De alternatieve rockband The Boxer Rebellion werd gevormd in 2001 in Londen. Zanger en frontman Nathan Nicholson, afkomstig uit Tennessee, verhuisde naar het Verenigd Koninkrijk na de dood van zijn moeder en leerde daar de overige bandleden Andrew Smith, Adam Harrison en Piers Hewitt kennen. In juni 2003 mocht de band optreden op het befaamde Glastonbury Festival als opener voor Keane. In 2005 kwam hun debuutplaat ‘Exits’ uit: een album vol snedige indierock dat elementen van Radiohead, The Killers, Coldplay en Keane in zich droeg maar toch een eigen smoel had. Ook bands uit de hoogtijdagen van de Britpop waren in het oudere werk nooit veraf. The Boxer Rebellion bereikte voor mij een artistiek hoogtepunt met het album ‘The Cold Still’ uit 2011. De songs waren stuk voor stuk ijzersterk en lieten een geheel eigen geluid horen, met de zang van Nicholson als grote troef. Het album werd prompt tot mijn favorieten van het decennium gebombardeerd, maar vervolgens verloor ik de band een beetje uit het oog. In 2013 liet opvolger ‘Promises’ een commerciëler, gepolijst geluid horen en de leadsingle ‘Diamonds’ werd zelfs een bescheiden hitje. Een deel van de fanbase was echter niet opgezet met de langzame maar zekere verdwijning van het geluid van weleer. Zelf vind ik ‘Promises’ een degelijke plaat waar een aangenaam lentebriesje door de productie lijkt te blazen, wat de songs een soms hemelse bijklank geeft. Als geheel overtuigt de plaat echter minder dan zijn voorganger, en het frisse lentebriesje waait soms iets te hard, wat de nummers dan weer niet ten goede komt. Voor ‘Oceans By Oceans’ uit 2016 werd er overgegaan van de lente naar de zomer. Meer synthklanken deden hun intrede, en voor sommigen begon The Boxer Rebellion nu wel heel erg luchtig te klinken. Over het algemeen vind ik dat wel meevallen, zeker vergeleken met bands die ‘full commercial’ en beyond zijn gegaan (‘Mylo Xyloto’ van Coldplay bvb). Toch nam de band de commentaar van hun fans ter harte. Het laatste album, ‘Ghost Alive’, is derhalve een semi-akoestische plaat geworden met intiemere songs. Of dit goed uitpakt komt u hieronder te weten!
Single ‘What The Fuck’ opent het album met een merkwaardige titel en, belangrijker, met een erg goed lied. De muzikale omlijsting van de band vormt de gedroomde biotoop voor Nicholsons engelachtige zang. De sfeer is ingetogen en de song krijgt ruimte om te ademen met een eenvoudig arrangement: sobere akoestische gitaar, smaakvolle percussie en hier en daar een perfect afgemeten dosis strijkers. Tekstueel is alles hier prima. Erg knappe opener!
‘Rain’ gaat weer mooi akoestisch van start en bloeit open tot een zacht nummer met een rijke, zalvende klank. Er had misschien een minuutje afgetrimd kunnen worden, maar dat stoort op dit punt in het album niet echt.
‘Love Yourself’ is op geen enkele manier verwant aan het gelijknamige monsterhit van Justin Bieber. We horen hier een fijn klankenpallet ondersteund door subtiele synths en een solide ritmesectie. Nicholson is zeer goed bij stem en tilt alle nummers tot nu toe met gemak naar een respectabel niveau. Hier en daar is er ook nog een knap gitaarlijntje te bespeuren.
In ‘Fear’ zoekt Nicholson de hogere regionen op met een knappe falsettostem. Dit werkte op vorige platen vaak erg goed en dat is ook nu niet anders. Wel kabbelt het allemaal iets te traag voort naar mijn smaak. Muzikaal gebeurt er te weinig om me echt te overtuigen, dus reken ik het nummer niet tot mijn favorieten.
‘Here I Am’ heeft, zoals sommigen al opgemerkt hebben, een anthem-achtige kwaliteit en behoort tot de beste nummers van de plaat en wellicht ook van alles wat de band ooit heeft uitgebracht. Zo overtuigend en diep klonken deze heren al even niet meer. Een emotionele topper met ongelooflijk sterke vocalen.
“A drop in the ocean,
Moved in slow motion
And it hit me out of the blue
I follow blindly, however unlikely
That I’d find you, I’d find you,
I just knew
Here I am
I lost you once
I won’t lose you again”
Volgende track ‘Don’t Look Back’ doet de luisteraar even opveren met een stevigere drumpartij, wat contrasteert met het breekbare ‘Here I Am’. We krijgen hier weer een degelijk nummer voorgeschoteld met genoeg dynamiek, wat wel nodig was na de rustig voortkabbelende eerst helft van het album.
Op nummer 7, ‘Lost Cause’, wordt er weer leuk getokkeld op de gitaar. Toch wijkt het nummer qua sound af van de andere fragiele nummers. Qua percussie gebeurt er niets, wat me doet vermoeden dat Piers Hewitt zich bij momenten toch wel verveeld moet hebben tijdens de opnames van deze breekbare, verstilde songs. Ik verveel me echter nog niet met deze plaat, en dat blijft natuurlijk het belangrijkste.
‘Don’t Ever Stop’ luistert makkelijk weg met repetitieve, catchy zang en een sober arrangement. Waar de plaat mijn aandacht nog kon vasthouden op het vorige nummer, beginnen mijn gedachten hier wat af te dwalen. Een volgend zwak puntje van het album wordt onthuld.
‘River’ is een knap, rustig lied. De tekst is mooi en hoopvol met eenvoudige doch doeltreffende beeldspraak. Vooral in het refrein krijg ik sterke positieve vibes over me heen. Leuk om zo naar het einde van het album te gaan.
“And I used to sit by the river
Hoping one day it would lead me to the sea
And I used to sit by the river
Knowing one day it would lead me to my dreams”
‘Under Control’ is een prima nummer maar het biedt jammer genoeg te weinig variatie op de voorgaande nummers om indruk te maken. Veel meer kan ik hier ook niet over zeggen. De grootste pech die het nummer heeft is dat het op nummer 11 pas voorbijkomt. Het nummer is perfect inwisselbaar met bijvoorbeeld nummer 4, ‘Fear’.
‘Goodnight’ is, u raadt het al: een fragiele, intieme afsluiter. Mooi hoor, maar op dit punt heb ik het wel gehad met de emotionele singer-songwriter die in zijn slaapkamer de pijn van zich afzingt. Want zo klinkt ‘Ghost Alive’ wel grotendeels: Nathan Nicholson als een soort Damien Rice of Novastar die door zijn band subtiel begeleid wordt. Een Nick Drake bijvoorbeeld wist ook al dat intimiteit en breekbaarheid niet te lang mogen duren: zijn meesterwerk ‘Pink Moon’ telt slechts 27 minuten. Ik wil echter ook niet te negatief worden, op zich zijn de nummers individueel zeer knap.
Concluderend stel ik dat ‘Ghost Alive’ een erg mooi album is geworden. Een welkome afwisseling met het gladde, commerciëlere geluid van de vorige twee albums. Een switch naar de akoestische sound die hier wordt gepresenteerd was geen slecht idee, maar als geheel weet ‘Ghost Alive’ net iets te weinig te boeien om potten te breken. Ook mis ik soms het bandgeluid, zoals ik reeds eerder aangaf. Er is sprake van enkele geweldige uitschieters (‘What The Fuck’, ‘Here I Am’). Deze leggen de lat echter zodanig hoog dat de overige nummers niet altijd de nodige impact kunnen maken. Toch zijn alle nummers individueel sterk genoeg om tot een mooi cijfer te komen.
Deze review is afkomstig van mijn muziekblog
Pop-Pourri , ook terug te vinden op Facebook
