Als ik goede muziek ontdek, vraag ik me wel eens af hoe het komt dat ik juist op dat ene album ben gestuit. Is dat toeval of is dat het lot? Normaliter lees ik mij intensief in voordat ik aan een album begin – Sigur Rós uitgezonderd. Maar Ghost schafte ik aan naar aanleiding van een positieve recensie in OOR. Via iTunes en later op LP; en ik heb er geen minuut spijt van gehad.
Bij Ghost vraag ik me meer dan ooit af of toeval of lot in het spel was. Het genre folk ligt mij namelijk niet zo heel erg. En het ingetogen positieve stukje in de OOR was er een zoals zovelen; korte recensies die overwegend positief zijn. Maar onder het mom ‘ik doe eens lekker gek’ probeerde ik ‘m uit en liet me verrassen. En werkelijk, het duurde niet lang voordat Ghost mijn top 10 sierde.
Radical Face is een project van Ben Cooper, die naam maakte met de groep Electric President. Onder de naam Radical Face bracht hij in 2007 het album Ghost uit, een fijne verzameling van folkliedjes met een snufje elektronica. Het klinkt ambitieus, maar dat is het allesbehalve, maar Ghost is een conceptalbum. Het gaat niet direct over geesten, maar over de vele verhalen die een oud huis zoal kan vertellen. Ieder liedje vertelt een verhaal, vaak vertelt vanuit het perspectief van een huis, maar ook vanuit het perspectief van spoken. De sfeer is er echter niet naar; die is romantisch, nostalgisch, melancholisch en bijna gezellig te noemen. Als je niet op de teksten let komt dat enkel en alleen naar voren via het sporadisch gebruik van geluidseffecten van onder anderen krakende vloeren en wind. De plaat ademt herfst en oude huizen uit. Ik moet vaak denken aan het huis uit Gilliam’s Tideland – die muziek lijkt voor dat huis en zijn omgeving geschreven te zijn.
Wat me zo aanspreekt aan dit album is de sfeer. Het idee dat Ben Cooper dit album op heeft genomen in zijn eigen studio, thuis in een schuurtje, en bovendien helemaal alleen, komt op een of andere manier goed naar voren. Cooper is verre van een goede zanger; zijn krakerige stem kan sommige noten niet halen, en ik ben ontzettend blij dat dit zo is. Het heeft gewoon iets, iets rauws, maar ook iets toegankelijk en menselijk. De sfeer wordt ook versterkt door het prachtige artwork; Ghost is een herfstplaat pur sang.
Waar Cooper echter ook in uitblinkt zijn, zoals OOR het al stelde, gouden melodieën. Bijna ieder liedje heeft wel iets interessants, op het gebied van melodie en opbouw. Het instrumentale Asleep On a Train bevat verdwaalde pianoklanken, krakende vloeren en een lichte bedrijvigheid op de achtergrond, met die weeïge harmonica die over de golven van de nostalgie zweeft. Welcome Home, Son zal je wellicht afgelopen zomer in een reclame van Nikon voorbij hebben horen komen. Een heel aardig liedje met een mooie opklaring op 2:47. Let the River In is van een mysterieuze schoonheid; de melodie is bij vlagen erg mooi, bijna aandoenlijk. De zang van Cooper is bovendien troostend en zacht. Glory is het eerste echte pareltje van de plaat. Een ritme waar spooksoldaten in de houding marcheren en een melodie fluiten; ze lijken zo uit de Burgeroorlog onze tijd binnen gemarcheerd te zijn. Heel mooi ook hoe de piano speels met het gefluit meevliegt. Is die piano misschien een klein jongetje dat vol ontzag met de marcherende soldaten mee rent? Op 4:02 breekt het nummer helemaal open; met een gevoel van ongelooflijke vrijheid en kalmte.
The Strangest Thing is weeral een mooi liedje, dat opgevolgd wordt door het knusse Wrapped In Piano Strings. De gitaarintro past perfect in een feelgoodfilm, hoewel de tekst anders suggereert. Along the Road is werkelijk het hoogtepunt van de plaat; hier raakt Cooper een diepere laag. De zang heeft, onder het gekraak van een eeuwenoud huis, iets verontrustends; tegelijkertijd heeft het iets berustend. Op 1:51 komt, na de lang uitgesponnen intro, heel fijn percussiewerk met een wat dwalende piano. Maar wat is die piano mooi: die prachtige nuance die wordt gemaakt vanaf 2:20 is subliem. Vanaf 2:33 komt de zang weer in en wat is dat een mooie ontwikkeling. Ik wil het niet euforisch noemen, maar ik krijg sterk het idee dat ik me geen zorgen meer hoef te maken.
Haunted is een rustpunt voordat de storm begint. Winter Is Coming is van een opvallende schoonheid. Opvallend, omdat ik vaak niet te porren ben voor uptempo folknummers. Maar dit werkt uitermate goed. Het ritme is stuwend, de zang staat onder druk en er dreigt iets. De storm die je eventjes op 1:17 en 1:25 hoort heeft iets… stormachtigs. Of zoiets. Een hele mooie ontwikkeling op 3:45, een gemoedelijke, troostende en uiteindelijk comfortabele en geborgen conclusie eindigt dit uptempo pareltje. Ghost eindigt met een relatieve dip. Sleepwalking en het uitgeklede Homesick zijn over het algemeen prima liedjes die echter niet opgewassen zijn tegen de pracht van de voorgaande nummers. In zekere zin is Homesick een perfecte afsluiter, de conclusie is wat mij betreft duidelijk.
Ghost kon me niet direct interesseren. Ik had bijvoorbeeld wat tijd nodig om Winter Is Coming helemaal te doorgronden, maar het was het allemaal waard. Ghost heeft het allemaal: een heerlijke nostalgische sfeer en mooie melodieën. Een min of meer ontoegankelijk album dat absoluut de moeite van het luisteren waard is. Als ik dit hoor zou ik niets liever willen dan in een alleenstaand huis wonen, midden in een goudkleurig korenveld, zittend op de veranda in een schommelstoel. Het is bovendien vrij uniek dat een folkplaat mij zo kon boeien. Gaat dat horen!