Deze plaat leerde ik kennen zo omstreeks de release via een vriend die wel een liefhebber was van fusion (Billy Cobham, Al di Meola) en van jazzinvloeden binnen de pop (Chicago, Blood Sweat & Tears, Steely Dan). Toentertijd kon ik hier echter niks mee : te vrijblijvend, te veel druk gepiel, te weinig nadrukkelijke structuur – met name al dat gefriemel van die strijkers die alle kanten opgaan terwijl de overige instrumenten allemaal hun eigen partij lijken te spelen op Angel watch kon mij tot waanzin drijven. Veertig jaar en diverse experimentele gitaristen en bands later bevalt dit album me een stuk beter en kan ik de muziek makkelijker tot me laten doordringen. Zoals bijna iedereen hier leerde ik Akkerman kennen via zijn werk met Brainbox en Focus; de warme gitaarklank die hij daarbij creëerde (op bijvoorbeeld Tommy en Sylvia) is nog altijd ongeëvenaard, maar op deze soloplaat komt hij voor de dag met lichtere jazzy solo's en ingehouden slaggitaarwerk die een totaal ander geluidsbeeld scheppen maar toch net zo interessant en smaakvol zijn. Ook constant een knappe begeleiding met een eigen karakter en een volle sound die steeds ondersteunt (en incidenteel soleert) maar nergens overstemt. Ik hoef dit nog steeds niet te draaien met mevrouw OnHeavenHill in de huiskamer, maar in m'n eentje kan ik hier inmiddels bijzonder van genieten.