Een grote overgang bij mijn reis door new wave: eind november 1981 verschijnt zowel werk van de Engelse skagroep
The Beat als van de Duitser Klaus Nomi. Ik hoorde hem destijds op de radio en vond hem qua zowel muziek als verschijning... raar of zelfs eng.
Als debuutalbum
Klaus Nomi verschijnt, is hij al 37 jaar. Klaus Sperber wordt in 1944 het Beierse Immenstadt im Allgäu geboren. Zijn carrière begint met allerlei baantjes in Berlijn, de countertenor zingt bovendien in een discotheek. In 1973 vertrekt hij naar New York, neemt er zanglessen, adopteert de naam Nomi en treedt er op in clubs. Daar wordt hij ontdekt door David Bowie, die hem als achtergrondzanger meeneemt naar diens optreden bij
Saturday Night Live.
Geïnspireerd door de kleding van Bowie kiest hij voor eenzelfde soort pak. Bovendien komt hij in contact met onder anderen Andy Warhol en musici uit de New Yorkse new wave (onder meer Debby Harrie en Chris Stein van Blondie), van wie Kristian Hoffman met hem aan muziek gaat werken. Kortom, hij is al enigszins bekend als in 1980 zijn eerste single
Keys of Life verschijnt, het jaar erop de opener van
Klaus Nomi.
Het album is een vreemde mix van eigen werk:
Keys of Life en
Wasting My Time van hemzelf,
Nomi Song en
Total Eclipse voor hem geschreven door Hoffman. En er is een bonte mengeling aan covers met soms kitschachtig effect.
In die laatste categorie vallen
Lightning Strikes (1965) van Lou Christie,
The Twist (1960) van Chubby Checker,
You Don't Own Me (1963) van Lesley Gore en
The Cold Song (1691) uit opera
King Arthur van Henry Purcell. Na het voor hem geschreven instrumentale
Nomi Chant sluit de plaat af met de live met symfonieorkest opgenomen aria
Samson and Delilah (1877) van Camille Saint-Saëns, waar Nomi zich ontdoet van alle glitter en hoorbaar uit het hart musiceert. Het eindigt in echo's van straatgeluiden, waarbij de zanger terugkeert in de coulissen.
Beweren dat dit apart is, is een understatement. Anders dan toen kan ik het wel waarderen, al blijft het evenwicht tussen kunst en kitsch wankel met
You Don't Own Me als minst pakkende voorbeeld. Toch slaat de weegschaal in Nomi's voordeel uit.
Volgende halte in het land van new wave is van geheel ander kaliber, zij het eveneens in de VS vervaardigd:
Damaged van punkgroep
Black Flag.