Half augustus 1980.
True Colours is al een half jaar oud als single
I Got You de Britse hitlijst betreedt. In Nederland bleef het nog stil rond de groep, al was de
recensie in Oor lovend (even scrollen). Split Enz kende ik slechts van een foto met gekke schmink en kapsels, waarschijnlijk in de Hitkrant ergens in '77 of '78.
Met
True Colours is daar hun vijfde album, de eerste waar ze volop new wave maken en ook de eerste die enig verkoopsucces in Nederland genereert. Na de foto was er dan ook geluid, waarna bleek dat ze de schmink en maffe kapsels in de prullenbak hadden gedeponeerd.
Split Enz heeft een lange weg afgelegd, zoals
bikkel2 in zijn
heldere stuk bij voorganger
Frenzy van het jaar ervoor uiteenzet. Daarin de zin
"Hier en daar flirts met disco/funk beats, de bekende arty eigenzinnigheid, en de eerste treden naar de New- Wave." Dat laatste begrip domineert op
True Colours, resulterend in een verzameling frisse liedjes én de introductie van de groep in mijn afspeellijsten genaamd 'New wave & co'.
De veelgemaakte vergelijking van het schrijversduo Tim en Neil Finn met de Beatles is logisch, maar wordt te makkelijk gemaakt. Ik hoor eenvoudigweg liedjes met goede hooks, kop & staart en sterke arrangementen. Wie hen met de Lennon/McCartney vergelijkt zou bijvoorbeeld ook The Hollies kunnen noemen. In
Missing Person dankzij het koortje wél duidelijke invloed van The Beach Boys.
De nummervolgorde op MuMe wijkt af van de oorspronkelijke Europese/Nederlandse persing,
zie hier. Die laatste houd ik aan.
True Colours is gevarieerd. Eerst kant 1: In
I Got You (als single in oktober 1980
#12 in het Verenigd Koninkrijk) melancholische coupletten en een vrolijk refrein in fraai contrast,
Shark Attack is rockend en vlot, in het hupsende
What's the Matter with You de invloed van jaren '60 beat.
Het instrumentale
Double Happy slaagt erin om Amerikaanse r&b te combineren met een dansende sequencer á la Giorgio Moroder; van de hand van toetsenist Eddie Rayner.
I Wouldn't Dream of It heeft wel iets van Buddy Holly in het jasje van 1980; omgekeerd aan de opener zijn nu de coupletten vrolijk en is het refrein melancholiek.
Veel verdriet en frustratie in
I Hope I Never, dat in Nederland zowaar in februari 1981
#30 haalde. Een rustig poplied, qua stijl anders dan de rest van deze plaat en nog altijd niet mijn ding; ik verwarde hen met The Korgis, die van
Everybody's Got to Learn Sometimes dat vanaf juni '80 een hit was en weer later, december '81, gebeurde hetzelfde met Ph. D.'s
I Won't Let You Down.
Kant 2 begint met de volgende aangename oorwurm:
Nobody Takes Me Seriously is uptempo, pop in
Missing Person met alweer zo'n sterk refrein. Interplanetaire liefde in
Poor Boy met een fraaie toetsenpartij, een lekker orgeltje in
How Can I Resist Her en een sterk instrumentaal slot dankzij
The Choral Sea, dat leunt op een discobeat en als geluidseffect zo'n slurf die bij ronddraaien geluid maakt - ik had er als kind één, heb ik vele rondjes mee gedraaid... Als spannende muziek bij een tv-serie, mijn favoriet van de plaat.
In 2020 kreeg het album een Australische
40th Anniversary Remix Edition met bovendien livebonussen:
zie daar.
Je zou het popwave kunnen noemen: lekkere liedjes verpakt in frisse geluiden, herkenbaar anders dan die van tijd- en genregenoten. Oftewel, de reis door wave biedt afwisseling.
Mijn vorige album was van de Schotse
Skids. Op mijn afspeellijst volgen singles van The Beat (
Best Friend), The Cure (
A Forest) en The Selecter (
The Whisper), afkomstig van albums die ik al besprak. Nog altijd uit augustus 1980 is de volgende halte, album
Laughter van Ian Dury & The Blockheads.