menu

King Crimson - Red (1974)

mijn stem
4,13 (392)
392 stemmen

Verenigd Koninkrijk
Rock
Label: Island

  1. Red (6:17)
  2. Fallen Angel (6:04)
  3. One More Red Nightmare (7:08)
  4. Providence (8:11)
  5. Starless (12:18)
  6. Red [Trio Version] * (6:27)
  7. Fallen Angel [Trio Version Instrumental] * (6:26)
  8. Providence [Full Version] * (10:09)
toon 3 bonustracks
totale tijdsduur: 39:58 (1:03:00)
zoeken in:
avatar van Scherprechter
3,5
Haha jullie hebben gelijk. Ik moet me verantwoorden
Binnenkort een nieuwe luisterbeurt en daarna een 'scherpe' analyse.

avatar van Scherprechter
3,5
Geen straf om nog eens aandachtig te beluisteren.
Red:
Het intro en tevens einde is gaaf. De couplet riff is van de gitaar me wat te log en wordt veel herhaald. Halverwege komt er wel een mooie spanning in het nummer, maar dan komt die riff weer. Wel te gek hoe Bruford op die 'china' tekeer gaat en Wetton over de bashals glijdt en zijn loopje een octaaf hoger herhaald.
Fallen angel:
Mooie sfeervol begin. Hoe de drum invalt voor het 2e couplet is echt geniaal. Mooi!
De bas maakt de boel ruig en dan komt Fripp en een 'toeter' erbij. Nog steeds erg lekker, ondanks de sfeerverandering. Gewoon een heel goed nummer!
One More Red Nightmare:
Vreemd intro, weer die swingende ‘china’ van Bruford en soepele drumfills. De gitaar is weer wat log, net als in ‘Red’. Dat is gewoon niet mijn smaak, net als die ‘piepende’ loopjes tijdens de zangstukken.
Het tussenstuk is weer prachtig, met Wettons aanwezige basloopjes en de saxofoonriffs en solo’s. Bass en drums zijn sowieso op een positieve manier nadrukkelijk aanwezig in dit nummer. De zang vind ik wat vlak.
Providence
Viool! Maar waar gaat dit heen? Ze lijken de weg steeds verder kwijt te raken. Zeker als Wetton zich ermee gaat bemoeien en de violist pizzicato gaat spelen. Ik ga op de teller kijken en we zijn al 4 minuten stuurloos bezig. Bruford komt er ook bij, er lijkt wat structuur te komen, maar de rest lijkt met zichzelf bezig. Ik kan hier echt niks mee, mag ik skippen?
Starless
Bloedmooie mellotron, zorgvuldige subtiele begeleiding, prachtige gitaarmelodie. Wauw wat schitterend!
En het vervolg met passie gezongen, de rest speelt in dienst van het liedje en de mellotron blijft maar heerlijke akkoorden afleveren!
Na 4 ½ minuut begint het spannende tussenstuk. Goed gedaan, die opbouw. De bas wordt wat overstuurt, de gitaar lichtelijk hysterisch en de drums steeds intenser.
Na 9 minuten is het een heel ander nummer geworden en krijgen we een uptempo saxofoon solo. Wel een waardig einde van de spanningsboog.
De bas blijft een prominente rol spelen als Fripp los mag gaan op zijn gitaar. Nu wordt het wat rommelig. Reden voor Bruford om zijn ‘china’ bekken er weer bij de pakken!
Het nummer eindigt weer met die prachtige intromelodie, maar dan in dubbel tempo.
Beste nummer van de plaat en gewoon een topper!

Score 3,5 blijft staan. Mijn 2 sterren stonden al bij Fallen Angel en Starless.

avatar van Johnny Marr
4,0
En weer kunnen ze het niet laten...net als op 'In The Court of the Crimson King' staat hier weer zo'n nutteloos getjingeltjangel à la 'Moonchild' op. Alleen is 'Providence' nog net wat beter dan eerstgenoemde. Maar, waarom toch, King Crimson? WAAROM?!

Voor de rest is dit meer dan in orde, vooral het titelnummer vind ik erg sterk. Instrumentaal hoogstandje.

Ozric Spacefolk
Ik vind Providence echt geen leuke song. Het intro is aardig maar daarna is het lawaaiig gejam. Maar toch vind ik het niet vergelijkbaar met Moonchild.

Misterfool
Providence is een nummer dat het moet hebben van zijn sfeer. Een minder gestructureerd nummer, jazeker, maar dat maakt het niet per se slecht. Juist het depressieve karakter van de jam zorgt ervoor dat de luisteraar met spanning blijft zitten. Die spanning wordt daarna op grandioze wijze verlost in Starless. Ik zou dit album echt een heel stuk minder vinden zonder Providence. Essentieel voor de opbouw van deze plaat mijn inziens!

avatar van uffing
5,0
Misterfool schreef:
Providence is een nummer dat het moet hebben van zijn sfeer. Een minder gestructureerd nummer, jazeker, maar dat maakt het niet per se slecht. Juist het depressieve karakter van de jam zorgt ervoor dat de luisteraar met spanning blijft zitten. Die spanning wordt daarna op grandioze wijze verlost in Starless. Ik zou dit album echt een heel stuk minder vinden zonder Providence. Essentieel voor de opbouw van deze plaat mijn inziens!


Providence is het voorspel naar een intens orgasme (muzikaal dan hè) in de vorm van Starless.

avatar van Cellulord
4,0
Providence is het beste nummer op deze plaat. Het laat vooral horen wat er binnen enkelle jaren, op hun volgende album, nog zal komen. Discipline, hun meesterwerk!
Indien ik deze op vinyl had zou ik waaschijnijk steeds kan B opleggen. Die eerste 3 tracks doen me eigenlijk niets.

avatar van BoyOnHeavenHill
3,0
Het titelnummer is al meteen een mooie illustratie van waarom ik met deze band zo'n haat/liefde-verhouding heb : geweldige melodieën en messcherpe gitaren, maar tegelijkertijd ook een metalige sound die mij af en toe (en bij de KC van de jaren 90 zelfs váák) onaangenaam in de oren klinkt, net als op One more red nightmare, en met Providence kan ik echt helemaal niets. Daar komt nog bij dat John Wetton wel veel karakter in zijn stem heeft maar soms nogal moet pèrsen (zoals in One more red nightmare), waardoor de muziek niet helemaal de zang krijgt die hij verdient. Daarentegen past zijn stem juist weer wèl prima bij Starless, en als ik tot nog toe voornamelijk over het haat– of beter gezegd tegen-de-haren-in-strijken-aspect van deze band (en dit album) heb gesproken, dan is dat slotnummer juist het tegenovergestelde daarvan, want dat is een werkelijk zeldzaam mooi nummer waarin alles klopt, van die opening met onderkoelde gitaar en mellotron (waar ik elke keer weer een brok van in mijn keel krijg) via de verschillende en zo uiteenlopende passages inclusief hemelse blazerspartijen tot het slot met die pompende bas onder die ijzersterke melodie van het einde... echt zeldzaam fantastisch, één van de meest ontroerende nummers die ik ooit van deze band (of welke andere dan ook) heb gehoord. Zo kom ik uit bij een waardering die van schuurpapier tot hemels loopt, zoals wel vaker bij deze band (en gitarist) die qua spelopvatting, qua unieke sound en qua experimenteerdrift in mijn top-10 zou kunnen staan.
        De echte fan zal het hier vermoedelijk fel oneens mee zijn, maar soms lijkt (let op: lijkt) het wel alsof Fripp niet geïnteresseerd is in communicatie, maar gewoon zijn muziek voor de luisteraar neerzet en zegt: kijk eens, hier is wat moois, doe er maar mee wat je wilt. Misschien is dat wel mijn versie van wat Stijn_Slayer op 2 mei 2014 zegt: "Ik heb ook de indruk dat meneer Fripp zichzelf ook wel heel erg goed vindt." Maar ja, daar staat tegenover dat ik het niet anders dan eens kan zijn met het vervolg van zijn citaat: "Alleen dat is hij natuurlijk ook."

avatar van adri1982
4,5
Prachtig album dit, nog mooier dan het debuut In the Court of the Crimson King uit 1969. Ik heb er geen spijt van dat ik dit album een maand terug ben tegengekomen en heb gekocht bij een platenbeurs in Utrecht.
Het album bestaat enkel uit mooie en treffende nummers, en Red,Fallen Angel en Starless zijn daar de besten van. Vooral de laatste door o.a. de gitaar, jazztrompet en keyboardsolo's.

avatar van bikkel2
4,5
Lyrisch en onderscheidend. Sterke formatie ook, al heb ik misschien toch een lichte voorkeur voor de Fripp, Belew, Bruford, Levin Line-Up.

avatar van HugovdBos
5,0
Als pionier van de progressive rock zorgde de Engelse band King Crimson er eind jaren 60 voor dat de snelle ontwikkelingen en de intensiteit van de rock muziek werden samengebracht in een meer complexe muziekstijl. De band kwam voort uit het in 1967 ontstane trio van de gebroeders Gills (drums en bas) en gitarist Robert Fripp. De laatstgenoemde zou er in de volgende jaren persoonlijk voor zorgen dat de improviserende speelstijl zich tot een diepzinnig geheel zou ontwikkelen, waarbij de maatsoorten en melodiestructuren een steeds belangrijkere rol zouden gaan spelen. In de line-up die de band uiteindelijk definitief op de kaart ging zetten werden toetsenist en houtblazer Ian McDonald, zanger Greg Lake (later bekend van Emerson, Lake and Palmer) en toetsenist en tekstschrijver Peter Sinfield toegevoegd. In deze samenstelling verschenen ze in 1968 onder de naam King Crimson ten tonele, refererend naar de monarchen onder wiens macht er veel bloedvergieten waren en onrust onder de bevolking elke dag aan de orde was. Nog geen jaar later traden ze in Hyde park te Londen op, voor een menigte van 500.000 personen. In oktober van dat jaar verscheen hun iconische debuutalbum In The Court Of The Crimson King, een meesterwerk waarin de schizofrene klanken en langgerekte instrumentale partijen een diepe indruk zouden achterlaten in de muziekwereld.

De invloedrijke muziek van de band zou in de jaren na het debuut uitgroeien tot een veelzijdige mix van rock, jazz en folk. De onderlinge spanningen zorgden er echter voor dat de bandwijzigingen zich in rap tempo zouden opvolgen. Constante factor bleek de excentriekeling en perfectionist Robert Fripp, die met zijn gitaarpartijen een sleutelrol speelde in de indringende en fragiele kracht van hun muziek. Op albumgebied bleven de topstukken echter snel na elkaar volgen, van het innovatieve Lizard (1970), via het epische Larks’ Tongues in Aspic (1973) tot aan het duistere Starless and Bible Black (1974). Met de in 2017 overleden zanger John Wetton en percussionist Bill Bruford bleef de line-up vanaf Larks’ Tongues in Aspic echter behouden en werden de gesmeden composities steeds feller en aangrijpender. Op commercieel gebied bleven de albums het goed doen en alle werken wisten dan ook tot de top 30 door te stromen van de Engelse charts. Daar zou echter verandering in komen wanneer de band in juli 1974 de studio zou induiken voor het werken aan een nieuwe plaat. Violist David Cross voelde zich ongemakkelijk bij de ontwikkeling naar de luide en indringende stijl van de muziek en de onderlinge spanningen zorgden er uit eindelijk voor dat hij aan het einde van de zomertoer uit de band werd gezet.

Het overgebleven trio Fripp, Wetton en Bruford begon samen met enkele gastbijdrages van oud-leden Ian McDonald and Mel Collins aan de opnames voor het album Red. Niet zoals voorheen werd de muziek voortgedreven door de akoestische passages en lange melodieuze stukken, maar de lijn naar ruiger gitaarwerk en en fellere drums werd voortgezet. Nog voordat het album officieel werd uitgebracht besloot Robert Fripp de band op te heffen, het meesterbrein was moe gestreden. Fripp had het gevoel dat de muzikale vooruitgang afnam en ergerde zich ondanks zijn afgunst voor de commercie aan het weinige commerciële succes dat de band hem gaf. Hoewel Red slechts een 45e plaats in de Engelse albumlijsten zou behalen groeide het album in de jaren daarna uit tot één van de belangrijkste albums uit de progressive rock. Het is een albumklassieker met slechts 5 nummer, waar de kwaliteit van afdruipt en tevens de muzikale verandering laat horen die de band door de jaren heen heeft gemaakt.

De instrumentale titeltrack Red wordt in gang gezet door de hevige ontwrichte gitaarriffs van Fripp en Wetton. Het nummer zet de verandering van de band vast in klank en maatstructuur. De complexiteit ligt in het gebruik van slechts enkele instrumentatie, waarmee een zeer geslepen en klankrijk geheel ontstaat. De constante tempowisselingen en het duistere sfeertje vormen een indringend geheel, van de diepe klanken van de cello van gastmuzikant Mark Charig tot aan de felle inslagen van de drums van Bruford. Het is het indringende palet waar later een band als Tool veel van zijn intensiteit vandaan heeft gehaald. De muziek van het nummer is niet zozeer sneller of heviger dan er half jaren 70 te vinden was, maar de onderhuidse spanning en verbondenheid tussen de bandleden is constant voelbaar.

De gelijkenis met het album In the The Court Of The Crimson King is merkbaar wanneer er na een zwaar beladen opener wordt overgestapt naar een gedeeltelijke ballad. Fallen Angel ontwikkeld zich vanaf de donkere klanken van gitaren en strijkers naar een aangrijpend verhaal over een jongen die zich aansluit bij de Hells Angels. De vocale kwaliteiten van John Wetton zijn voelbaar in zijn heldere en emotionele zangpartijen. Robert Fripp toont nog eenmaal zijn kwaliteit op de akoestische gitaar, alvorens deze aan de wilgen te hangen. De toenemende intensiteit wordt in werking gezet door het oboe fluitspel van Robin Miller, waarna de mellotron en elektrische gitaren een complex muzikaal schouwspel creëren. Het is de felheid die we van eerdere werken van de band kennen, maar hier steeds verder van de begaanbare paden af lijkt te raken. De hoofdpersoon is inmiddels om het leven gekomen in een gevecht in New York, zijn broer achterlatend in hevige ontroering. Het is deze tragiek die zich meester maakt over de muziek, wanneer de klanken van de oboe terugkeren zijn de emoties al hoog opgelopen. Opnieuw doet een wisseling in tempo en maatsoort het geheel tot hogere regionen stuwen, van de aangrijpende klanken van de cornet van Mark Charig tot aan de drumpartijen van Bill Bruford.

Voor het derde nummer One More Red Nightmare schreef zanger John Wetton zelf de teksten en bevinden we ons midden in de nachtmerrie van een neerstortend vliegtuig. De muzikale weg van de albumopener wordt voortgezet in de ontwrichte gitaarriffs en de scherpe klanken van de cymbals van Bruford’s drumstel. De nachtmerrie begint wanneer de hoofdpersoon zich hoog boven de grond bevindt in een vliegtuig van PanAm airways, de vergezichten zijn adembenemend, maar het plezier wordt bruut verstoord door het begin van een angstvallige aanval van turbulentie. De muziekpartijen bewegen zich klakkeloos mee met het verhaal, met jazzy invloeden afkomstig van het saxofoonspel van oud-bandlid Ian McDonald. Het vervreemde klankspel doet zich aan in het hevige gebruik van percussie en de onderliggende gitaar- en baspartijen. Fripp toont zijn klasse in de steeds wisselende innovatieve gitaarlijnen, waarin de groove door handgeklap behouden in blijft. Wanneer het vliegtuig naar beneden stort wordt de intensiteit groter, maar net voor het moment van inslag ontwaakt de hoofdpersoon uit de boze droom.

Pas echt bizar wordt de toonzetting op het instrumentale Providence. David Cross opent het nummer in alle rust met zijn emotioneel beladen gitaarspel, waarbij de onderliggende spanning met het basspel van Wetton wordt vergroot. De live opname vernoemd naar het optreden in het Palace Theater te Providence (VS) ontwikkeld zich tot het meest experimentele nummer van het album, vergelijkbaar met Moonchild van hun eerste album. De angsten ontwikkelen zich gestaag in de indringende klanken van aanhalen op de gitaar en het improviserende drumspel. Het is het ultieme voorafje aan wat komen gaat, meesterlijk verpakt in de meeslependheid die van King Crimson kennen.

Het slotstuk Starless werd door zanger John Wetton geschreven voor het voorgaande album Starless and Bible Black, maar wegens onvrede van Fripp en Bruford over de gekozen richting werd het nummer niet op het album geplaatst. Een totaal vernieuwde versie werd echter kort daarna opgenomen en kan zich meten met het beste wat de band gedurende de jaren heeft voortgebracht. De sfeer van het nummer wordt in werking gezet door het radio drama van Dylan Thomas waaraan de titel zijn naam dankt, maar gaat inhoudelijk over het einde van een vriendschap. Het nummer opent zich in de melodieuze macht van de mellotron, waarna de elektrische gitaar van Fripp de schoonheid onderstreept. Percussionist Bruford speelt op gepaste manier in op het verhaal, met verfijnde klanken van de percussie. John Wetton is op de top van zijn kunnen wanneer hij met zijn warme zang de vriendschap tot een einde brengt. De emotionele kracht neemt toe wanneer Ian McDonald op zijn saxofoon de verschillende melodielagen aan elkaar verbindt. Daarna volgt misschien wel het hoogtepunt van hoe spanning zich geleidelijk door een nummer heen kan opbouwen. John Wetton’s basspel is indringend en wordt in de herhaling van een steeds diepere betekenis voorzien. Wanneer de percussie aansluit in de vorm van bellen en klokken neemt de angstige toonzetting toe. Fripp bouwt ondertussen aan een ritme dat zich steeds herhaalt, maar in kracht toeneemt. Wanneer het volledige drumstel wordt benut neemt de spanning alsmaar toe. De grauwheid van het nummer voert je naar volledige onmacht en duwt je de afgrond van het bestaan in. Na de ultieme climax volgt een moment van bezinning wanneer Mel Collins met zijn saxofoon naar de kant van de free jazz opgaat. Wat volgt is een schizofreen patroon waarin alle instrumenten door elkaar heen lopen, totdat vlak voor het einde de mellotron en cello je terugvoeren naar de beginmelodie. De totale uitputtingsslag komt ten einde en wat door 21st Century Schizoid Man in werking is gezet wordt op Starless afgesloten.

Red is de laatste krachtinspanning van een band die op het punt van breken staat. Een breekbaarheid die de band tot grote hoogtes stuwt in de complexiteit van elk nummer. Het power trio Fripp, Wetton, Bruford slaagt erin innoverende krachtexplosies af te wisselen met aangrijpende melodielijnen, altijd verbonden door de signatuur van de band zelf. Hoewel het album bol staat van de onderliggende spanningen blijft de schoonheid op elk moment behouden, van de instrumentale en experimentele stukken tot aan het brengen van de zangstukken en bijpassende muzieklagen. De ontwikkeling die Robert Fripp gedurende slechts 5 jaar heeft doorgemaakt is indrukwekkend te noemen, zijn creativiteit en techniek zijn subliem. Toch is de drie-eenheid duidelijk voelbaar, John Wetton laat niet alleen horen een goede zanger te zijn, maar ook een geweldige bassist. Bill Bruford is de man die op het album het gebruik van percussie een nieuwe invulling geeft, altijd verbonden met de gitaarpartijen om hem heen. Red behoort hiermee tot de absolute topstukken uit de progressive rock, van begin tot eind voert het album je mee naar hoogtepunten. Hoewel het album het einde van deze line-up van King Crimson betekende, zou de band in 1981 glorieus terugkeren met een nieuwe reeks aan meesterlijke albums en hoogstaande muzikanten.

5* (10)

Afkomstig van Platendraaier.

avatar van Lura
5,0
Mooi stuk, HugovdBos. Die 500.000 mensen bij dat concert in Hyde Park kwamen natuurlijk wel voornamelijk voor The Rolling Stones.

avatar van HugovdBos
5,0
Lura schreef:
Mooi stuk, HugovdBos. Die 500.000 mensen bij dat concert in Hyde Park kwamen natuurlijk wel voornamelijk voor The Rolling Stones.


Dank je. Klop helemaal van het concert in Hyde Park, hebben ze toch maar even mooi meegepakt voordat ze als King Crimson hun eerste album uitbrachten.

Gast
geplaatst: vandaag om 05:41 uur

geplaatst: vandaag om 05:41 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.

Let op! Je gebruikersnaam is voor iedereen zichtbaar, en kun je later niet meer aanpassen.

* denotes required fields.