Bob Daisley (bass), Eric Singer (drums) en Geoff Nichols (keyboards) zijn. Mooie hoes ook en in bezit op vinyl. Het blijft een genot om die riffs van Tony Iommi te horen en hier staan een aantal geweldige en geweldig gezongen songs op: The Shining, Ancient Warrior, Born to Lose en Eternal Idol. Naar ik begrijp, kon Tony Martin jammer genoeg live niet alles waarmaken, maar dit blijft een mooi album.

avatar van wizard
4,0
Heb zonet die album maar eens weer beluisterd op mijn koptelefoon...wat een machtig album is dit stiekem eigenlijk. Het begint al met het briljante The Shining (die riffs!). Ancient Warrior is daarna iets minder, maar met Hard Live to Live/Love en Glory Ride komen er weer 2 klasse nummers. Daarna Born to Lose...snel, aggressief, en prima zang van Tony Martin. Nightmare bevat het enige stukje geluid van oud-zanger Ray Gillen nadat die was ontslagen bij Sabbath: een stukje angstaanjagend gelach. Verder een prima nummer ook, overigens. Scarlet Pimpernel is een instrumentaal rustpuntje van het soort Embryo of Orchid (van Master of Reality), dat verder niet vervelend is, maar dat ik ook niet zou hebben gemist als het het album niet had gehaald.
Daarna is het weer gedaan met de rust bij Lost Forever, een snel nummer, waar ik zonet een mooi baslijntje in hoorde. En tot slot het titelnummer. Dat greep me eerst nooit echt, maar dit keer wel. Deels door het volume waarop ik het nu afspeelde, denk ik. Maar wat een spannend, donker nummer!

Kortom, een prima plaat. Zelf ben ik niet heel gecharmeerd van de prominente aanwezigheid van de drums in de mix, maar dat mag de pret niet drukken.
Ik verhoog mijn stem met een half puntje naar 4*.

avatar van west
3,5
Een echt goed album van Black Sabbath, de eerste dus met Tony Martin. En naar mijn mening samen met Cross Purposes de beste van de vier. Er staat een aangename mix op van doommetal (het geweldige Nightmare bijvoorbeeld) en sterke hardrock (Born to Lose). Het enige jammere is, dat het album een dipje heeft bij de tracks 2 - 4. Andere echt goede songs zijn opener the Shining, het geweldige Lost Forever & titelsong Eternal Idol.
De productie van dit album is trouwens opvallend goed. Door het hoge tempo van sommige songs, vind ik de hoge uithalen van Tony Martin hier minder storend. En Iommi speelt wel heel veel aangename riffs op deze plaat! Dat is pas echt genieten dus.

avatar van lennert
3,0
Zo slecht als Seventh Star is dit album gelukkig niet, maar ergens lukt het ook niet om bij mij een vonk te laten overspringen. Martin is een begenadigd zanger, maar muzikaal gezien vind ik het nog wel erg hard hangen in de jaren '80 hardrock in plaats van heavy metal. Ook dit album mist namelijk kracht en venijn en kabbelt gewoon een beetje voort. Tegen het einde hebben we met een mooie instrumental, het opzwepende Lost Forever en het doomy The Eternal Idol nog een handvol best leuke tracks, maar zij kunnen niet verbloemen dat dit als album toch nog behoorlijk tekort schiet om echt goed genoemd te worden. Luistert niet moeilijk weg, maar blijft zodoende ook niet echt hangen.

Voorlopige tussenstand:
1. Heaven And Hell
2. Sabotage
3. Mob Rules
4. Master Of Reality
5. Sabbath Bloody Sabbath
6. Paranoid
7. Born Again
8. Technical Ecstacy
9. Vol 4
10. The Eternal Idol
11. Black Sabbath
12. Never Say Die
13. Seventh Star

avatar van RuudC
2,5
Met Tony Martin heeft Black Sabbath in elk geval weer een goede zanger in huis. Toch redt Martin The Eternal Idol niet van de ondergang. iommi klinkt nog steeds erg uitgeblust. Hij blijft maar het bekende trucje herhalen, maar er zit geen venijn of vernieuwingsdrang in. De plaat klinkt bijzonder saai en slechts in de laatste twee songs meen ik nog iets van een nieuw elan te horen. Nu weet ik wel hoe de volgende plaat klinkt en kan ik zeggen dat The Headless Cross stukken beter is dan wat ik op The Eternal Idol hoor. Dit album is middelmatige, vooral slome, uitgebluste eighties metal. Weer een cd die op de verkoopstapel belandt...


Tussenstand:
1. Heaven And Hell
2. Sabotage
3. Mob Rules
4. Paranoid
5. Sabbath Bloody Sabbath
6. Masters Of Reality
7. Black Sabbath
8. Born Again
9. Vol. 4
10. Technical Ecstacy
11. The Eternal Idol
12. Never Say Die
13. Seventh Star

avatar
Ik was al lang fan van de Ozzy en Dio era toen ik voor het eerst naar deze plaat luisterde. Let wel: ik wilde geen vergelijking maken met eerdere Sabbath knallers, dat is deze namelijk niet. Het is een pure en wat commercieel klinkende 80’s plaat naar mijn mening (Black Moon als perfect voorbeeld). Tony Martin is een enorm ondergewaardeerde zanger wiens stem op Eternal Idol erg sterk klinkt.

avatar van RonaldjK
3,0
Eindelijk had Tony Iommi zijn soloalbum kunnen maken, zij het onder de vlag van Black Sabbath: Seventh Star (1986). Al na vier concerten moest zanger Glenn Hughes door drugsgebruik worden vervangen door de veel jongere Ray Gillen. En toen moest Iommi als enig origineel lid van Black Sabbath met trouwe toetsenist Geoff Nichols een nieuwe plaat gaan maken.

Eind 1987 zag ik bij Monsters of Rock van satellietzender Sky Channel hoe Iommi zijn nieuwe album promootte bij Mick Wall. Op YouTube in slechte VHS-kwaliteit vanaf 1’10” een fragment. Ik herinner me dat hij bovendien iets over de hoes vertelde, een intrigerende foto, vond ik.
In zijn biografie ‘Iron Man’ (2011) vertelt de gitarist over de tumultueuze aanloop. Eerst belandde manager Don Arden (schoonvader van Ozzy Osbourne) in de bak wegens belastingontduiking. Hij hoestte met managementgenoten Air Supply een grote som geld op om hem vrij te krijgen. Dit op verzoek van de advocaat: “Je krijgt je geld terug.” Niet dus.
Tot mijn grote verbazing lees ik dat hij vervolgens Patrick Meehan terugvroeg als manager, degene over wie Black Sabbath The Writ schreef op Sabotage. Nog altijd dezelfde schurk als toen met grote verhalen maar zonder betalingen.
Op toetsenist Geoff Nichols na voelde Iommi zich niet verbonden met de groepsleden, een stuk jonger dan zij. Het maatjesgevoel had hij niet met drummer Eric Singer (vanwege zijn kapsel tot Shirley omgedoopt) en bassist Dave Spitz. Gillen mat zich een rocksterrenleven aan met drank en vrouwen. Iommi: “I felt ancient.”

De opnamen vinden plaats in de AIR Studio van George Martin op het Caraïbische eiland Montserrat, maar gaan verre van vlekkeloos. Als Spitz halverwege naar huis vertrekt vanwege familiezaken en producer Jeff Glixman zowel Gillen als Spitz definitief kwijt wil, wordt hij zelf weggestuurd. Manager Meehan vertrekt als Iommi zich beklaagt over alweer een niet uitbetaalde cheque en Gillen vertrekt omdat hij niet wordt uitbetaald.
Iommi keert mét de geluidbanden terug naar Londen. Daar huurt hij producer Chris Tsangarides in om de plaat af te maken. Bob Daisley (ex-Rainbow, -Blizzard of Ozz en -Uriah Heep) komt de laatste baspartijen doen en schrijft mee. Drummer Bev Bevan keert vier jaar na de Born Again Tour terug om enige percussie toe te voegen op het instrumentale Scarlet Pimpernel.
Als een vriend zanger Tony Martin aanbeveelt, wordt deze aangenomen om de partijen van Gillen te vervangen. Bovendien is Iommi getuige van de urenlange fotosessie voor de hoes, een idee van Meehan en verwijzend naar het beeldhouwwerk Éternelle Idole (1893), te zien in het Rodin Museum in Parijs.
Na het afronden van de opnamen vertrekt Daisley niet alleen: hij neemt Singer mee naar Gary Moore. Iommi: “(…) never able to duplicate the friendship I had with the original four guys [or] with Ronnie [James Dio]. You can’t find that again.”

In de videoclip van The Shining figureert een onbekende gitarist op basgitaar met Terry Chimes van The Clash op drums. De laatste zou ook meegaan voor een zestal optredens (twee per weekend) in Sun City, augustus 1987 in Zuid-Afrika, wat hen veel slechte publiciteit opleverde vanuit anti-apartheidshoek. Die was ook in de popwereld krachtig actief sinds Little Steven in 1985 een hit scoorde met United Artists Against Apartheid. Hier is te lezen hoe een Zuid-Afrikaanse fan op fotosite Flickr terugblikt, met onder meer een fraai kiekje van bassist Dave Spitz.

Een (te?) lange context bij dit album. Qua muziek wordt prima gemusiceerd, alleen pakt de muziek me niet, afgezien van The Shining, dat met zijn majestueuze riff de rest ontstijgt, al is het instrumentaaltje ook fijn. Tony Martin is weliswaar een prima zanger, maar zowel composities als gitaarsolo’s ontberen veelal overtuiging. Een lichtere vorm van Black Sabbath, vergelijkbaar met Iommi’s soloplaat.
In 2009 verschenen als 2cd met daarbij de originele opnamen met Gillen, een album ook op streaming te vinden. Die ontberen hoorbaar een eindmix, daardoor iets ruwere versies klinken dan op het reguliere album. Gillens stem is net iets ruwer dan die van Martin, maar verder zijn de twee vergelijkbaar. Melodieus en krachtig zingend, maar net als in de muziek mis ik ware passie.

avatar van SirPsychoSexy
3,0
Midden jaren '80 was Black Sabbath een draaideur geworden waar onder leiderschap van Tony Iommi allerlei (top)muzikanten binnen en buiten liepen. Tony Martin was zanger nummer tien(!) die achter de microfoon mocht gaan staan en na Ozzy, Dio, Gillan en Hughes de vijfde en laatste 'nieuwe' wiens stem ook effectief te horen is op een officieel studio-album. Martin zou later nog vier platen met de groep opnemen en daarmee na Ozzy de langstdienende Sabbath-zanger worden, hoewel hij daar nooit echt de erkenning voor gekregen heeft.

Zijn hier verder van de partij: Bob Daisley, die op Ozzy's eerste twee soloplaten de bas voor zijn rekening nam en onmiddellijk hierna in de band van Gary Moore ging spelen. Eric Singer, die ook op Seventh Star al drumde en daar zeker op het titelnummer een prima indruk maakte bij mij. En tot slot toetsenist Geoff Nicholls, die al sinds Heaven and Hell een stille maar belangrijke vaste waarde was geworden in de groep door altijd de nodige smakelijke accenten en kleur toe te voegen. Uiteindelijk zou hij op niet minder dan tien Sabbath-albums een bijdrage leveren, eentje meer dan zelfs Ozzy. Alleen Geezer Butler (15 albums) en natuurlijk Tony Iommi zelf (alle 20 albums) gaan hem voor.

Eternal Idol is, zoals ook zijn voorganger, geproduceerd door de Amerikaan Jeff Glixman die zijn faam maakte als producer van de meest succesvolle albums van Kansas. Dat is hoorbaar aan de productiestijl, die op en top jaren '80 Amerikaans is, nog meer dan Seventh Star. De zang en instrumenten galmen alsof de band in een arena staat te spelen voor tienduizend man. Op zich is daar niks mis mee, temeer omdat het geheel (in de remaster op Spotify althans) gebalanceerd, vol en warm klinkt. Alleen mist het wat identiteit en krijg ik meer dan eens het gevoel naar een wat doorsnee Amerikaanse metalband te luisteren dan naar Black Sabbath.

Het album opent nochtans schitterend met The Shining. Wat een moddervette, vintage Sabbath hoofdriff en spetterend, aanstekelijk refrein heeft dit nummer! Martin brengt met overgave zijn beste Dio-impressie en komt daar uitstekend mee weg. Het middenstuk is een smaakvolle opbouw naar een fijne melodische gitaarsolo en het refrein knalt door tot de fade-out aan het einde. Zonder meer een indrukwekkende opener die veel meer liefde verdient binnen het Sabbath-oeuvre. Hulde!

Helaas heb je hiermee ook direct hét hoogtepunt van het album te pakken. Wat volgt, is een reeks stevige midtempo nummers die allemaal wel degelijk, maar ook niet heel onderscheidend zijn. Ancient Warrior springt er nog het meest uit met zijn wat oosters klinkende riffs, koortjes en mysterieuze zang in de strofes door Martin, maar gaat ook wat lang door voor wat het te bieden heeft. Dat geldt wel voor meer nummers hier, die telkens bijna vijf minuten aantikken en waarbij ik geregeld al halverwege op de klok zit te kijken. Zo is dit album, in combinatie met de in-your-face productie, best een vermoeiende zit.

Martin is verder wel een versatiele en technisch begaafde zanger, maar hij is ook niet per se uit de duizenden te herkennen zoals al zijn voorgangers bij deze band. Je zou hem op Glory Ride of Born to Lose bijvoorbeeld zonder veel problemen kunnen inruilen voor de zanger van Tesla of Europe zonder dat je een groot verschil zou merken. Ik mis wat diepte en ruwheid in zijn stem. Verder is die typische, blues-geïnspireerde riff- en solostijl van Iommi op dit album grotendeels ingeruild voor meer generiek rechttoe-rechtaan shredwerk, en dat vind ik jammer.

Pas bij het fraaie akoestische Scarlet Pimpernel wordt mijn aandacht eigenlijk weer echt getrokken. Lost Forever injecteert het album wel met wat nieuw leven en gooit het tempo eindelijk wat omhoog, al is het nog niet te vergelijken met In for the Kill of Turn to Stone van de voorganger. Het album sluit gelukkig nog sterk af met het tweede grote hoogtepunt: het trage, griezelige titelnummer met lugubere riffs en teksten die Sabbath ten voeten uit zijn. Ik vraag me af of Iommi zat te luisteren naar Candlemass rond deze periode, want dit nummer zou zo ook op één van hun albums passen. Genieten geblazen.

Zo krijg je een album dat vooral erg sterk opent en afsluit. Tussenin zakt het nergens in, maar merk ik toch dat het gebodene me niet voldoende pakt om de aandacht erbij te houden. Ik zie mezelf dan ook niet vaak terugkomen naar dit album, met uitzondering van dus de opener en afsluiter.

1. Heaven and Hell
2. Black Sabbath
3. Paranoid
4. Mob Rules
5. Sabbath Bloody Sabbath
6. Master of Reality
7. Vol. 4
8. Seventh Star
9. Technical Ecstasy
10. The Eternal Idol
11. Never Say Die!
12. Sabotage
13. Born Again

avatar van OzzyLoud
4,0
Natuurlijk is Black Sabbath een monument in de popmuziek en heeft een leidende rol gespeeld in de harde rock/metal scene. Maar voor mij persoonlijk ben ik nooit een echte Sabbath fan geworden. Dat komt voornamelijk doordat ik vind over de hele linie genomen de meeste songs ik maar vrij statisch vind. De meeste albums blinken niet uit in hoge mate aan variatie, hooks en diepte. Dat Ozzy Osbourne voor mij ook maar een heel matige zanger was hielp dan ook niet mee. Voor mij is het beste album van BS dan ook de laatste verzamelaar uit 2016 The Ultimate Collection.
In de jaren 80 had ik ook zo'n verzamelbandje en dat vond ik dan ook toen genoeg. Totdat ik de plaat The Eternal Idol een kans gaf. De hoes intrigeerde me al en het feit dat er voor mij een onbekende zanger de vocalen verzorgde maakte mij weer nieuwsgierig. En ik werd beloond zeg!... Naast het feit dat de productie/geluid sinds begin jaren 70 sterk verbeterd waren (ok, de cassettespeler was ook niet de beste) was ook de zanger Tony Martin een verademing. Wat een strot, wat een overtuiging en wat een beleving!
Dat begint gelijk al met de openingstrack The Shining en het logge Ancient Warrior waarna het gaspendaal effe dieper ingedrukt wordt met Hard Life to Love. Maar het beste is voor het laatst bewaard met het geweldige doom track Eternal Idol. Het is een echte Sabbath plaat terwijl er maar 1 originele lid is overgebleven. Later begreep ik dat het tot stand komen van dit album nogal een zooitje is geweest. 3 verschillende producers hebben er mee bemoeid, 2 bassisten en drummers en de oorspronkelijke zanger Ray Gillen (oa Badlands) zag zijn zangkunsten verwijderd worden omdat hij bij Blue Murder aan de slag wou gaan. Tony Lommi zag het wel zitten met de heer Martin. Samen hebben ze nog 4 albums gemaakt (vorig jaar gebundeld in het mooie Anno Domini boxset). Op het album Tyr staat de beste Sabbath track onder Tony Martin; The Sabbath Stones, waar de zanger nog beter voor de dag komt.
Maar zoals ik al in het begin zei, ook onder Tony Martin kan het niet voorkomen worden dat het vrij statisch blijft. Black Sabbath die voor mij als belangrijkste pluspunt de geweldige gitaarmuren heeft met de krachtigste riffs. En zeker in de jaren 70 een unieke sinistere sfeer kon laten voelen.

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 07:35 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 07:35 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.