Was
Power een succesvol comebackalbum met zelfs een top 20 hit,
In the Spirit of Things verkocht veel minder. Een vriend van me kocht 'm indertijd op elpee en opnieuw was ik zwaar onder de indruk: de composities staan bol van de variatie en het rauwe randje in de stem van Steve Walsh is werkelijk een práchtig extraatje in die toch al magnifieke stem.
Vijf jaar geleden kocht ik 'm na lang zoeken op cd, het exemplaar dat in een tweedehandsplatenzaak in Freiburg-im-Bresgau werd gedraaid. In de kamer van mijn vakantiewoning was het weer eens ouderwets door het boekje bladeren.
Uit dit boekje, op vinyl is dit op de binnenhoes te vinden, werd duidelijk dat dit een themaplaat is, met teksten losjes gegroepeerd rond een overstroming in Neosho Falls, Kansas, in 1951. De plaat start om die reden enigszins eigenaardig met een ballade, die in het tweede deel stevig wordt. Het blijkt de ouverture op een heel sterk album te zijn, waarbij mij keer op keer opvalt dat de nummers minder snel zijn dan op
Power.
In the Spirit of Things is dus wat ingetogener, maar daardoor niet minder intens. Meer ruimte voor toetsen en wat minder voor gitaren, die desondanks hun ruimte pakken en excelleren.
De credits laten zien hoeveel zorg aan het album werd besteed, waarbij producer Bob Ezrin uitstekend werd heeft verricht om alle nuances te laten klinken. Grotendeels opgenomen in de Soundscape Studio in Atlanta, Georgia, klinken de stemmen van rev. Cleveland en zijn Southern California Community Choir magistraal. Ze werden later in een studio in Los Angeles toegevoegd.
Ik blijf me verbazen over alle mooie melodieën, overgangen en de instrumentale kwaliteiten van de vijf muzikanten. Na de stevige adult oriented rock van de voorganger is het hier subtieler maar niet minder intens.
Kansas zonder viool, werkt dat? Jazeker, het laatste album met gitarist Kerry Livgren
Drastic Measures en deze twee met Steve Morse bewijzen het. Hoe deden ze dat live met ouder werk, waar de viool zo essentieel is? Uit deze fase verscheen nooit een livealbum, wel vond ik op YouTube
dit concert (alleen audio).
In 1989 verliet Morse de groep, werkte enkele maanden als piloot op lijnvluchten, om hierna zowel solo als met zijn Steve Morse Band actief te zijn; hierna keerde hij in 1991 terug bij Kansas om wederom Livgren te vervangen tijdens het laatste deel van een tournee, werkte daarna weer voor zichzelf alvorens zich in 1994 bij Deep Purple aan te sluiten.
Kansas kwam opnieuw in een moeilijke fase terecht. Na de teleurstellende verkopen van
In the Spirit of Things beëindigde MCA het platencontract. In 1990 bood een Duitse concertpromotor Kansas een tournee van twaalf concerten aan, mits de groep in de originele bezetting zou spelen. Dat lukte gedeeltelijk: Livgren en bassist Dave Hope stemden in, violist Robby Steinhardt was niet beschikbaar; zijn bijdragen werden ingevuld door toetsenist Greg Robert. Bassist Billy Greer bleef van de partij.
Verrassend is dat ook werk van het vorige en dit album werd gespeeld:
Power en
House on Fire. Sterker nog, uit de periode met zanger John Elefante werd
Play the Game Tonight gedaan, zoals ze overigens ook in 1987 deden.
Hier de Duitse setlist.
Na de tournee vertrok Hope, Livgren bleef. In maart 1991 trad violist David Ragsdale toe tot Kansas, waarna in de zomer van 1991 Livgren vertrok, om tijdens die tournee tijdelijk te worden vervangen door Morse. Met Ragsdale neemt Kansas in 1992
Live at the Whisky op, pas in 1995 gevolgd door Kansas' eerste studioalbum in acht jaar,
Freaks of Nature genaamd. Het waren hobbelige wegen in die periode, met drummer Phil Ehart als onbetwiste stuurman aan het roer, ook in zakelijk opzicht. Zonder hem was de groep waarschijnlijk een stille dood gestorven met alle perikelen die de groep teisterden, versterkt doordat hun muziek uit de mode was.
In 2023 blijft
In the Spirit of Things ondanks de aarzelende opener fier overeind staan met
One Big Sky,
House on Fire (Walsh' stem!),
Stand Beside Me,
I Counted on Love,
The Preacher,
Rainmaker en
Bells of Saint James als persoonlijke favorieten. Bij dit alles is het genieten van het soms knallende samenspel tussen gitaristen Morse en Rich Williams, met de explosieve loopjes van de eerste als summum.