In mijn reis op Kronos’ bagagedrager door de discografie van Opeth, ben ik deze maand aangekomen bij Damnation. Tot deze maand was dat een album dat ik jaren geleden eens een paar keer geluisterd had, na deze maand zullen de mp3 stof gaan staan verzamelen op mijn hard schijf.
Mijn favoriete Opethalbums (Still Life, Blackwater Park, Deliverance) van alle albums die ik echt goed ken (dat is alles tot en met Damnation, hebben een aantal dingen gemeen: (1) goede productie; (2) complexe nummers; (3) afwisseling tussen harde en zachte stukken; (4) donkere sfeer.
Wat betreft het eerste punt, de productie, is er met dit album niks mis. Het album klinkt goed, zelfs beter dan het bij vlagen wat modderig klinkende Deliverance. Echter, productie is voor mij vooral een randvoorwaarde om van een cd te kunnen genieten. Slechte muziek met een goede productie sla ik graag over.
De meeste Opethnummers die ik ken, zijn behoorlijk complex. Veel verschillende riffs en overgangen. Op de eerste albums resulteert dat regelmatig in fragmenten die als los zand aan elkaar hangen, maar vanaf My Arms... worden het consistente nummers. Op Damnation is het andere koek: De nummers zijn een stuk simpeler, veelal gebaseerd op 1 of 2 ideeën of in het slechtste geval (Death wispered a lullaby)blijft het nummer hangen in een coupletje-refreintje-achtige structuur.
Gezien de opzet van dit album hoef ik uiteraard geen harde stukken te verwachten. Maar het neemt voor mij wel een deel van de spanning die de meeste Opethnummers in zich hebben weg.
Tot slot de donkere sfeer. Om Michael Åkerfeldt’s quote zoals door wouter30 hierboven neergepend maar eens te herhalen: “Only that its slightly mellow, doesn’t mean that it’s less evil.’ Voor mij heeft het ‘evil‘-gehalte van een nummer niets te maken met hoe hard het is, maar wel met de sfeer die geschapen wordt. En die donkere, evil sfeer, die mis ik hier bijna helemaal. To rid the disease is een positieve uitzondering. Het missen van de donkere sfeer ligt niet aan het feit dat er hier geen harde stukken inzitten, want op Harvest van Blackwater Park is het wel gelukt om een melancholische, sombere atmosfeer mee te geven . Waar het wel aan ligt? Ik denk aan 2 dingen. Ten eerste aan de te simpele structuur van de meeste nummers. Ten tweede aan de zang. Het was me op andere albums nog nooit echt opgevallen, maar nu Michael Åkerfeldt’s stem zo prominent naar voren komt op dit album, begon ik te merken dat zijn cleane zangstem me na een paar nummers wat tegen begon te staan. Hij zingt op Damnation vaak net een beetje te hoog. Ik krijg de indruk dat hij net genoeg moeite moest doen om zijn noten te halen, om de emotie in zijn stem te verliezen.
Kortom, dit album mist veel van de aspecten die ik goed vind aan een Opethalbum. Eigenlijk blijft er een tamelijk gewoon rockalbum over waarop de nummers vaak net een beetje te lang zijn. De betere stukken van Damnation zijn In my time of need, het instrumentale stuk in Closure en Hope leaves, dat mooi compact is gehouden. Hoogtepunt van het album is voor mij To rid the disease. De minste stukken muziek op dit album zijn voor mij het te simpele Death wispered a lullaby en Weakness, dat overkomt als een te lang uitgerekte intro voor een hard nummer dat nooit begint.
Ergerlijk slecht is het nergens, maar dit album weet me ook niet te raken. Ik wil het niet afzetten, maar ook niet opnieuw opzetten. Het is goed gemaakt maar niet meer dan dat.
Kortom, een typisch album dat ik 3 sterren geef.
Aangezien mijn 3 sterren een uitzondering zijn tussen alle 4’en, 4.5’en en 5’en hierboven, deze lange toelichting op mijn waardering. De meeste Opethalbums heb ik tot dusverre goed kunnen waarderen, maar het feit dat er Opeth op de hoes staat, betekent voor mij niet dat ik er automatisch een hoog cijfer op ga plakken.
3.0*