Ik had altijd aangenomen dat gitarist K.K. Downing in 2011 op vriendschappelijke voet Judas Priest had verlaten. De man was 60, tijd voor andere zaken, dacht ik. Ik vergiste me deerlijk.
Lang bleef het stil, echter in de aanloop naar dit debuut van KK's Priest verschenen de nodige kritische commentaren van de man op zijn oude groep en omgekeerd behandelde Judas Priest hem en Les Binks bepaald niet correct bij de inductie in de R&R Hall of Fame.
Satriani/vai schreef daarover afgelopen september, Aardschok citerend. Waarom hebben die twee kampen toch zo'n hekel aan elkaar gekregen?
Nu is er een nieuwe Judas Priest en ter vergelijking beluisterde ik vanochtend hun vorige album en vanmiddag op het werk en vanavond in de auto dit
Sermons of the Sinner van KK's Priest. Bij mij werkt ie beter in de auto.
Na de soundscape van
Incarnation wordt er drie nummers lang gebeukt met de stem van Tim Owens meestal in de bovenkrijs, zoals Rob Halford deed in
Painkiller. Ik kan genieten van de knetterende gitaarduels met A.J. Mills en hier en daar zit een lekkere tempowisseling. Meer dan bij het grote Priest het geval is.
Zoals ooit de rode vakbonden en partijen de proletariërs voorhielden zich te verenigen, zo krijgen we vervolgens drie nummers de boodschap 'metalheads der aarde, verenigt u'. Jammer van het who-ho-ho-koortje in
Raise Your Fists, maar verder is het goed te doen. Beste van die drie vuisten-in-de-lucht-nummers is
Metal Through and Through dankzij de diverse tempowisselingen en de gitaarsolo's. Het heeft hier ook wel weg van het huidige Accept.
Dan gaan we weer vooral op hoog tempo knallen, want we zijn
"wild en vrij"! Hihi, die K.K! Sterker is
Hail the Priest qua melodie en riffs. Fijn dat het album tot een 50 minuten beperkt blijft wat verveling voorkomt, want al met track 10
Return of the Sentinel is daar de finale. Het krijgt na een dikke vijf minuten een lang akoestisch slot van zo'n drie minuten: mooi gedaan.
Minder heb ik met de keuze die Owen maakt om vooral hoog en geknepen te zingen. Deed hij trouwens ook in zijn jaren bij het grote Priest. Hoe mooi was het geweest als hij dat akoestische deel aan het einde ingetogener had gezongen, zoals bijvoorbeeld Geoff Tate zo goed kan.
Sermons of the Sinner is heavier dan Judas Priest ten tijde van
Firepower. Na tien jaar pensionadoschap (ballingschap?) sloeg die ouwe blonde snarenracer hard met zijn vuist op tafel. De nodige tempowisselingen zijn een pré ten opzichte van Priests
Firepower.
Ik word door KK's sermons weliswaar niet omver geblazen, maar een dikke 7 is dit wel waard, mede dankzij de prettige productie van K.K. zelf. Eens kijken wat ik ook alweer van hun
volgende plaatje vond.