De Ierse folk band Villagers is opgebouwd rondom zanger Conor O’Brien. Waar hij op zijn voorgaande album {Awayland} nog geregeld de experimentele kanten van de muziek opzocht, stapt hij op Darling Arithmetic weer terug zijn rustgevende folk muziek. Op het derde album heeft hij gekozen voor een nieuwe samenstelling van zijn begeleidingsband, waar onder andere de mellotron voor het verrassingselement zorgt. De nummers zelf werden bij Conor thuis opgenomen op een oude recorder.
De opening van Courage is ondanks de simpele geluidstechnieken bijzonder mooi vastgelegd. Moed heb je nodig om over de drempel te stappen en iets te bereiken in het leven. Deze moed vermengt hij in een melodierijk geheel, dat met de akoestische gitaar en in volume toenemende pianoklanken de afwisseling erin houdt. Everything I am Is Yours opent met de ritmische klappen op drums en korte slagen op de gitaar. De liefde overrompelt en brengt de hoge zang van Conor in beroering. De klanken van de piano slepen je mee in in een muzikaal schouwspel dat al vroegtijdig ten einde komt. De opening van Dawning on Me is van pure schoonheid. Zo simpel als de muziek klinkt zo hevig komen de teksten binnen zetten. De liefdesuitingen slepen je mee in een emotionele aangelegenheid. Een fijn maar klein liedje. Waar Conor tot nu gesloten was over zijn geaardheid, legt hij in Hot Scary Summer de kaarten open op tafel neer. Het harde werken aan een relatie lijkt hem parten te spelen en de openhartigheid zorgt voor opgetrokken wenkbrauwen.
Remember kissing on the cobble stone
In the heat of the night
Then all the pretty young homophobes
Looking out for a fight
Het nummer loopt met zijn krijsende meeuwen over in The Soul Serene. De ritmische openingsklanken slepen je in dit nummer opnieuw mee naar een rustgevende omgeving. De kalmte maakt plaats voor een opkomende storm, terwijl het nummer zich maar blijft rekken. Het gebruik van de mellotron zorgt voor een vervreemde wereld die zich meer van je lijkt te verwijderen. Darling Arithmetic schroeft het tempo nog wat terug om de dagelijkse sleur zijn plaats te geven. Een stille liefde die al snel ten einde komt en zijn emoties nalaat. Het nummer hervat zich in Little Bigot, waar de haatgevoelens van je worden afgeschut en de liefde lijkt te overwinnen. De tempoversnelling naar het einde toe zorgt voor een kat en muisspel tussen ergernissen en een liefdevolle blik. In No One to Blame doen de pianoklanken enigszins denken aan Sexy Sadie van The Beatles, al blijkt de liefde hier een betere weg te zijn ingeslagen. De gevoelens lijken terug te keren en de gedachten gaan maar naar één persoon uit. Het nummer sleept zich af en toe iets te veel de zoete kant op, maar met zijn opkokende klankzeeën van de mellotron blijft het zijn muzikale afwisseling behouden. In het afsluitende nummer So Naïve heeft Conor alles toch weer op een rijtje gezet. De mensen die het dichtst bij je staan zijn zoveel belangrijker dan alles om je heen. Hoe groot de wereld ook mag zijn, die ene stem zorgt ervoor dat je weer met beide benen op de grond landt.
I believe that I’m part of something bigger
So naive but I guess I’ve got it figured
Through these little lives I see the world
Every woman and man
Every Boy and girl
Every little part an aid of something bigger
De stap terug naar de rustgevende folk nummers hebben Conor en zijn Villagers goed gedaan. Geen breed uitgemeten klankpatronen, maar enkel instrumentatie die de teksten van een extra emotie voorzien. In de breedte komt het album nog wat te kort ook al zit het inhoudelijk allemaal goed in elkaar. Conor zelf toont zich van zijn beste kant met hartverscheurende zang en zijn meeslepende pianospel. De korte tijdsduur van het album laat dan nog wel een ruimte leeg die gevuld had kunnen worden.
3,5*
Afkomsttig van
Platendraaier..