Na vier opeenvolgende platen die begonnen met de letter s, brak Dylan in 1983 die ban, met het releasen van ‘Infidels’. Hierbij moet wel vermeld worden dat hij initieel een andere titel in gedachten had, namelijk ‘Surviving in a Ruthless World’, maar dat iemand hem erop wees dat de vier voorgangers ook al met de letter s begonnen. En zo werd het ‘Infidels’. De titel biedt meteen stof tot discussie. Was dit een terugkeer naar zijn joodse roots? Dat kon men wel aannemen, temeer omdat in de binnenhoes van dit album een foto staat van Dylan op de Olijfberg in Jeruzalem. Hij was daar kortstondig, voor de bar mitswa van zijn zoon Jesse.
Op de voorkant zien we een heel ander soort foto, Dylan met zonnebril en plukkerige baard. Plukkerig is geen echt woord, maar leunt het dichtst bij het beeld in mijn ogen. Het ziet er best zonnig uit, voor Dylans doen, en daar kan ik, na de plaat zo’n tiental keren te hebben geluisterd, ergens wel inkomen. De muziek, geproducet door Mark Knopfler, maar ook door Dylan zelf (wat voor enige moeilijkheden zorgde wat betreft de credits; Dylan maakte er dan maar “Produced by Bob Dylan for Wreck of Old97 Productions and Mark Knopfler for Chariscourt Ltd.” Van), en die productie heeft zeker zijn sporen achtergelaten.
Knopfler speelde eerder al mee op ‘Slow Train Coming’, en had indruk gemaakt op Dylan dankzij zijn energieke, ritmische gitaarwerk. Op ‘Slow Train Coming’ wist ik Knopfler ook te appreciëren, en steeg hij mijns inziens boven het niveau uit van de gemiddelde Dire Straits song. Op ‘Infidels’ is zijn inbreng een pak minder succesvol; hij speelt gitaar, en je hoort iets te duidelijk dat het Mark Knopfler is. Nu, we zijn ook enkele jaren later, en de populariteit van Knopfler en zijn band is enorm toegenomen. Nummers als ‘Union Sundown’ en het rockende ‘Neighborhood Bully’ hebben daar zwaar onder te lijden. Het zijn songs die, te wijten aan de gladde, ietwat karakterloze productie, het niveau van ‘Infidels’ naar omlaag trekken.
Er staat ook genoeg moois op, al was ik vroeger wat lyrischer over deze plaat. Ik zag, toen ik deze in het kader van mijn Dylanbesprekingen ging beluisteren, dat ik ‘m op 4 sterren staan had. Dat is, om u een idee te geven, op dezelfde voet als bijvoorbeeld zijn debuut, ‘Tempest’ en ‘The Times They Are A-Changin’’. Ietwat overdreven, moet ik nu mijn mening bijstellen. En jammer, vooral als je mee gaat tellen dat dit een veel betere plaat had kunnen zijn.
Nu, de schuld daarvoor ligt in ieder geval niet bij Knopfler. Hij wilde nummers als ‘Blind Wilie McTell’ en ‘Foot of Pride’, beide juweeltjes die op het eerste deel van ‘The Bootleg Series’ staan, gewoon op de plaat. Dylan vond echter dat deze nummers niet “af” waren, en besloot om ze alsnog te vervangen. Door ‘Union Sundown’, godbetert. Niet zijn eerste misstap, maar wel één van z’n schabouwelijkste.
De opnamesessies verliepen zonder al te veel opschudding en ophef, al valt het wel op dat er heel veel werd gejamd en een pak nummers gecoverd werden, gaande van Willie Nelson over ‘The Green, Green Grass of Home’ tot ‘This Was My Love’ van Sinatra. Ook circuleerden er tijdens de opnamen veel zogenaamde werktitels (‘Sweetheart Like You’ heette eerst ‘By the Way That’s a Cute Hat’ en later ‘In a Place Like This’; ‘Sometimes Satan’ werd uiteindelijk ‘Man of Peace’). Ik zie hier een vorm van zelfentertainment in, de werktitels komen namelijk ook, soms in ietwat veranderde vorm, voor in de lyrics.
Veel nummers bleven destijds op de plank liggen, en dat is toch ook wel opmerkelijk. ‘Infidels’ is één van de platen van Dylan met het meeste “overschot”, op die manier. Enkele nummers werden opgevist voor latere studioalbums, een vijftal werden opgenomen in het eerste deel van ‘The Bootleg Series’. Maar heel wat nummers liggen ook nog steeds in het archief stof te vreten. Een elektrische versie van ‘Blind Willie McTell’ bijvoorbeeld is nog zo goed als onaangeroerd, al gaan er stemmen op dat deze versie nog indrukwekkender zou zijn als die op ‘The Bootleg Series’. En voor het album had Dylan al een resem songs opgenomen met Clydie King (zijn destijdse vriendin; het waren twee tegenpolen), om een duetplaat uit te brengen. De platenmaatschappij zag dit niet zitten, en enkel in ‘Union Sundown’ zorgt de soulzangeres voor wat leven in de fletse brouwerij.
Genoeg gezeverd, tijd voor muziek. ‘Infidels’ is de eerste plaat die Dylan opnam met zijn hernieuwde contract bij CBS, en de platenmaatschappij wilde geld uittrekken voor de promotie. Het digitale tijdperk stond in de kinderschoenen, en dus moest er, naar MTV-normen, een videoclip worden uitgebracht. Of meerdere, zoals in dit geval. Die van albumopener ‘Jokerman’ sprak het meest tot de verbeelding; een collage van foto’s van kunstwerken, met daarover de tekst van het nummer gedrapeerd. Een bijzonder geslaagde clip die, volgens bijvoorbeeld het toonaangevende blad Rolling Stone, brandhout maakte van alle clichématige, omhooggevallen Coca Colareclames die het gros van de muziekvideo’s was.
‘Jokerman’ is een beetje een monumentale song, het soort song dat als steunpilaar kan dienen voor een album. De gedroomde single, ook. Een groots, herkenbaar geluid, enorm meezingbaar refrein, alleen een beetje te lang. Dat was ‘Like a Rolling Stone’ ook, natuurlijk, maar inmiddels was de maatschappij weer zo’n 20 jaar verder, en helemaal veranderd. Niettemin is ‘Jokerman’ een erg goed nummer, gezegend met een clevere tekst. Enkele verwijzingen naar de Bijbel en onrechtstreeks dus ook naar z’n wat meer religieuze platen, en vooral het soort diepgang waaraan het ‘m op een ‘Saved’ wel ‘ns aan ontbrak; ook de bevlogenheid is er weer:
“It’s a shadowy world, skies are slippery grey;
A woman just gave birth to a prince today;
And dressed him in scarlet, put the priest in his pocket;
Put the blade to the heat, take the motherless children off the street;
And place them at the feet of a harlot;
Oh Jokerman, you know what he wants;
Oh Jokerman, you don’t show any response.”
‘Sweetheart Like You’ (dat Dylan nog nooit live speelde, volgens zijn website!) is een ingetogen liefdesliedje, maar niet het soort jongen-meisjeliedje dat je doorgaans hoort op de radio. In ‘Sweetheart Like You’ wordt het meisje toegezongen vanuit een verzengende put, een duivelsoord, en krijgt ze de waarschuwing te horen dat ze zich er maar beter niet laat zien, wat eigenlijk al te laat is, want zij is er reeds. Het contrast tussen de dompelaar en de Gratie is enorm, en dat probeert Dylan op een vindingrijke manier elke strofe opnieuw uit te beelden. Twee op twee, vooralsnog.
‘Neighborhood Bully’ is dan een eerste misser, al zullen velen dat met mij oneens zijn. Ach, elk heeft zo zijn argumenten, en de hoofdreden waarom dit nummer me tegenstaat, is het automatische pilootgevoel dat ik telkens krijg, deels genereerd door het gitaarspel van Knopfler. De tekst zou volgens diverse “Dylankenners” (en ik zet die term tussen aanhaaltekens, omdat het een vage term is) over Israël gaan, en ondanks Dylans hardnekkige ontkenningen, zou je, voortgaande op de eerste regels, er zoiets uit kunnen opmaken. “Well, the neighborhood bully, he’s just one man; his enemies say he’s on their land”. De “pester” is dan het joodse volk, de “vijand” de Arabische volkeren die land moesten afstaan om Israël te kunnen vormen, tijdens de Zesdaagse Oorlog. Voor het overige lijkt de tekst echter te veel een samenraapsel van ontelbare Bijbelse en historische verwijzingen, en blijft het te vaag.
‘License to Kill’ is weer een klein, ingetogen liedje, en dan valt me meteen op dat dit Dylan veel meer eer doet. De productie is veel minder druk, het lijkt wel alsof je “meer Dylan hoort”. En dat doet deugd. ‘License to Kill’ hoort bij de betere nummers op ‘Infidels’, ook tekstueel is dit weer een stapje hogerop. Qua lyrics hebben we trouwens weinig te klagen, Dylan is weer goed als vanouds, hoewel hij dat geniale gehalte dat hij in de jaren ’60 en ’70 bij vlagen haalde, niet meer bereikt. Maar zinnetjes als “Oh, man has invented his doom; first step was touching the moon” schilderen toch wel een wrange glimlach rond mijn lippen.
‘Man of Peace’ is weer een rocker, en dan lijkt het erop dat men afwisselt, wat niet het geval is, want ‘Union Sundown’ is ook al zo’n overvol ding. ‘Man of Peace’, dat eerder ‘Sometimes Satan’ heette (wat ik eigenlijk een leukere titel vind), is het langste nummer, maar niet het meest vervelende. Die eer is weggelegd voor ‘Union Sundown’, met zijn irriterende “bouncing sound”. Ook tekstueel is het geen hoogvlieger, de politieke boodschap zit er te duidelijk in verweven, en de maatschappelijke kritiek heeft een te hoog preekgehalte. Maar ‘Man of Peace’ is er van bij de eerste strofe pal op; de vergelijking tussen Adolf Hitler en een willekeurige priester, doet tegelijkertijd pijn aan de oren en het hoofd instemmend ja knikken. De premisse is dat Satan zich in allerlei manieren kan presenteren, de meest verleidelijke (the king snake) het eerst. De directheid en brutaliteit in de tekst zint me wel.
‘I and I’ laat het gaspedaal weer los, en ook afsluiter ‘Don’t Fall Apart on Me Tonight’ zal niet gauw een boete krijgen voor overdreven snelheid, al zou het trage, innemende nummer een tegenligger wel kunnen verblinden met z’n hel brandende, warme koplampen. Dit is namelijk het soort song dat tegen de huig blijft kleven, en is ook terecht aan het eind geplaatst. Afsluiten met een sterke song is een techniek die vaak wordt toegepast, omdat opener en afsluiter het best blijven hangen in het collectieve geheugen. Vraag me niet waarom, maar er is wel iets van aan, want ik heb dit al meer dan eens ervaren.
Maar vooraleer we bij de afsluiter komen, moeten we eerst nog ‘I and I’ passeren. Het is een beetje een loom nummer, naar mijn mening, en dat is dan te wijten aan de reggae-invloeden. Niet dat ik reggaemuziek tot mijn innerlijke demonen reken, maar hier geeft het de song iets lamlendigs, en lamlendigheid kunnen we missen als kiespijn.
Gelukkig maakt ‘Don’t Fall Apart on Me Tonight’ het weer goed, zodat we toch nog in elkaars armen de ogen kunnen sluiten. Het is een liefdesliedje van het zuiverste water, en hoewel de tekst soms wat onnozel overkomt (ik pluk er bijvoorbeeld “You know, it ain’t even safe no more, in the palace of the Pope” uit), weet het me toch te charmeren. Liefde is namelijk nog steeds één van de sterkste uitingen van emotie, en kan veel losmaken in een mens, inclusief andere emoties, zoals jaloezie, woede, wanhoop en treurnis. Dylan smeekt het meisje dat hij hier aanspreekt (Clydie King?) om hem niet te laten vallen. Over de relatie tussen Bob en Clydie wordt ook gezegd dat Bob toen een sterke vrouw als Clydie King nodig had, om niet ten onder te gaan aan zijn bestaan. Ook wordt er gezegd dat het koppel in het geheim getrouwd was en samen twee kinderen had, maar of we daar iets van hoeven geloven, dat weet ik niet.
‘Infidels’ is, en ik herhaal het omdat het een cruciaal punt is in mijn waardering, een plaat die veel beter had kunnen zijn. Een plaat die geen ster werd, maar een soms oplichtende schim, door de keuzes die werden gemaakt op productioneel en artistiek vlak. Berucht ook om de vele onuitgegeven opnames. Gelukkig wisten pareltjes van songs, zoals ‘Blind Willie McTell’ en ‘Foot of Pride’, het alsnog zover te schoppen dat ze op ‘The Bootleg Series, Vol. 1’ verschenen. Een plaat die ik, zo besef ik net, absoluut in huis moet halen, en die meteen een etage of vijf hoger mag komen te staan dan ‘Infidels’.
3 sterren