Album nummer zestien is dit natuurlijk, de opvolger van het volgens mijn bescheiden mening heel goede Counterparts, maar mijn verwachtingen worden hier totaal niet ingelost, in die zin dat dit mijn minst favoriete Rush plaat is. Echt, ik was niet zinnens om hier veel tijd (en woorden) aan te besteden want veel goede dingen heb ik hierover niet te zeggen, zelfs na een zoektocht met een kanjer van een vergrootglas en met veel vergevingsgezindheid voor de occasionele mistap(pen) van mijn favoriete groep(en).
Drie voorgaande opmerkingen betreffende Alex en Neil, het zijn zaken die ik nog al te goed weet. Tussen Counterparts en deze Test for Echo brengt gitarist Alex Lifeson onder de artiestennaam Victor een gelijknamig soloalbum uit. Hij staat op MusicMeter, ik heb hem in mijn muziekcollectie en daarmee is zowat alles gezegd. Positief is dat hij iets heel anders probeert dan met Rush, in mijn ogen toont het vooral aan dat Rush als collectief sterker is dan de som der delen en of we dat allemaal beseffen. Hun jarenlange samenwerking is af.
Ook drummer Neil Peart zoekt en vindt iets heel anders, als producer is hij in 1994 verantwoordelijk voor een eerbetoon aan drummer Buddy Rich, “Burning for Buddy”. In 1997 komt dan “Burning for Buddy II” uit. Links hierbij bij deze aanraders:
The Buddy Rich Big Band - Burning for Buddy (1994) - MusicMeter.nl &
The Buddy Rich Big Band - Burning for Buddy Volume II (1997) - MusicMeter.nl. Hiermee kon ik trouwens destijds als crewlid (2016-2020) zijn artiestenpagina tamelijk compleet aanvullen en zorgen voor een mooie foto van hem. Graag gedaan en wat mis ik hem nog altijd.
Maar er is meer, een kanjer van een drummer als Neil Peart besluit opeens om drumlessen te volgen bij Freddie Gruber, zoek hem maar zelf op om bij te leren. Neil Peart verandert zijn speelstijl én drumopstelling wat mijn respect oplevert: na al die jaren als virtuoos beslissen dat zelfs hij kan bijleren. Het levert een bijzonder speciaal item op in mijn collectie:
https://www.discogs.com/release/15630706-Neil-Peart-A-Work-In-Progress. De poster hierin hangt trouwens in mijn muziekkamer. Ik hoef maar even rechts van mij te kijken, dichtbij.
Zeg, Sir, Luc, wanneer ga je over dit album beginnen? Nu. Kort en bondig. Half the World, The Color of Right, Totem en het schuimbekkende Dog Years, deze nummers ga ik onthouden voor dit album, niet voor hun hele discografie. Zoals een aantal collega's vóór mij voel ik me ook zelden geroepen om dit album op te leggen, mijn gedachten blijven maar afdwalen naar albums die ik op dat moment liever zou afspelen. Na al die jaren heb ik nog altijd een gebrek aan interesse in dit album, dat is mijn samenvatting van dit album. Het kan verkeren.
Meer achtergrondinformatie dan werkelijke informatie over dit album is dit epistel, ingegeven natuurlijk door mijn gevoel over dit album: er zit voor mij niet genoeg leven in dit album, het geluid bevalt mij ook minder ondanks de aanwezigheid van topproducer Peter Collins, het is tammer, het is zo kil, ja, kil vind ik het. Het lijkt alsof die drie voorafgaande opmerkingen van mij een beter album in de weg stonden. Dis is wel mijn favoriete groep, hé, maar toch, deze zal weer voor een hele tijd in mijn alsmaar voller gerakende cd-kast vliegen. Zes lange jaren later komt hun volgend album uit, Vapor Trails, een mijlpaal maar dan om vreselijke redenen...