Het enfant terrible in new wave, begonnen met pubrock waarop hij met zwaar Londense tongval al zijn eigen gang ging inclusief calypso. Vervolgens voegde Ian Dury, gesteund door de briljante muzikanten van The Blockheads, de nodige funk en disco toe. Dit alles rijk geïnspireerd door rechterhand en multi-instrumentalist Chaz Jankel.
Het leverde hem in zijn eigen Engeland diverse hits op, soms via non-albumsingles en in Nederland is hij zelfs verantwoordelijk voor de eerste raphit in Nederland met
Reasons to Be Cheerful. Ook voorganger
Do It Yourself is bijzonder aangenaam. In augustus 1980 is daar zijn volgende hit met wederom een nummer dat niet op de navolgende langspeler stond.
Ten tijde van
Laughter is Jankel verdwenen en was Dury door diens gebruik van enige genotsmiddelen niet de makkelijkste persoon om mee te werken. Nieuw is veteraan en gitarist Wilko Johnson, vermaard om zijn hakkende spel bij Dr. Feelgood, een groep die hij verlaat om in '78 een plaat met (Wilko Johnson's)
Solid Senders uit te brengen.
Het gekke is dat ik hem nergens in de nummers op
Laughter herken als de man van het staccato-slagspel. Wat wél klinkt is een verzameling goede ideeën, die echter zelden de spijker op de kop weten te slaan. Is de groove lekker (disco en funk zijn frequent aanwezig) en zijn de blaaspartijen aangenaam, dan lukt het niet qua melodielijnen, refreinen die niet blijven hangen, nummers die niet tot bloei komen. Op opener
Sueperman's Big Sister na, dat verrassend met strijkers begint en dan met aangename beat vervolgt, inclusief Dury's herkenbare rauw-hese stem. Maar met een briljante liedtitel als
Take Your Elbow Out Of The Soup You're Sitting On The Chicken verwachtte ik toch meer van de muziek...
Pardon is overigens nog wel aardig, op
Delusions of Grandeur,
Dance of the Crackpot en
Oh Mr. Peanut klinkt doorsnee r&b. Met de titel van
Uncoolohol hebben we het leukste van het nummer meteen gehad,
Hey, Hey, Take Me Away is geforceerd vrolijk en het relaxte
Manic Depression (Jimi) wil evenmin beklijven. En een nummer met praatzang kan leuk zijn, maar dat lukt niet in zowel
Yes and No (Paula) (wél leuke blaaspartij!) als
Over the Points, ondanks de versnelling in het slot. Eindeloos
Fucking Ada zingen toont inspiratiearmoede.
Van tevoren had ik getekend voor de combinatie Dury - Johnson, maar ondanks de aangename, dansbare tracks komt het op de opener na nergens lós. Als een verzameling losse ideeën die niet met elkaar wilden versmelten. Misschien veelzeggend dat
Reint in 2011 enthousiast meldde het album te hebben gevonden maar er vervolgens over zweeg?
Zekerder is dat het Britse publiek net als ik minder gecharmeerd was: waar de voorganger tot #2 kwam, komt
Laughter in december niet verder dan
#48. De titel is een ironische of zelfs sarcastische omdraaiing van de werksfeer ten tijde van de opnamen. The Blockheads vielen vervolgens uit elkaar...
Gezien de boodschap is het opvallend dat Dury vanaf eind augustus met non-albumsingle annex anti-drugslied
I Want to Be Straight de Britse hitlijst betreedt, dat half september tot
#22 komt.
Sueperman's Big Sister tikt in november nog eens
#51 aan. Die eerste single verscheen met andere bonussen op de 2004-2cd van
Laughter,
zie hier.
Mijn reis door new wave kwam van Split Enz'
True Colours en vervolgt bij een ander gezelschap met de wortels in pubrock:
Purity of Essence van
The Rumour.