Eigenlijk moet ik mezelf een trap onder de spreekwoordelijke kont verkopen: ooit vervloekte ik iedere muziekgroep die ongegeneerd soleerwerk te berde bracht.
Dergelijke autistische muziekvisie werd destijds gevoed door de Britpop/lo-fi (good ol' Lou Barlow toch) hausse die het muzikale decor vormde van mijn tienerjaren. Er was weinig tot niets om tegen te rebelleren (kan ik het helpen dat ik zulke fijne ouders heb?), dus richtte mijn agressie zich tegen "gestileerde" popmuziek.
Steely Dans "Countdown to Ecstacy" was echter zo'n poplangspeler waarvan geen ene noot "naturel" klonk. Alles was bedacht, extreem geconstrueerd. En toch bleef ik luisteren als achttienjarige naar "Countdown to Ecstacy" - opdat ze simpelweg grandioze popdeuntjes
herbergde
Ook hier weer hoor ik zaken die ik in een andere muzikale context zou verguizen (het FM-rock koortje in "Glamour Profession"), en toch werkt het alwéér.
Ondertussen heb ik meer dan genoeg ongein neergeschreven hier
